Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-9

ZITTING 1999-2000

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Economie en Wetenschappelijk Onderzoek

Vraag nr. 206 van de heer Van Quickenborne d.d. 9 december 1999 (N.) :
Nationaal Instituut voor de statistiek. ­ Bijwerking gegevensbank. ­ Mededeling gegevens via Internet.

Het Nationaal Instituut voor de statistiek (NIS) is een instituut dat werd opgericht bij het ontstaan van België in 1831 en zijn belang reeds heeft bewezen. Het NIS wil via enquêtes van algemeen belang en statistische verwerkingen :

­ beantwoorden aan de behoeften van de overheid, van de ondernemingen, van de maatschappij en aan de noden van het wetenschappelijk onderzoek;

­ de Europese regelgeving inzake statistieken naleven.

Blijkens de opgevraagde catalogus van de producten en diensten van het NIS worden een aantal publicaties op papier en statistieken op andere dragers verstrekt aan de geïnteresseerden. De catalogus somt alle publicaties en voorgeprogrammeerde diskettes op die het NIS aanbiedt en geeft een overzicht van de microfiches en microfilms en van de inhoud van de lokale en regionale gegevensbank. De gegevensbank kan online geraadpleegd worden in de documentatiecentra. Uit de opgave van publicaties blijkt dat een aantal gegevensbanken sterk verouderd zijn (sinds meer dan tien jaar niet meer verschenen). Ten titel van voorbeeld kunnen vernoemd worden de financiële statistieken betreffende de overdrachten van onroerende goederen, de statistieken betreffende de gebouwentelling (hetgeen iets anders is dan de woningtelling), de telling van de winterbezaaiingen voor het vee, de landbouw en tuinbouwtellingen...

Vandaar volgende vragen aan de geachte minister :

1. Klopt het dat bepaalde gegevens met betrekking tot bepaalde onderwerpen geen statistieken meer worden bijgehouden en zodoende niet meer geactualiseerd worden ? Zo ja, kunt u mij hiervoor de reden bezorgen ? Zo nee, waar zijn deze gegevens beschikbaar en op welke manier kan aan dit probleem verholpen worden ?

2. Uit de verstrekte informatie van het NIS blijkt dat de stijl en manier waarop één en ander wordt aangebracht getuigen van een aanpak van enkele decennia terug. Op welke manier wil de geachte minister hieraan verhelpen ?

3. Voorziet de geachte minister dat het NIS al de gegevens die worden verstrekt op papier hetzij op diskette binnen de kortste keren kan ter beschikking stellen op het Internet ?

Antwoord : Als antwoord op zijn vraag heb ik de eer het geachte lid het volgende mee te delen; allereerst wil ik nochtans opmerken dat men uit de antwoorden op de specifieke vragen niet mag afleiden dat ik instem met de algemene inleidende commentaar.

1. Op de eerste vraag moet het antwoord genuanceerd zijn. Bij de vier voorbeelden aangehaald door het geachte lid is er wellicht verwarring ontstaan wegens het feit dat ofwel de naamgeving in de loop der jaren veranderd is, hetzij de vindplaats, hetzij het doel waarvoor deze statistiek werd opgesteld.

De statistiek omtrent de overdrachten van onroerende goederen is tweemaal, in 1968 en 1969, onder de benaming « Overdrachten van onroerende goederen » verschenen. Vanaf 1970 zijn de gegevens jaarlijks verschenen en gepubliceerd in de brochure Verkopen van onroerende goederen, die deel uitmaakt van de reeks Financiële statistieken. Het ging in dat geval enkel om een naamsverandering die in 1970 werd doorgevoerd.

Wat de gebouwentelling betreft : de laatste gebouwentelling werd in 1968 uitgevoerd door het NIS op basis van gegevens van het Kadaster. Het NIS verifieerde de gegevens van het Kadaster. Sindsdien maakt het Kadaster twee soorten gegevens over aan het NIS, met name de bodembezetting (bebouwd en niet bebouwd) en het gebouwenbestand.

De gegevens betreffende de bebouwde en onbebouwde percelen werden sinds 1980 door het NIS gepubliceerd (behalve in 1981). Vanaf 1982 zijn deze gegevens tot en met 1 januari 1998 beschikbaar bij het NIS op listing, diskette en cd-rom.

De gegevens van het Kadaster over het gebouwenbestand worden door het NIS sinds 1989 verwerkt tot de kadastrale statistiek van het gebouwenbestand. De jaargang 1989 is gepubliceerd. Sindsdien werden deze gegevens in 1992, 1995 en 1998 verwerkt en opgeslagen in de gegevensdatabank DBREF. Hoewel deze mogelijkheid niet vermeld is in de catalogus van de producten en diensten van het NIS zijn de laatst aangehaalde gegevens van de kadastrale statistiek van het gebouwenbestand op aanvraag verkrijgbaar bij het NIS.

Wat de telling van de winterbezaaiingen en de telling van het vee betreft. Dit is sinds 1969 een onderdeel van de land- en tuinbouwtelling op 1 december; sindsdien zijn deze gegevens geïntegreerd in de publicatie Landbouwstatistieken. De gegevens van de telling van de winterbezaaiingen en van het vee werden tot 1968 apart in een brochure weergegeven; deze publicatie werd in dat jaar stopgezet, zodat zij niet meer apart voorkomt in de door het geachte lid geciteerde catalogus. De resultaten van de land- en tuinbouwtellingen, die nog steeds gehouden worden, zijn sedert 1984 terug te vinden in de reeds geciteerde brochure van de landbouwstatistieken. Voorheen veranderde de naam van de brochure enkele keren.

De catalogus van de producten en diensten van het Nationaal Instituut voor statistiek die door het geachte lid geconsulteerd werd, is een historische inventaris van alle brochures en producten per titel, die het NIS aan de gebruikers aanbiedt. Zoals in de catalogus aangegeven is de documentatiedienst onder meer telefonisch bereikbaar voor verdere vragen in Brussel, Antwerpen, Charleroi, Gent en Luik.

Vervolgens dient men ook bevestigend te antwoorden op het eerste vraagonderdeel van het geachte lid, omdat het statistiekaanbod in de loop der jaren wijzigt. Wanneer de vraag of de behoefte naar bepaalde statistieken afneemt en er geen wettelijke verplichting bestaat ze nog te organiseren, kan dat aanleiding geven tot afstoting en rationalisering van de gegevensverzameling. Dat kan ook wanneer er geen gebruikers meer zijn voor een bepaalde statistiek. Ook de draaglast van de aangever beïnvloedt de omvang van het statistiekaanbod. Ik wil dit illustreren met twee voorbeelden. In de sector van de landbouwstatistieken werkt het NIS aan een hervorming om het statistiekaanbod aan te passen aan de huidige behoeften van de gebruikers. Zo wordt onder meer overwogen om de land- en tuinbouwtelling van 1 december te vervangen door een steekproefonderzoek op 15 november : een aantal afzonderlijke enquêtes, onder meer naar de grootte van de varkensstapel, komt dan te vervallen. In dezelfde catalogus vindt het geachte lid nog oudere jaargangen van de jaarstatistiek van de productie en de investeringen, tot 1994. Vanaf 1995 werd dit onderzoek, gevolg gevend aan de Europese regelgeving, vervangen door een jaarlijkse enquête naar de structuur van de ondernemingen.

2. Op zijn tweede vraag antwoord ik het geachte lid dat ik zijn opvatting niet deel. Het NIS heeft de laatste jaren ernstige inspanningen geleverd om statistische informatie op passende wijze ter beschikking te stellen van de bestemmelingen en gebruikers, met name de overheid, het bedrijfsleven en de samenleving in het algemeen. De activiteiten van het NIS hebben slechts zin als statistische resultaten passend verspreid worden. Het instituut beschikt hiertoe over een aantal traditionele middelen (publicaties op papier, perscommuniqués), maar heeft de laatste jaren werk gemaakt van verspreiding via moderne gegevensdragers, onder meer via cd-rom en het Internet.

Sinds enkele jaren heeft het NIS een verspreidingsbeleid uitgewerkt met volgende beleidslijnen :

Analyse van de vraag : de productie van statistieken mag zich niet laten leiden door administratieve gewoonten of gebruiken maar dient te beantwoorden aan de reële behoeften van de statistiekgebruikers in ruime zin.

Voor de traditionele publicaties wordt verder gewerkt aan een nieuwe stijl. Aandachtspunten van die nieuwe stijl zijn : harmonisering van de brochures (kaft, lettertype, achtergrond), kleurcodes per thema, keuze van een huisstijl, gebruik van hetzelfde logo en de huisstijl op alle producten met het doel de herkenbaarheid en de imagobuilding van het NIS te bevorderen tegen een aanvaardbare kostprijs en met aandacht voor marketingprincipes.

Het NIS is sinds 1998 via het Internet te bereiken op volgende adressen :

Statbel.fgov.be

Mineco.fgov.be

Het NIS levert ernstige inspanningen om de leesbaarheid van teksten te verhogen en ingewikkelde materies eenvoudig voor te stellen.

Ter uitvoering van zijn verspreidingsbeleid heeft het NIS een referentiegegevensbank ­ DBREF ­ ontwikkeld, naast de publicaties vermeld in de catalogus waarnaar het geachte lid verwees. DBREF ­ een logische relationele gegevensbank ­ bevat de resultaten van de statistische gegevensverzameling. Zij bevat tabellen met statistische gegevens die op maat van de gebruiker kunnen opgevraagd en verspreid worden op papier, op diskette of een andere informatiedrager. In de vijf documentatiecentra van het NIS zijn er multimedia-pc's en cd-rom-servers teneinde een betere dienstverlening te verschaffen aan de gebruikers. Het NIS spant zich eveneens verder in om zijn verspreidingsbeleid publieksvriendelijker te maken.

3. Het NIS genereert inkomsten uit de verkoop van zijn publicaties. Het NIS maakt in zijn prijspolitiek een onderscheid tussen vier soorten informatie die aan de gebruikers worden geleverd : basisinformatie, standaardinformatie, eenvoudig maatwerk en complex maatwerk.

Basisinformatie over een statistiek bevat een set met informatie die een algemeen overzicht geeft (geaggregeerde gegevens of een keuze van algemene variabelen). Deze gegevens worden gratis ter beschikking gesteld aan de gebruikers, via de documentatiecentra, de perscommuniqués, de website met gratis downloadbare tabellen, het statistisch overzicht (« Kerncijfers ») of andere dragers van allerlei aard met algemene informatie over elke statistiek.

Onder standaardinformatie worden tabellen of nomenclaturen verstaan die als dusdanig verspreid kunnen worden zonder dat daar ander personeel voor nodig is dan dat van de informatiecentra of de verantwoordelijken voor de verspreiding in de statistiekafdelingen. Concreet gaat het over publicaties, verkoopklare diskettes (data for sale), cd-roms, tegen betaling downloadbare tabellen op de website, volledige kopieën van bestaande publicaties. De prijs van die publicaties wordt bepaald volgens een formule die rekening houdt met de omvang van de publicatie en haar meerwaarde die kan bestaan uit grafieken en commentaren ...

Eenvoudig maatwerk is informatie die speciaal wordt gegeven om te voldoen aan een vraag van een gebruiker wanneer die vraag niet beantwoord kan worden door standaardinformatie op te sturen. Een statisticus dient niet noodzakelijk te interveniëren, doch er dient opzoekingswerk verricht te worden in een of meer informatiebronnen of samengewerkt met informatiecentra en de verantwoordelijken voor de verspreidingen in de statistiekafdelingen. Voorbeelden hiervan zijn uittreksels uit verkoopklare diskettes (data for sale), uit publicaties (NIS of andere instellingen), rapporten in Business Objects van het Universum « Openbare gegevens » van DBREF, maar ook tabellen die in de diensten worden aangemaakt op basis van bestaande databanken, waarvoor niet heel veel wiskundige, statistische, relevantie- of vertrouwelijkheidscontroles nodig zijn.

De prijs wordt bepaald door het aantal bladzijden per brochure bij een verspreiding op papier. Voor de verspreiding op computerleesbare drager wordt hij bepaald door een schatting van het aantal bytes.

Onder complex maatwerk wordt verstaan dat de vraag van de statistiekgebruiker een diepgaand archiefonderzoek vereist of dat een statisticus niet bestaande tabellen dient uit te werken waarvoor uitgebreide wiskundige, statistische, relevantie- of vertrouwelijkheidscontroles noodzakelijk zijn.

Bevoorrechte gebruikers krijgen alle basisinformatie, standaardinformatie en eenvoudig maatwerk gratis.

De bevoorrechte gebruikers zijn :

­ Alle besturen van het ministerie van Economische Zaken alsook de Centrale Raad voor het bedrijfsleven. Leveringen aan andere administraties worden per geval onderzocht. Volgende elementen kunnen hierbij onder andere een rol spelen : samenwerking of niet, modaliteiten voor gratis verzending. Het NIS heeft een lijst met bevoorrechte instellingen, waarbij telkens de omvang van de toegekende voordelen wordt vermeld.

­ De pers omdat zij een belangrijke schakel is in het bekendmaken van recente statistische resultaten.

­ De leden van de regeringen, parlementen en kabinetten ontvangen gratis basisinformatie, standaardinformatie, eenvoudig en complex maatwerk.

Om redenen van die verkoopspolitiek worden de statistische gegevens die gratis zijn op het Internet geplaatst. Het NIS werkt aan een verruiming van het aanbod van gratis informatie.

Het NIS kondigt via het Internet de betalende informatie aan. Het ministerie van Economische Zaken werkt een project uit om per Internet te kunnen betalen indien betalende informatie wordt aangevraagd.

Tot slot wil ik het geachte lid er op wijzen dat onder statistische gegevens of informatie globale en anonieme reeksen en tabellen worden verstaan, waaruit op geen enkele manier individuele of individualiseerbare toestanden kunnen afgeleid worden.