Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-9

ZITTING 1999-2000

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Justitie

Vraag nr. 376 van de heer Van Quickenborne d.d. 26 januari 2000 (N.) :
Belgische Krijgsmacht. ­ Desertie. ­ Militaire rechtbanken. ­ Hervorming.

Recentelijk is een persoon beschuldigd en veroordeeld omwille van desertie omdat hij zijn legerdienst niet heeft vervuld, het leger niet vervoegd heeft op 26 augustus 1993 en zich slechts op 21 juni 1999 heeft gemeld bij de militaire overheden.

De Krijgsraad acht de feiten bewezen. Het betreft een « infraction grave à la discipline militaire, que la situation complètement modifiée en ce qui concerne le service militaire n'enlève rien au fait que la manière d'agir de l'inculpé doit être qualifiée d'asociale et contraste défavorablement avec celle des autres miliciens qui ont accompli correctement leur service ».

In casu betrof het iemand geboren in Brazilië (ius soli dus de Braziliaanse nationaliteit), met een Belgische moeder (ius sanguinis dus Belgische nationaliteit) en een Zwitserse vader (ook Zwitserse nationaliteit). Hij had nooit een voet in België gezet en was tot nu toe professioneel danser en actief in de hele wereld.

Er zouden nog zo'n 1 600 dossiers bestaan, genoeg voor de militaire jurisdicties om zichzelf in leven te kunnen houden en elk jaar een deel van de koek van de gelden voor Justitie te kunnen opeisen.

Blijkbaar houdt de Krijgsraad zich dus nog bezig met dergelijke dossiers, dit uiteraard bij gebrek aan ander werk. Door het wegvallen van de miliciens is er inderdaad veel minder werk en pogen zij zich in leven te houden met dergelijke dossiers.

Bovendien is een dergelijke jurisdictie, waarbij telkens vier militairen moeten zetelen, niet meer van deze tijd.

De straffen die worden uitgesproken zijn dikwijls veel zwaarder dan die uitgesproken door burgerlijke rechtbanken, hoewel het soms gewone burgerlijke delicten betreft (dronkenschap, pedofilie, ...).

Intussen zijn er veel te weinig magistraten in de andere jurisdicties, is de achterstand onoverzienbaar geworden, zijn bepaalde magistraten overbelast terwijl andere « onderbelast » kunnen genoemd worden.

Volgende vragen dringen zich dan ook op :

1. Klopt het dat zo'n 1 600 dergelijke dossiers op behandeling liggen te wachten bij de Krijgsraad ? Zo ja, acht de geachte minister het raadzaam deze personen verder te laten vervolgen of overweegt hij desgevallend een vorm van amnestie ?

2. Hoe beoordeelt de geachte minister de werkzaamheden en taakverdeling van deze hoven en rechtbanken ?

3. Kunt u enig zicht geven op de activiteitsgraad en eventuele achterstand waarmee deze rechtbanken worden geconfronteerd ?

4. Zijn er plannen die gaan in de richting van een hervorming, modernisering of integratie van deze instellingen ?

Antwoord : 1. Het is juist dat ongeveer 1 600 strafdossiers thans hangende zijn op het militair auditoraat te Brussel inzake nog steeds lopende deserties over periodes van meerdere maanden tot meerdere tientallen jaren.

Een ruim gedeelte van deze zaken betreft trouwens deserties die aanvangen van voor de beslissing van opschorting van de dienstplicht.

Deze dossiers maken het voorwerp uit van een uitvoerig onderzoek, maar worden niet noodzakelijk vervolgd voor de Krijgsraad, integendeel. Het openbaar ministerie bij de Krijgsraad stelt trouwens enkel strafrechtelijke vervolgingen in op gemotiveerde wijze zich steunend op objectieve gelijkvormige crtieria, reeds vastgelegd op het ogenblik dat de opschorting van de dienstplicht werd beslist.

Ter herinnering, de wet heeft geenszins een depenalisering van de desertie of een amnestie ingesteld. Een blinde en integrale seponering van de betrokken dossiers zou een arbitraire discriminatie scheppen ten opzichte van de strafwet tussen de personen die voldeden aan hun verplichtingen ten overstaan van de maatschappij en de personen die zich bewust onttrokken aan diezelfde verplichtingen.

2. De octopusakkoorden voorzien de afschaffing van de militaire rechtbanken. De personeelsbezetting werd reeds tot een minimum herleid.

3. a) De activiteiten van het militair rechtscollege, anno 1997, werden als volgt gepubliceerd in de « Revue de droit pénal et de criminologie » (RDP, 1998, blz. 1143) (vrije vertaling) :

Tijdens het jaar 1997 heeft het militair rechtscollege van eerste aanleg de rechterlijke encadrering van de Strijdkrachten verzekerd met een personeelsbezetting van 12 magistraten en 18 griffiers.

Deze werden bijgestaan door een dienst van gerechtelijke politie samengesteld uit 28 rijkswachters verspreid te Brussel, Luik, Gent, Keulen en Beli-Monastir (Slavonië).

Deze personeelsbezetting heeft in de drie landstalen de misdrijven gepleegd door militairen behandeld zowel in België als in het buitenland, op bestendige wijze zowel op het Duits grondgebied als in ex-Joegoslavië, en occasioneel in Spanje, Italië, Frankrijk en Groot-Brittannië.

Tijdens deze periode werden 7 927 strafdossiers behandeld door het militair rechtscollege.

Tussen andere beslissingen, hebben 39 % van deze dossiers het voorwerp uitgemaakt van een seponering; 7 % maakten het voorwerp uit van vervolgingen voor de Krijgsraad; 10 % werden afgesloten door minnelijke schikking en 2 % werden naar de korpstucht verwezen.

Per inbreuken splitsen die dossiers zich als volgt op :

Aantal %
Militaire misdrijven 812 11
Verkeer 3 293 44
Aanslag tegen goederen 1 059 14
Aanslag tegen personen 995 13
Drugs 103 1
Zeden en familie 354 5
Andere 899 12

In gelijkaardige omstandigheden werden in de loop van het jaar 1998, 6 975 strafdossiers behandeld door het militair rechtscollege.

Dient opgemerkt dat 40 % van deze dossiers misdrijven betreffen die werden gepleegd buiten het Belgisch grondgebied.

b) De militaire rechtbanken kennen geen achterstand.

De militaire auditoraten sluiten, naargelang het jaar, 95 tot 97 % van de dossiers af waarmee ze gelast zijn binnen de vier maanden na de opening van deze dossiers.

4. Mijn diensten zijn actief bezig teksten voor te bereiden in uitvoering van de Octopusakkoorden.

De gedingen en het huidig personeel van de militaire rechtscolleges zullen op termijn worden opgenomen in andere rechtscolleges.