Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-7

ZITTING 1999-2000

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Financiën

Vraag nr. 196 van de heer de Clippele d.d. 2 december 1999 (Fr.) :
Collectieve overeenkomsten. ­ Beroepskosten (artikelen 49 en 50 van het WIB 1992).

De collectieve overeenkomsten met betrekking tot de forfaitair bepaalde beroepskosten die niet met bewijsstukken kunnen worden gestaafd, zijn in hun toepassing beperkt tot de belastingplichtige natuurlijke personen.

Zij zijn dus niet van toepassing op de belastingplichtigen die hun beroep uitoefenen in het kader van een professionele vennootschap.

Dat is toch wat blijkt uit de omzendbrieven nrs. CI.RH 842/296.960 en 961 met betrekking tot de collectieve overeenkomsten met de advocaten en de gerechtsdeurwaarders en uit het antwoord dat wordt gegeven op de parlementaire vraag van senator Govaerts (Vragen en Antwoorden , Senaat nr. 1-40 van 11 maart 1997, 1996-1997, blz. 1969).

Dergelijke beperking lijkt mij niet uitdrukkelijk bepaald in het WIB 1992. Kan de geachte minister een juridische grondslag geven voor het ontkennende antwoord dat senator Govaerts heeft gekregen ?