Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-5

ZITTING 1999-2000

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 150 van de heer Kelchtermans d.d. 19 november 1999 (N.) :
Killer-raket. ­ Inbreuk op het Anti-Ballistic-Missile-Verdrag.

In de nacht van 2 op 3 oktober 1999 hebben de Amerikanen met succes een « killer-raket » getest, waarbij een vanop de basis Vandenberg in Californië afgevuurde Minuteman-raket boven de Stille Oceaan werd onderschept door een vanop de Marshall-eilanden gelanceerde afweerraket. Volgens het Pentagon is hiermee proefondervindelijk bewezen dat een intercontinentale raket die op de Verenigde Staten wordt afgevuurd, met succes kan worden vernietigd.

Tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York op 21 september 1999 verklaarde de Russische minister van Buitenlandse Zaken Igor Ivanov reeds dat unilaterale acties die het ABM-Verdrag als hoeksteen van strategische stabiliteit ondermijnen, bijzonder gevaarlijke gevolgen inhouden.

Naar aanleiding hiervan kreeg ik van de geachte minister gaarne antwoord op volgende vragen :

1. Beschouwt hij dit, net zoals de Russen, ook als een schending van het Anti-Ballistic-Missile-Verdrag van 1972, waarbij de beide verdragsluitende partijen zich ertoe verbonden hadden niet te zullen werken aan een systeem dat de raketten van de andere partij kan vernietigen ? Zo ja, hoe zal hij hierop reageren ? Zo neen, om welke redenen ?

2. Bestaat niet het risico zoals sommige diplomatieke bronnen suggereren dat een Amerikaans antiraketsysteem de Amerikaanse veiligheid kan loskoppelen van de Europese ?

3. Acht hij ook niet de kans zeer reëel dat deze proef, evenals de recente weigering van de Amerikaanse Senaat om het Algemeen Verdrag over een verbod op kernproeven te onderschrijven, aanleiding zal geven tot een nieuwe impuls in de wapenwedloop, aangezien de Russen hun technologische achterstand zeker zullen willen ophalen ? Welke rol kan ons land hierin spelen en welke rol wenst hij hierin op zich te nemen ?

Antwoord : 1. De USA-test van 2 op 3 oktober 1999 is strico senso in overeenstemming met de bepalingen van het ABM-Verdrag (artikels 2, 4 en 5, § 1). Kern is artikel 4, waaronder ABM-systemen of onderdelen mogen ontwikkeld en getest worden in sites, die door de partijen zijn goedgekeurd.

2. Het risico dat de veiligheidssituatie van Europa en die van Amerika losgekoppeld worden door het National Missile Defence Initiative, werd onmiddellijk opgemerkt en ter discussie gesteld onder andere binnen de NAVO. Dit risico is hypothetisch, vermits nog geen enkele beslissing genomen is betreffende de ontplooiing, de omvang, de locaties, de strategie. Bovendien is er nu geen klaarheid over de diplomatieke context waarin zulke eventuele Amerikaanse beslissing zou komen te liggen, noch in het relatieveld met West-Europa, noch in de relaties met Rusland. Ik vertrouw erop dat de Transatlantische verstandhouding deze bekommernissen zal opvangen.

3.1. Ik ben uiterst bezorgd over het huidige negatieve klimaat inzake ontwapening, dat sterk beïnvloed wordt door de internationale perceptie van de intentie van de USA om een nationaal afweersysteem tegen ballistische raketten te ontwikkelen en van de niet-ratificatie door de USA-Senaat van het Kernstopverdrag. Uiteraard is zulk een ontwikkeling niet bevorderlijk voor het vlot verloop van de bilaterale ontwapeningsonderhandelingen en van de werkzaamheden in de relevante multilaterale fora (zoals de Ontwapeningsconferentie in Genève) en op het non-proliferatieregime (met de vijfjaarlijkse toetsingsconferentie van april-mei 2000) in het algemeen.

3.2. België ijvert zowel bilateraal als in ruimere verbanden (als EU- en als NAVO-partner) om het noodzakelijke vertrouwensklimaat te vestigen om deze negatieve tendens om te buigen en om tegelijkertijd voldoende waarborgen in te bouwen om Staten te beschermen tegen de dreiging die uitgaat van proliferatorstaten. Zo stelde België tijdens de Conferentie van Wenen over de problematiek van de niet-inwerkingtreding van het CTBT-Verdrag (begin oktober 1999) voor om een informele groep op te richten van de 44-Staten, wiens toetreding nodig is voor de inwerkingtreding van het CTBT-Verdrag.