2-196/1 | 2-196/1 |
24 NOVEMBER 1999
Dit wetsvoorstel werd opgesteld in navolging van een vroeger ingediend wetsvoorstel rond de dubbele naamgeving (26 september 1995, Stuk Senaat, nr. 1-112/1). In tegenstelling tot het vorige voorstel wordt hier geopteerd om de volgorde in de verwijzing naar respectievelijk de naam van de moeder en de naam van de vader in de dubbele naam van het kind om te wisselen.
Ik zou hier dus willen voorstellen de naam van het kind te laten bestaan uit de naam van de moeder, gevolgd door de naam van de vader. Door zowel de naam van de vader als die van de moeder op te nemen, blijft de verbondenheid van het kind met de beide ouders uitgedrukt.
Deze keuze botst iets meer met onze traditie in die zin dat voortaan de afstamming van de kant van de moeder duidelijker en makkelijker traceerbaar zal zijn wat vroeger veeleer het geval was met de afstamming van vaderszijde. Er zijn echter verschillende argumenten aan te halen om de naam van de vader door die van de moeder te laten voorgaan.
In eerste instantie kan zo de jarenlange denigrerende houding tegenover de vrouw, en op zijn minst discriminerende houding tegenover de moeder, worden verholpen. Ook is het belangrijk dat op die manier de « innige » band tussen moeder en kind in de naamgeving bevestigd wordt. Per slot van rekening is het de moeder die het kind negen maanden draagt in haar schoot en nog in vele gevallen instaat voor het grootste deel van de opvoeding binnen het gezin.
Ik verzet mij expliciet tegen de keuze voor een enkelvoudige naam. In sommige kringen wordt geopperd dat de enige mogelijke juiste keuze die voor de naam van de moeder is. Dit lijkt me niet opportuun daar men op die manier de ene discriminatie (enkel de naam van de vader) gaat vervangen door een andere (enkel de naam van de moeder), waardoor men eigenlijk weer terug naar af is.
Aan jongens de naam van de vader geven en aan meisjes de naam van de moeder lijkt me eveneens verwerpelijk. Het is belangrijk dat alle kinderen uit hetzelfde gezin dezelfde naam blijven dragen.
Artikel 2
De naam van het kind bestaat in de toekomst uit twee delen. Het eerste deel is de naam van de moeder en het tweede deel de naam van de vader.
De naam kan maar uit twee delen bestaan zodat bij een dubbele naam van de moeder en/of vader enkel het eerste deel van ieders naam overgaat naar het kind.
Indien slechts afstamming tegenover één van beide ouders vaststaat, krijgt het kind enkel de volledige naam van die ouder.
Indien zowel de afstamming van de vader als die van de moeder vaststaan, maar de vader gehuwd is met een andere vrouw, krijgt het kind de volledige naam van zijn moeder.
Dit artikel regelt eveneens de naamdracht ingeval de afstamming van vaderszijde wordt vastgesteld nadat de afstamming van moederszijde vaststond en dus nadat het kind de naam van de moeder heeft gekregen.
Artikel 3
A) Hier worden de gevolgen van een adoptie voor de naam geregeld. Door adoptie krijgt de geadopteerde dezelfde naam als een gewone afstamming. Ook hier blijft de uitzondering bestaan dat de geadopteerde zijn oorspronkelijke naam kan behouden blijven. In de huidige wetgeving leidde dit tot een dubbele naam, in de nieuwe wetgeving kan dit leiden tot een drievoudige naam.
B) De regeling in geval van een nieuwe adoptie wordt aan de voorgenoemde principes aangepast.
C) Daarnaast worden de gevolgen van de adoptie van een meerderjarige geregeld.
D) Paragraaf 3 van artikel 358 van het Burgerlijk Wetboek dient te worden geschrapt omdat deze paragraaf juist de discriminatie tegenover een vrouw expliciet uitdrukt. Adoptie door een vrouw of een man dient steeds dezelfde gevolgen te hebben.
E) Ook in geval van adoptie door een weduwe moet het mogelijk zijn dat haar naam en die van haar overleden echtgenoot toegevoegd worden aan of in de plaats komen van de naam van de geadopteerde.
Artikel 4
Dit artikel geeft de mogelijkheid om minderjarige kinderen, geboren vóór de inwerkingtreding van de voorgestelde wetswijzigingen, dezelfde naam te geven als hun broers of zussen die geboren of geadopteerd worden na het van kracht worden van de nieuwe wet.
| Vincent VAN QUICKENBORNE. |
Artikel 1
Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art. 2
In artikel 335 van het Burgerlijk Wetboek, ingevoegd bij wet van 31 maart 1987, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A) paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
« § 1. Het kind wiens afstamming alleen van vaderszijde vaststaat, draagt de naam van zijn vader. Het kind wiens afstamming van vaderszijde en van moederszijde tegelijkertijd komen vast te staan, draagt het eerste deel van de naam van zijn moeder of indien deze maar één naam heeft, de naam van zijn moeder, gevolgd door het eerste deel van de naam van zijn vader of indien deze maar één naam heeft, de naam van zijn vader, behalve wanneer de vader gehuwd is en een kind erkent dat tijdens het huwelijk bij een andere vrouw dan zijn echtgenote is verwekt. »;
B) paragraaf 3, eerste lid, laatste zin, wordt vervangen als volgt :
« Evenwel kunnen de ouders samen of een van hen, indien de andere overleden is, in een door de ambtenaar van de burgerlijke stand opgemaakte akte verklaren dat het kind eveneens het eerste deel van de naam van de moeder of indien deze maar één naam heeft, de naam van de moeder zal dragen, gevolgd door het eerste deel van de naam van de vader of indien deze maar één naam heeft, de naam van de vader. »
Art. 3
In artikel 358 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij wet van 31 maart 1987, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
A) paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
« § 1. Door de adoptie verkrijgt de geadopteerde, in plaats van zijn naam, die van de adoptant(e) of, in geval van gelijktijdige adoptie door twee echtgenoten, het eerste deel van de naam van de vrouw of indien deze maar één naam heeft de naam van de vrouw, gevolgd door het eerste deel van de naam van de man of indien deze maar één naam heeft, de naam van de man.
Partijen kunnen evenwel overeenkomen dat de geadopteerde zijn naam of het eerste deel van zijn naam indien het uit twee delen bestaat zal behouden, gevolgd door het eerste deel van de naam van de adoptant(e) of indien deze maar één naam heeft, de naam van de adoptant(e) of de adoptanten. »;
B) paragraaf 2 wordt vervangen als volgt :
« § 2. In geval van adoptie, door de partner, van een adoptief kind van de echtgenoot of echtgenote, of in geval van een nieuwe adoptie als bepaald in artikel 346, tweede lid, wordt het eerste deel van de naam of indien deze maar één naam heeft, de naam van de nieuwe adoptant(e) toegevoegd als deel van die van de geadopteerde, ongeacht of diens naam bij de vorige adoptie behouden of veranderd werd.
Indien bij de vorige adoptie de naam van de geadopteerde is vervangen door die van de adoptant(e), kunnen partijen overeenkomen dat de nieuwe naam van de geadopteerde samengesteld zal zijn uit de naam die hij gekregen heeft bij de vorige adoptie, gevolgd door het eerste deel van de naam of indien deze maar één naam heeft of hebben, de naam van de nieuwe adoptant(e) of adoptanten.
Wanneer bij de vorige adoptie de naam van de vorige adoptant(e) is toegevoegd aan de naam van de geadopteerde, kunnen partijen overeenkomen dat de naam van de geadopteerde samengesteld zal zijn uit :
hetzij de oorspronkelijke naam van de geadopteerde gevolgd door het eerste deel van de naam of indien deze maar één naam heeft of hebben, de naam van de nieuwe adoptant(e) of van de adoptanten;
hetzij de naam van de vorige adoptant(e), gevolgd door het eerste deel van de naam of indien deze maar één naam heeft of hebben, de naam van de nieuwe adoptant(e) of adoptanten.
De geadopteerde die vóór een vorige adoptie dezelfde naam droeg als de nieuwe adoptant(e) of adoptanten, herkrijgt de naam zonder enige wijziging. »;
C) paragraaf 2bis , tweede lid, wordt vervangen als volgt :
« Indien de geadopteerde zijn naam behouden heeft bij een vorige adoptie, kunnen zij eveneens overeenkomen dat hij deze mag laten volgen door het eerste deel van de naam of indien deze maar één naam heeft of hebben, de naam van de adoptant(e) of adoptanten. »;
D) paragraaf 3 wordt opgeheven;
E) paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
« § 4. In geval van adoptie door een weduwe kunnen partijen, in onderlinge overeenstemming, de rechtbank verzoeken om het eerste deel van de naam of indien deze maar één naam heeft, de naam van de overleden man van de adoptante, voorafgegaan door het eerste deel van haar eigen naam of indien ze maar één naam heeft, haar naam in de plaats te stellen van of toe te voegen aan de naam van de geadopteerde. »
Art. 4
De wijzigingen voortvloeiend uit de bepalingen van de artikelen 335 en 358 van het Burgerlijk Wetboek hebben slechts gevolg voor de geboortes of adopties die na de inwerkingtreding van deze wet geschieden. Nochtans kunnen minderjarige kinderen die via afstamming of adoptie broers en/of zussen krijgen die vallen onder deze regeling eveneens op verzoek van beide ouders of de ouder indien er maar één vaststaat, een naamsaanpassing krijgen zoals bepaald in deze wet.
De naamsverandering kan in die gevallen geschieden, in een door de ambtenaar van de burgerlijke stand opgemaakte akte, door een verklaring van beide ouders samen of door de ouder indien er maar één vaststaat, dat het minderjarige kind tevens de naam van de moeder zal dragen, naast de naam van de vader.
| Vincent VAN QUICKENBORNE. |
(1) Dit wetsvoorstel werd in de Senaat reeds ingediend op 5 augustus 1997, onder het nummer 1-719/1 1996/1997.