2-195/1

2-195/1

Belgische Senaat

ZITTING 1999-2000

24 NOVEMBER 1999


Wetsvoorstel houdende de rechtstreekse verkiezing van de burgemeester (1)

(Ingediend door de heer Vincent Van Quickenborne)


TOELICHTING


De diepe vertrouwenscrisis van de jongste jaren vraagt om grondige hervormingen. Alleen een nieuwe politieke cultuur en een doorgedreven democratisering van ons politiek bestel kunnen het vertrouwen in de instellingen van ons land herstellen. Op lokaal vlak dient men derhalve te zoeken naar nieuwe mogelijkheden om de verhouding tussen burger en bestuur gestalte te geven.

Ondanks de afspraken, gemaakt in het kader van het Sint-Michielsakkoord, is de gemeente- en provinciewet nog niet gefederaliseerd. Deze federalisering zou nochtans de noodzakelijke democratisering en modernisering van het lokale besluitvormingsniveau kunnen versnellen.

Tot op heden blijft de gemeentewet echter een federale bevoegdheid. Volgens de vigerende wetgeving wordt de burgemeester door de Koning benoemd op voordracht van de verkozen maar nog niet beëdigde gemeenteraadsleden.

De burger die zijn stem heeft uitgebracht bij de gemeenteraadsverkiezingen wordt nadien niet het minst betrokken in de ondoorzichtige procedure van coalitieafspraken die uiteindelijk aan de basis liggen van de burgemeestervoordracht.

Anderzijds blijven de verkiezingen voor de burgers het belangrijkste aanknopingspunt met de lokale democratie. Vanuit een principieel democratisch standpunt moet de burgemeester derhalve verkozen worden. De Bijzondere Commissie Vraagpunten van de Nederlandse Tweede Kamer stelde in haar rapport dat de verkiezing van de burgemeester een wezenlijke bijdrage kan leveren aan een noodzakelijke modernisering van de lokale politiek door een versterking van het herkenbare democratische leiderschap op lokaal niveau en een vergroting van de lokale factor in de gemeenteraadsverkiezingen.

Feit is dat de lokale politiek door de directe verkiezing van de burgemeester in elk geval zou worden verlevendigd. De functie van burgemeester, die hoe dan ook in het plaatselijke politieke bestel de spilfiguur is, zal immers tussen verschillende kandidaten in concurrentie gesteld worden waarbij de stem van de burger, zonder tussenschotten, beslissend is.

Bovendien ontleent de direct gekozen burgemeester zijn legitimiteit rechtstreeks aan de kiezer, waardoor hij in een krachtige positie tegenover de gemeenteraad en de politieke fracties staat.

Bovendien zal de burgemeester na het verstrijken van zijn ambtstermijn, rechtstreeks door de burger over het gevoerde beleid kunnen worden beoordeeld.

In het huidige stelsel dient de burgemeester geen directe confrontatie met de kiezer aan te gaan maar is hij, omringd door een schare medekandidaten, ingedekt in de lijst waarop hij zich presenteert.

Indien er, wat de wijze van rechtstreekse verkiezing betreft, een aantal varianten mogelijk zijn, wordt in onderhavig voorstel geopteerd voor het stelsel van de volstrekte meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen, wat uiteraard mogelijk verkiezing in twee ronden impliceert.

Aangezien de burgemeester over een duidelijke legitimiteit, rechtstreeks van de kiezer, beschikt, kan zijn mandaat uiteraard niet door de gemeenteraad worden afgenomen. Er wordt dan ook enkel voorzien in buitengewone verkiezingen in geval van ontslag of overlijden.

Dit voorstel beoogt dus de gemeentelijke democratie te verlevendigen en de intra-gemeentelijke verhoudingen grondig te wijzigen. Dit moet uitmonden in een positieve verandering in de werking van de lokale democratie.

Vincent VAN QUICKENBORNE.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 13 van de nieuwe gemeentewet wordt vervangen als volgt :

« Art. 13. ­ De burgemeester wordt rechtstreeks verkozen door de vergadering van gemeenteraadskiezers.

Om kandidaat-burgemeester te zijn moet men ofwel worden voorgedragen door 5 % van de kiesgerechtigde inwoners van de betrokken gemeente en dit met een maximum van 2 000 kiesgerechtigde inwoners, ofwel worden voorgedragen door de op eenzelfde lijst bewilligende kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen, die daartoe één kandidaat kunnen voordragen.

Hiervoor dient een gedagtekende akte van voordracht te worden neergelegd in handen van de voorzitter van het hoofdbureau. Om ontvankelijk te zijn moet zij ondertekend zijn door een meerderheid van de op dezelfde lijst voorgedragen kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen. Niemand mag meer dan één akte van voordracht ondertekenen. De voorgedragen kandidaat bewilligt zijn kandidaatstelling door een gedagtekende en schriftelijke verklaring. »

Art. 3

In de gemeentekieswet, gecoördineerd op 4 augustus 1932, wordt artikel 66, opgeheven bij de wet van 16 juli 1993, opnieuw opgenomen in de volgende lezing :

« Art. 66. ­ § 1. Om tot burgemeester te kunnen worden verkozen en om burgemeester te blijven moet men :

1º Belg zijn;

2º de volle leeftijd van eenentwintig jaar hebben bereikt;

3º in het bevolkingsregister van de gemeente ingeschreven zijn.

Niet verkiesbaar zijn :

1º zij die door veroordeling ontzet zijn uit het recht om gekozen te worden;

2º zij die van het kiesrecht uitgesloten zijn met toepassing van artikel 6 van het Kieswetboek;

3º zij die in de uitoefening van het kiesrecht geschorst zijn met toepassing van artikel 7 van dat Wetboek;

4º zij die, onverminderd de toepassing van de bepalingen vermeld in 1º tot 3º, veroordeeld zijn, zelfs met uitstel, wegens één van de in de artikelen 240, 241 en 245 tot 248 van het Strafwetboek omschreven misdrijven, gepleegd bij de uitoefening van een gemeenteambt; deze onverkiesbaarheid eindigt twaalf jaar na de veroordeling.

Aan de verkiesbaarheidsvereisten moet voldaan zijn uiterlijk op de dag van de verkiezing, met uitzondering van de voorwaarden vermeld in het eerste lid, 1º en 3º, die vervuld moeten zijn uiterlijk op de dag waarop de kiezerslijst afgesloten wordt.

§ 2. Tot burgemeester wordt verkozen de kandidaat die de volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen behaalt. Heeft geen van de kandidaten de volstrekte meerderheid verkregen, geschiedt de herstemming over de twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald. In geval van staking van stemmen bij de herstemming is de jongste kandidaat verkozen.

§ 3. De verkiezing van de burgemeester heeft van rechtswege plaats om de zes jaar op de dag waarop de gemeenteraadsverkiezingen worden gehouden. De eventuele herstemming heeft veertien dagen later plaats. De verkiezing is vrij en geheim.

§ 4. Indien een kandidaat overlijdt na de indiening van de voordracht en vóór de dag van de verkiezing, wordt de verkiezing uitgesteld. De verkiezing heeft dan plaats binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf de dag dat de verkiezing moest plaatsvinden.

Indien één van de twee kandidaten die deelnemen aan de herstemming, overlijdt vóór de dag van de herstemming, wordt die eveneens uitgesteld en wordt de eerste verkiezing als nietig beschouwd.

Enkel de lijsten die bij de uitgestelde of nietig verklaarde verkiezing een kandidaat hebben voorgedragen, kunnen voor de nieuwe verkiezing een kandidaat voordragen.

De eerste stembeurt van de nieuwe verkiezing heeft plaats binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf de dag van de herstemming.

§ 5. De kiezers worden in buitengewone vergadering bijeengeroepen om te voorzien in de vacature die ontstaat door overlijden of ontslag van de burgemeester. Deze vergadering heeft altijd plaats op een zondag, binnen een termijn van zestig dagen na het overlijden of het ontslag.

§ 6. Indien er slechts één kandidaat voorgedragen wordt, wordt deze zonder meer door het hoofdstembureau gekozen verklaard.

§ 7. Aan de kandidaten wordt hetzelfde volgnummer en hetzelfde letterwoord toegekend als dat van de onderscheiden voordragende lijsten van kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen.

§ 8. De kiezer mag slechts een stem uitbrengen.

§ 9. De uitslag van de telling van de stemming wordt in het openbaar bekendgemaakt. De kandidaat die de volstrekte meerderheid van de geldige stemmen heeft behaald wordt door het hoofdstembureau gekozen verklaard.

Ingeval niemand de volstrekte meerderheid heeft behaald, kondigt het hoofdstembureau de namen af van de kandidaten die aan de herstemming zullen deelnemen.

§ 10. De Koning stelt de nadere regels vast voor de verkiezing van de burgemeester overeenkomstig de procedure bedoeld in deze wet.

Dit besluit zal ter goedkeuring aan de Wetgevende Kamers worden voorgelegd, één jaar na de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad . »

Vincent VAN QUICKENBORNE.

(1) Dit wetsvoorstel werd in de Senaat reeds ingediend op 27 maart 1997, onder het nummer 1-602/1 ­ 1996/1997.