2-189/1 | 2-189/1 |
24 NOVEMBER 1999
Eén van de fundamentele problemen van inheemse volkeren is het feit dat hun opvattingen, levenswijze en culturele waarden botsen met de dominante cultuur van de Staat waarin ze (noodgedwongen) leven. Volgens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens moeten ook de waarden en gebruiken van de inheemsen als universele rechten gerespecteerd worden. Dit is echter niet altijd het geval.
In juni bezochten afgevaardigden van een aantal inheemse volkeren ons land met de vraag om steun in hun strijd tegen discriminatie. Eén van die vertegenwoordigers behoorde tot de Dineh-bevolkingsgroep (Navajo) in Arizona. De Dineh zijn gehuisvest in een gebied omgeven door vier bergen, welke de heilige grenzen vormen van het gebied dat hun reeds van oudsher toebehoort. De traditionele Dineh van Big Mountain hebben zich in 1979 officieel onafhankelijk verklaard.
Eigen aan de cultuur van inheemse volkeren is hun verbondenheid met het grondgebied waarop ze leven. Deze grond heeft niet enkel een materiële vastgoedwaarde, maar ook, en in de eerste plaats, een spirituele waarde. Wanneer men die volkeren gaat dwingen om te verhuizen, raakt men aan hun eigenwaarde.
De Dineh worden momenteel bedreigd door de hervestigingswet PL 93-531, die de JUA (Joint Use Area) , waarbinnen zowel Hopi en Dineh leven, verdeelt in een exclusief Hopi en idem Dineh-deel. Een aantal traditionele Dineh worden gedwongen te verhuizen, zodat de « tribal Council » (officiële stamraad, verkozen volgens de regels van de VS-regering maar niet erkend door de inheemsen) en de VS-regering vrij spel hebben om de ondergrond van het gebied, waar deze groep momenteel leeft, te exploiteren.
Vanuit de Dineh kwam er protest, dat onder meer werd beantwoord met het afschieten van hun veestapel en met onteigening. In 1996 hebben de VS-regering en de Hopi-tribal Council een verzoeningsovereenkomst ondertekend die de Dineh verplichtte ten laatste op 31 december 1996 te verhuizen naar een besmet radioactief gebied. Afgezien van deze gedwongen verhuis, worden nog tal van andere (traditionele en religieuze) rechten van de Dineh geschonden, zoals het verhinderen van hun religieuze feesten, het afmaken van hun veestapel,...
De vraag om hulp kan worden ingelost door o.m. waarnemers te sturen naar dit gebied om te praten met de verschillende belanghebbende partijen in dit geschil (de Hopi-stamraad, de Dineh-stamraad, het bedrijf Peabody Coal, het bureau voor Indiaanse aangelegenheden, het departement binnenlandse zaken van de VSA, het staatsdepartement van Justitie). Zo kunnen de bevoegde overheden binnen de VSA worden aangezet tot het heroverwegen van eventuele beslissingen.
| Vincent VAN QUICKENBORNE. |
De Senaat,
Gelet op de resolutie betreffende de problematiek van de inheemse volkeren, eenparig aangenomen door de Belgische Senaat op 3 november 1993;
Gelet op de positieve rol die België reeds vroeger uitoefende op het vlak van de benadering van de problematiek van de inheemse volkeren;
Gelet op de schending van de mensenrechten, de discriminatie en de niet-eerbiediging van de traditionele culturen van de inheemse volkeren;
Gelet op de bescherming van de rechten en vrijheden van inheemse volkeren, opgenomen in de internationale wetgeving;
Gelet op de weigering van de VSA om informatie te verstrekken aan de Verenigde Naties over het relocatieprogramma van de Dineh en Hopi-stam in Arizona;
Overwegende dat de Algemene Vergadering van de VN het tijdperk 1994-2003 heeft uitgeroepen tot VN-decennium voor inheemse volkeren;
Overwegende dat de gedwongen verhuis gezien kan worden als een vorm van genocide, waaraan de inheemse Dineh-bevolking wordt blootgesteld;
Vraagt de regering :
1º in het kader van haar buitenland- en ontwikkelingsbeleid verder oog te hebben voor de specifieke problematiek van de inheemse volkeren;
2º de beleidsnota inheemse volkeren die in 1993 werd opgesteld actief uit te werken en te verwezenlijken;
3º de oprichting van een afzonderlijk Belgisch Fonds voor Inheemse Volkeren dat zich richt op de versterking van de bestuurscapaciteit van inheemse volkeren en hun organisaties.
| Vincent VAN QUICKENBORNE. |
(1) Dit voorstel van resolutie werd in de Senaat reeds ingediend op 27 september 1996, onder het nummer 1-424/1 1995/1996.