Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 2-1

ZITTING 1999-2000

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Financiën

Vraag nr. 50 van mevrouw Thijs d.d. 7 september 1999 (N.) :
Ontwikkelingssamenwerking. ­ Stelsel van staatsleningen.

In 1964 werd het stelsel van staatsleningen opgericht waardoor de minister van Buitenlandse Handel en de minister van Financiën samen financiële bijstand aan de ontwikkelingslanden kunnen toekennen. Hierdoor worden deze landen in de mogelijkheid gesteld om tegen zeer gunstige voorwaarden Belgische goederen en diensten aan te schaffen in het kader van hun sociale en economische ontwikkeling. Deze staatsleningen met een intrestvoet van 0 % of 2 % zijn terugbetaalbaar in twintig jaarlijkse afbetalingen. In feite zijn deze leningen een bijkomend instrument van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

Graag had ik van de geachte minister een antwoord gekregen op de volgende vragen :

1. Aan welke landen hebben we momenteel een dergelijke staatslening toegekend en wat is de stand van zaken betreffende de afbetaling aan België ?

2. Op basis van welk criterium kent men een intrestvoet van 0 % of 2 % toe ?

3. Zijn er in het verleden reeds problemen geweest met de terugbetaling van deze leningen ? Zo ja, welke maatregelen heeft de geachte minister genomen ?

4. Zal men in de toekomst bij het toekennen van dergelijke lening voorrang verlenen aan de zogenaamde partnerlanden ?

5. Op welk budget worden deze staatsleningen ingeschreven ?