(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Oost-Timor beleeft thans een hallucinant drama waarbij intimidaties, terreur en moordpartijen zijn uitgedraaid op een ware etnische zuivering. Hoewel het Indonesische leger geacht wordt de veiligheid van de bevolking van Oost-Timor te garanderen, inzonderheid krachtens de overeenkomst tussen Indonesië en Portugal die op 5 mei in New York werd ondertekend, wordt steeds duidelijker dat datzelfde leger de terreurcampagne en de gedwongen verhuizing van hele bevolkingsgroepen organiseert.
Indonesië, dat het al niet zo nauw nam met artikel 3 van de Overeenkomst van New York die voorzag in het handhaven van een vredes- en veiligheidsklimaat om een verkiezingsproces te kunnen garanderen dat vrij is van intimidaties en geweld, heeft zich vandaag nog opnieuw verzet tegen de komst van een internationale vredesmacht. Indonesië negeert niet alleen de internationale gemeenschap maar ook de wil van de bevolking van Oost-Timor waarvan 78,5 % zich dit weekend duidelijk heeft uitgesproken voor onafhankelijkheid en dit ondanks alle bedreigingen.
Welke initiatieven denkt onze regering te nemen :
1. op bilateraal niveau
Welke humanitaire spoedmaatregelen denkt u te nemen om de bevolking van Timor te helpen ?
Welke initiatieven denkt onze minister van Financiën te nemen op bilateraal niveau en via het IMF, wanneer hij weet dat op financieel niveau de hulp die ons land aan Indonesië verleent, onder meer via leningen van Staat tot Staat, in de periode 1968-1996 in totaal 6,8 miljard Belgische frank bedroegen indien hij de omvang van de hulp die het IMF aan Indonesië verleent (10 miljard dollar) kent ?
Welke andere initiatieven denkt u op dit niveau te nemen ?
2. op Europees niveau
Welke initiatieven denkt u te nemen om een snelle en gemeenschappelijke reactie van de 15 lidstaten te bevorderen ?
3. op niveau van de Verenigde Naties
Is onze regering bereid steun te verlenen aan een militair ingrijpen dat de vrede en de veiligheid in Timor moet herstellen en dat door verschillende landen uit het gebied in de Stille Oceaan ten zeerste op prijs zou worden gesteld ?
Antwoord : Het geachte lid gelieve, in antwoord op zijn vraag, hierna de volgende inlichtingen te vinden.
1. Op bilateraal vlak
Humanitaire noodmaatregelen behoren niet tot de bevoegdheid van de minister van Financiën.
Wat de recente bilaterale hulp aan Indonesië betreft, werd een enveloppe leningen van Staat tot Staat toegekend op 4 juli 1996. De werkelijke storting van de uit deze enveloppe opgenomen geldsommen is echter onderworpen aan voorwaarden betreffende zowel de economische als de politieke toestand. Bijgevolg lijkt het me in de huidige context wenselijk een afwachtende houding aan te nemen ten aanzien van elke aanvraag tot storting.
2. Op multilateraal vlak
In eerste instantie heeft de raad van bestuur van het IMF van 10 september 1999 beslist de eerstvolgende zending voor de tussentijdse herziening van het structurele aanpassingsprogramma van Indonesië op te schorten. Deze beslissing van het IMF was niet gemotiveerd door politieke overwegingen hoewel het zeker is dat de politieke steun van de internationale gemeenschap op essentiële wijze bijdraagt tot het succes van de door het IMF gesteunde hervormingsprogramma's , maar was gebaseerd op louter economische redenen, zoals het Bali Bank-schandaal dat het vertrouwen van de markt fel heeft aangetast.
In tweede instantie heeft het IMF op 5 oktober 1999 beslist zeer binnenkort een technische zending te sturen naar Indonesië. Het sturen van deze zending mag niet geïnterpreteerd worden als een versoepeling van het standpunt van het fonds tegenover de Indonesische autoriteiten. Inderdaad, er moet een bevredigende oplossing gevonden worden voor het Bali Bank-schandaal, met inbegrip van de publicatie van een auditverslag, vooraleer het fonds de voltooiing van de herziening van het huidige programma kan overwegen. Het IMF verwacht niettemin niet dat deze oplossing zal gevonden worden vóór het aantreden van de nieuwe regering. Bovendien heeft het fonds, in overeenstemming met de nieuwe ingesteldheid van de Indonesische autoriteiten, gemeend dat het weinig oordeelkundig zou zijn niet zo snel mogelijk betrokken te zijn bij het opstarten van het nieuwe proces.
3. Op Europees vlak
Tot op heden werden de aangelegenheden met betrekking tot Oost-Timor behandeld door de « Raad algemene zaken » waarvoor mijn collega van Buitenlandse Zaken bevoegd is.
4. Op het niveau van de UNO
De minister van Financiën is niet bevoegd inzake de aspecten verbonden aan een militaire interventie; hij is enkel belast met de toepassing van de financiële sancties die zouden kunnen uitgevaardigd worden aan de hand van UNO-resoluties.