(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Naar aanleiding van de raadpleging over het nieuwe infrastructuurplan van de NMBS heeft de studiedienst van de NMBS er onder meer zeer terecht me dunkt op gewezen dat het beheer van de NMBS nooit geëvalueerd wordt.
Nog niet zolang geleden werd haar een bijkomend subsidie van 140 miljard over tien jaar toegekend zonder dat daarvoor ook maar de geringste precieze verantwoordelijkheid gegeven werd.
De federatie is enige aandeelhouder van de NMBS; het behoort de minister het Parlement in te lichten of volgens hem dit beheer goed of slecht is. Zo beschikt de NMBS over cijfers die de opbrengst van elke lijn aangeven. Bestaan ook cijfers over de kost van elke lijn ? Wat is de rendabiliteit per lijn en per gewest ?
Antwoord : De NMBS beschikt niet over boekhoudkundige cijfers die de opbrengst of de kosten van elke lijn aangeven. Er bestaan dus ook geen betrouwbare gegevens over de rendabiliteit per lijn.
De cijfers over de « opbrengsten » per baanvak zoals vermeld in interne NMBS-documenten over de spoorlijnen zijn niet meer dan benaderingen, gebaseerd :
enerzijds op de tellingen van de in- en uitstappende reizigers per halte en per trein tijdens een korte representatieve periode (één week in oktober) en van de gemiddelde vervoerde hoeveelheid per werkdag en per baanvak wat de goederen betreft;
anderzijds op de gemiddelde opbrengsten van reizigers- en goederenverkeer per afgelegde trein/km.
Een verdeling van de opbrengsten van een individueel vervoerbewijs (biljet, treinkaart, vrachtbrief, ...) kan alleen forfaitair gebeuren op basis van algemene verdeelsleutels. Hoe dient de prijs van een biljet Turnhout-Brussel verdeeld worden over de lijn 29 (Turnhout-Herentals), 15 (Herentals-Lier), 13 (Lier-Y Duffel), 25/27 (Y Duffel-Brussel) ? In andere gevallen weet men niet welke lijnen een bepaalde reiziger zal gebruiken. Een reiziger met een treinkaart Kortrijk-Brussel zal soms rechtstreeks naar Brussel sporen via de lijn 89 en soms via Gent-Sint-Pieters over de lijnen 75 en 50.
Cijfers over de totale reële kosten per lijn, de som van onderhouds- en infrastructuurkosten, materieelkosten, exploitatiekosten, administratiekosten enzovoort zijn evenmin beschikbaar. Om ze te evalueren zou men eveneens moeten uitgaan van een forfaitaire basis.