1-269

1-269

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 29 AVRIL 1999

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 29 APRIL 1999

(Vervolg-Suite)

REGELING VAN DE WERKZAAMHEDEN

ORDRE DES TRAVAUX

De voorzitter. ­ Het wetsvoorstel tot wijziging van het bijvoegsel bij het Gerechtelijk Wetboek betekent een esthetische verbetering van de wet in verband met de gerechtelijke kantons. De auteur van dit wetsvoorstel pleit ervoor dat deze bespreking vandaag nog plaatsvindt omdat het na de eventuele goedkeuring door de Senaat, nog aan de Kamer moet worden voorgelegd.

Is de Senaat het hiermee eens ?

Het woord is aan de heer Loones.

De heer Loones (VU). ­ Mijnheer de voorzitter, ik ben er niet mee eens dat dit wetsvoorstel een louter esthetische verbetering zou zijn. Het gaat veeleer om een inhoudelijke verbetering, die niet onbelangrijk is voor de rechtswereld.

Bovendien gaat het om een goede verbetering. Ik heb er dan ook geen enkel bezwaar tegen dat dit voorstel nu onmiddelijk wordt besproken.

M. le président. ­ La parole est à M. Hatry.

M. Hatry (PRL-FDF). ­ Monsieur le président, vous nous aviez annoncé des votes à partir de 16 h 30 et, demain, nous aurons encore une séance de votes. Si ce point est ajouté à l'agenda, voulez-vous demander au rapporteur d'être bref afin que nous puissions en terminer dans quelques minutes ? Si ce n'est cette remarque, je n'ai aucune objection à l'inscription de ce point à l'ordre du jour.

M. le président. ­ Je suis d'accord avec vous, monsieur Hatry. Je me permettais de poser la question puisque je supposais que ce projet ne susciterait aucune objection et qu'il serait encore possible de l'examiner et de le renvoyer à la Chambre afin qu'il puisse entrer en vigueur.

Si le Sénat est d'accord, je demanderai au rapporteur de faire preuve d'une grande concision.

Het woord is aan de heer Verreycken.

De heer Verreycken (Vl. Bl.). ­ Mijnheer de voorzitter, ik heb alle begrip voor de argumenten die werden aangehaald voor de bespreking van dit wetsvoorstel. We zijn een en al bereidwilligheid, maar ik vraag mij af of de andere leden evenwel bereidwilligheid aan de dag zullen leggen met betrekking tot ons verzoek om het tweede punt van de agenda uit te stellen. Ik ben ervan overtuigd dat we op geen enkel begrip van hunnentwege zullen kunnen rekenen. Ik vraag mij af waarom altijd dezelfde partij toegeeflijk en vriendelijk moet zijn. Ik blijf mij verzetten tegen het behandelen van een niet-goedgekeurde agenda.

De voorzitter. ­ Mijnheer Verreycken, ik kan u geruststellen. Ik zal aanstonds voorstellen de bespreking van het tweede punt tot morgen uit te stellen.

De heer Verreycken (Vl. Bl.). ­ Mijnheer de voorzitter, in dit geval heb ik er geen enkel bezwaar tegen dat het eerste punt onmiddellijk wordt behandeld.

De voorzitter. ­ Is de Senaat het met deze regeling eens ?

Le Sénat est-il d'accord sur cet ordre des travaux ? (Assentiment.)