(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Wanneer de bevolkingsinspectie van het ministerie van Binnenlandse Zaken overgaat tot het regelen van een verblijfstoestand, beweert deze dat zij een bevolkingsonderzoek uitvoert die kadert in de wettelijke bevoegdheden die zij hiertoe zou bezitten, zoals bepaald bij artikel 8, § 1, van de wet van 19 juli 1991 tot regeling van een rijksregister van de natuurlijke personen (Belgisch Staatsblad van 3 september 1991).
Bij het vaststellen van de hoofdverblijfplaats baseert zij zich op de verschillende elementen waaronder de telefoonkosten (cf. artikelen 16 en 21 van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 betreffende het bevolkingsregister en het vreemdelingenregister, (Belgisch Staatsblad van 15 augustus 1992). Soms zal deze inspectie op eigen initiatief iemand muteren van de ene gemeente naar de andere. Dit is onder meer het geval wanneer zij op vraag van de bestendige deputatie of de Raad van State een onderzoek uitvoerde om iemand zijn eigenlijke woonplaats na te gaan; en deze nadien van zijn/haar mandaat van gemeente- en/of OCMW-raadslid vervallen werd verklaard (cf. artikel 10 van de nieuwe gemeentewet bekrachtigd bij koninklijk besluit van 24 juni 1988, Belgisch Staatsblad van 3 september 1988, en artikel 21 van de organieke OCMW-wetgeving d.d. 8 juli 1976, Belgisch Staatsblad van 5 augustus 1976). Zij kan bij haar onderzoek wel verwijzen naar de opdracht die zij van dit (deze) administratieve rechtscollege(s) hiertoe had gekregen, en ook naar haar (hun) wettelijke bevoegdheid ter zake om bepaalde onderzoeken te bevelen (cf. artikel 8 van het koninklijk besluit van 17 september 1987, Belgisch Staatsblad van 29 september 1987 en artikel 23 van het koninklijk besluit van 12 januari 1973, Belgisch Staatsblad van 21 maart 1973).
Graag had ik van de geachte minister het volgende vernomen :
1. Vindt u het niet logisch dat in geval bij de diensten van Belgacom een aanvraag toekomt van deze inspectie om telefoonkosten vrij te geven omwille van de redenen die hoger zijn omschreven, dat zij (eventueel) de precieze opdracht moet voorleggen die zij hiertoe van vernoemd administratief rechtscollege ontving ?
2. Is het vrijgeven van deze gegevens (enkel voor dit doel) niet in strijd met het artikel 111, 3º en 4º, van de wet van 21 maart 1991 (Belgisch Staatsblad van 27 maart 1991) betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, en die verbiedt aan iedereen gegevens inzake telecommunicatie, die betrekking hebben op een ander persoon kenbaar te maken, behoudens toestemming van alle personen die rechtstreeks of onrechtstreeks bij deze gegevens betrokken zijn (cf. antwoord schriftelijke vraag van de heer Standaert van 15 september 1994, bulletin van Vragen en Antwoorden , Kamer, zitting 1994-1995, nr. 131, blz. 13726) ?
3. Vindt u het voortaan niet wijselijker wanneer nog een dergelijke aanvraag bij de diensten van Belgacom toekomt en deze de mening is toegedaan dat hierop toch moet worden ingegaan, van eerst de betrokken abonnee hierover per aangetekende brief in te lichten en hem een afschrift over te maken van het antwoord dat naar deze inspectie zal worden doorgestuurd, zodat deze (indien nodig) de tekst binnen de week kan laten aanpassen waardoor kan vermeden worden dat hij (zij) achteraf een procedure kan inspannen tegen Belgacom bij de rechtbank wegens het vrijgeven van onjuiste inlichtingen ? Bent u hiertoe bereid om richtlijnen te geven ?
Antwoord : De volgende elementen kunnen bezorgd worden als antwoord op de vragen van het geachte lid.
Informatie over het telefoongebruik is beschermd door artikel 109ter D van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
Dergelijke informatie mag zonder toestemming van de betrokkenen enkel meegedeeld worden in de gevallen bepaald in artikel 109ter E van de wet van 21 maart 1991.
Eén van deze gevallen is de situatie waarin de wet de mededeling van de telefoonkosten zou toestaan of opleggen (de andere gevallen zijn hier niet toepasbaar).
De bevolkingsinspectie baseert zich voor de mededeling van de gegevens op het koninklijk besluit van 16 juli 1992, hetgeen niet voldoet aan de vereiste van artikel 109ter E, 1º, dat bepaalt dat een afwijking van artikel 109ter E alleen mogelijk is door een norm dat goedgekeurd werd door het Parlement.
Omwille van de strenge bescherming van het telecommunicatiegeheim, is hier dus een wet stricto sensu vereist. Het geven van informatie over het telefoongebruik zonder de toestemming van de betrokkenen is in het voorliggend geval bijgevolg in strijd met artikel 109ter D van de wet van 21 maart 1991.
Wanneer de bevolkingsinspectie op basis van het koninklijk besluit van 16 juli 1992 aan Belgacom of andere operatoren informatie vraagt over het telefoongebruik van een klant, mag dergelijke informatie enkel meegedeeld worden mits toestemming van de betrokken klant.
Wat betreft de eerste vraag, die behoort tot de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken aan wie ik een kopie van dit antwoord zend.