1-252 | 1-252 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCES DU JEUDI 11 MARS 1999 |
VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 11 MAART 1999 |
De voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Loones.
Vice-eerste minister Van den Bossche antwoordt namens zijn collega.
Het woord is aan de heer Loones.
De heer Loones (VU). Mijnheer de voorzitter, natuurminnend Vlaanderen verheugt zich over de wet op de bescherming van het mariene milieu, die onlangs werd goedgekeurd door Kamer en Senaat. Grote onrust is evenwel ook gerezen bij datzelfde natuurminnend Vlaanderen, omtrent sommige op til zijnde uitvoeringsbesluiten bij deze wet.
Aan de Vlaamse kust zijn drie mariene reservaten afgebakend. Het eerste ligt aan de Westkust rond de prachtige Trapegeer en de Broersbank. Een tweede ligt ten oosten van Nieuwpoort-Bad, net grenzend aan de oostelijke pier van wat straks de grootste jachthaven van Europa zal zijn. Een derde ligt tussen Zeebrugge en Heist. Er circuleren diverse ontwerpen van koninklijk besluit met zeer strenge verbodsbepalingen. We hebben er zeven geteld.
De staatssecretaris verklaarde daaromtrent te zullen onderhandelen met de kustgemeenten en met het ministerie van Verkeer.
Zeer luid protest en terecht komt er vanuit de sector van de pleziervaart. Het zeezeilen zou in de betreffende zones totaal verboden worden in de periode van 1 oktober tot 30 april, ook tijdens de vakantieperiodes. In het bijzonder de toekomst van de jachthaven van Nieuwpoort komt daarmee in het gedrang.
Ik heb dan ook de volgende vragen.
Ten eerste, welke maatregelen plant de regering voor de al dan niet gemotoriseerde pleziervaart in de afgebakende mariene reservaten aan de Vlaamse Kust ?
Ten tweede, welke hinder kan het niet-gemotoriseerd zeilen veroorzaken ? Zijn er daarover wetenschappelijke gegevens beschikbaar ? Heeft men de weerslag van het gewone windzeilen op het mariene milieu bestudeerd ?
Ten derde, is de regering zich ervan bewust dat de economische impact van de pleziervaart minstens even groot is als deze van de terecht, wel toegelaten beroepsvisserij ?
Ten vierde, zal de regering ook onderhandelen met de sector van de pleziervaart en in het bijzonder met de drie watersportverenigingen van Nieuwpoort ?
De voorzitter. Het woord is aan vice-eerste minister Van den Bossche.
De heer Van den Bossche, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. Mijnheer de voorzitter, als postbode van de staatssecretaris kan ik de heer Loones volgend antwoord verstrekken.
Staatssecretaris Peeters verwijst naar de wet van 20 januari 1999 ter bescherming van het mariene milieu in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België, die in Kamer en Senaat unaniem werd goedgekeurd. Alle parlementsleden gingen akkoord met het principe dat er in de zeegebieden onder de rechtsbevoegdheid van België, natuurreservaten zouden worden ingesteld.
De keuze van de ligging van de reservaten is enerzijds gebaseerd op de natuurlijke rijkdommen van deze gebieden en anderzijds op de bedoeling om een ecologisch continuüm te verzekeren met de natuurreservaten die door het Vlaams Gewest op het vasteland werden ingesteld.
De wet van 20 januari 1999 zal eerstdaags in het Belgisch Staatsblad verschijnen, alsook het koninklijk besluit dat de beschermde gebieden instelt en afbakent. Door de inwerkingtreding van dit koninklijk besluit zullen alle activiteiten in deze reservaten automatisch worden verboden. Zoals de heer Loones terecht opmerkt, zullen in deze beschermde gebieden nog enkel de beroepsvisserij en de scheepvaart worden toegelaten.
Voor de beroepsvisserij pleegt de staatssecretaris overleg met de minister die de Landbouw onder zijn bevoegdheid heeft en voor de scheepvaart is er overleg met de minister die bevoegd is voor verkeer.
De staatssecretaris is het met de heer Loones volkomen eens dat er geen overhaaste beslissingen mogen worden genomen, zowel voor de visserij als voor de scheepvaart. Daarom was het zo belangrijk de kustgemeenten onmiddellijk te betrekken bij de initiatieven die door het kabinet werden genomen ter uitvoering van de wet van 20 januari 1999.
De staatssecretaris heeft er akte van genomen dat de kustgemeenten, en in het bijzonder Nieuwpoort, bezorgd zijn over de verdere toelating van de niet-gemotoriseerde pleziervaartuigen in de reservaten.
Hij zal deze problematiek met bijzondere zorg behandelen zodat zowel de ecologische als de economische belangen op objectieve wijze kunnen worden afgewogen, in nauw overleg met de betrokken sector.
De voorzitter. Het woord is aan de heer Loones voor een repliek.
De heer Loones (VU). Mijnheer de voorzitter, ik bespeur enige gêne bij de vice-premier die, als postbode van de staatssecretaris, een dergelijk nietszeggend antwoord moet afleveren. Het bevat geen enkel nieuw element.
Zijn er studies die aantonen dat het zeilen het mariene milieu ernstig beschadigt, terwijl er toch ook wordt gevist en de scheepvaart er toegang heeft ?
Het lijkt mij nogal evident dat de staatssecretaris deze problematiek met bijzondere zorg wenst te behandelen. Dat wordt ook verwacht van een goed beheerder van staatszaken.
Ik vraag dus nog steeds dat er overleg komt met de drie watersportverenigingen. Deze verenigingen jagen thans de goegemeente op stang door vrij extreme standpunten in te nemen, maar daaraan kan men zich verwachten als iedereen in het ongewisse wordt gelaten.
De logica van het huidige verbod is mij niet duidelijk.
De heer Van den Bossche, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. Mijnheer de voorzitter, ik ga mijn rol als boodschapper even te buiten. Ik zal er bij de staatssecretaris op aandringen om de drie verenigingen te ontvangen en bij de discussie ten gronde te betrekken.
De voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.