1-252 | 1-252 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCES DU JEUDI 11 MARS 1999 |
VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 11 MAART 1999 |
De voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Hostekint.
Het woord is aan de heer Hostekint.
De heer Hostekint (SP). Mijnheer de voorzitter, op 7 april aanstaande zal het precies vijf jaar geleden zijn dat tien Belgische para's in het kader van de vredesmissie UNAMIR in dramatische omstandigheden in Rwanda zijn vermoord. Deze laffe moorden, volgens het Rwanda-rapport gepland, waren de start van de genocide die aan honderdduizenden Rwandezen, Tutsi's en gematigde Hutu's, het leven heeft gekost.
In augustus vorig jaar bracht ik een privé-bezoek aan Rwanda. Ik bezocht uiteraard ook het militaire kamp Kigali, waar de tien Belgische para's op een gruwelijke manier om het leven werden gebracht. Het lokaal waar de para's werden vermoord, is door de Rwandese autoriteiten, uit respect voor de Belgische soldaten, intact gehouden zoals het zich bevond op 7 april 1994 na de dramatische gebeurtenissen. Het is duidelijk dat dit om militaire redenen niet ten eeuwigen dage zo kan blijven, want het kamp is dringend aan herstellingen toe. Bijgevolg zou het passend zijn, en dat is ook de wens van de families, dat er in de directe omgeving van het kamp Kigali een gedenkplaat of -steen wordt aangebracht ter nagedachtenis aan de vermoorde Blauwhelmen.
Reeds vorig jaar, op 15 oktober, stelde ik hierover een vraag aan de eerste minister die, bij monde van minister Colla, antwoordde dat de regering de mogelijkheid onderzocht tot het oprichten van een gedenkplaat, maar dat daarvoor de geldende procedures moesten worden gevolgd. Dit is inmiddels zes maanden geleden.
Vandaar mijn vraag. Overweegt de regering om op 7 april, de dag die reeds is uitgeroepen tot een dag van officieel eerbetoon aan alle militairen die tijdens een humanitaire operatie omkwamen, ter gelegenheid van de vijfde verjaardag van de moord op de tien Belgische para's een gedenkplaat aan te brengen in Kigali ?
Tevens wil ik erop aandringen dat door de Belgische autoriteiten in Kigali ook hulde wordt gebracht aan de honderdduizenden slachtoffers van de genocide.
De voorzitter. Het woord is aan vice-eerste minister Poncelet.
De heer Poncelet, vice-eerste minister en minister van Landsverdediging, belast met Energie. Mijnheer de voorzitter, de regering heeft de intentie een gedenkplaat aan te brengen op de plaats waar de dramatische gebeurtenissen van 7 april 1994 hebben plaatsgehad.
Vooraleer we een gedenkplaat kunnen onthullen, moeten we, uit respect voor de tien Belgische para's en hun families, er zeker van zijn dat een aantal politieke en materiële voorwaarden vervuld zijn zodat het gedenkteken op een blijvende, respectvolle en ongeschonden wijze de nagedachtenis in stand kan houden. In afwachting daarvan zullen op het jaarlijks plechtig eerbetoon op 7 april bij de gedenkplaat aan de Congreszuil ook de tien Belgische para's worden herdacht.
De voorzitter. Het woord is aan de heer Hostekint voor een repliek.
De heer Hostekint (SP). Mijnheer de voorzitter, ik dank de vice-eerste minister voor het positieve antwoord, waarin hij bevestigt dat de regering in Kigali een gedenksteen wil onthullen indien aan een aantal materiële en politieke voorwaarden wordt voldaan.
Uit recente contacten met de Rwandese autoriteiten heb ik vernomen dat ze geen bezwaar maken tegen een dergelijke gedenksteen. Om militaire redenen kan die uiteraard niet geplaatst worden in kamp Kigali zelf, maar dit is wel mogelijk in de nabije omgeving van het kamp.
Ik ben er zeker van dat het initiatief van de regering ook de families van de vermoorde para's zal verheugen.
De voorzitter. Het incident is gesloten.
L'incident est clos.