1-988/8

1-988/8

Belgische Senaat

ZITTING 1998-1999

16 MAART 1999


Wetsontwerp tot verbetering van het stelsel van politiek verlof voor provincie- en gemeenteraadsleden, leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, burgemeesters, schepenen en voorzitters van de raad voor maatschappelijk welzijn in de openbare en de particuliere sector


TEKST AANGENOMEN DOOR DE COMMISSIE VOOR DE BINNENLANDSE EN ADMINISTRATIEVE AANGELEGENHEDEN


HOOFDSTUK I

Algemene bepaling

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

HOOFDSTUK II

Wijzigingen van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten

Art. 2

In artikel 1 van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten, worden de woorden « die een voltijds ambt uitoefenen » geschrapt.

Art. 3

Artikel 2 van dezelfde wet wordt aangevuld door de volgende leden :

« Het personeelslid dat in het raam van deze wet over politieke verloven beschikt, legt in het begin van de maand zijn politieke verloven van ambtswege vast.

De vrijstellingen van dienst en de facultatieve politieke verloven kunnen worden opgenomen, na het diensthoofd daarvan in kennis te hebben gesteld, met een minimum van een uur, evenwel zonder dat de som ervan het maandelijks totaal van de toegestane vrijstellingen van dienst en facultatieve politieke verloven overschrijdt. »

Art. 4

In artikel 3 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A. In het 1º, worden de woorden « in een gemeente tot 10 000 inwoners : 1/2 dag per maand, » vervangen door de woorden « 2 dagen per maand »;

B. Het 2º tot 4º weglaten;

C. In het 6º, worden de woorden « een der Cultuurcommissies vermeld in artikel 72, § 1, van de wet van 26 juli 1971 houdende organisatie van de agglomeraties en federaties van gemeenten » vervangen door de woorden « de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie, de Vlaamse gemeenschapscommissie of de Franse gemeenschapscommissie »;

D. In het 7º, worden de woorden « 1 dag per maand » vervangen door de woorden « 2 dagen per maand »;

E. In het 8º, worden de woorden « 1 dag per maand » vervangen door de woorden « 2 dagen per maand ».

Art. 5

In artikel 4 van dezelfde wet worden, in fine van de eerste zin, de woorden « in dagen of halve dagen » geschrapt.

Art. 6

In artikel 5 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A. Het 1º tot 3º wordt vervangen als volgt :

« 1º gemeenteraadslid dat noch burgemeester noch schepen is, of lid van een raad voor maatschappelijk welzijn, de voorzitter en de leden van het vast bureau uitgezonderd, van een gemeente tot 80 000 inwoners : 2 dagen per maand; meer dan 80 000 inwoners : 4 dagen per maand;

2º schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente tot 30 000 inwoners : 4 dagen per maand; van 30 001 tot 50 000 inwoners : een vierde van een voltijds ambt; van 50 001 tot 80 000 inwoners : de helft van een voltijds ambt;

3º burgemeester van een gemeente tot 30 000 inwoners : een vierde van een voltijds ambt; van 30 001 tot 50 000 inwoners : de helft van een voltijds ambt. »;

B. Dit artikel wordt aangevuld met een 5º, luidend als volgt : « 5º provincieraadslid, niet-lid van de bestendige deputatie : 4 dagen per maand. »

Art. 7

« Art. 6. ­ In artikel 6 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

A. Het 1º en 2º worden vervangen als volgt :

« 1º burgemeester van een gemeente tot 20 000 inwoners : 3 dagen per maand; van 20 001 tot 30 000 inwoners : een vierde van een voltijds ambt; van 30 001 tot 50 000 inwoners : de helft van een voltijds ambt, meer dan 50 000 inwoners : voltijds;

2º schepen of voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn van een gemeente tot 20 000 inwoners : 2 dagen per maand; van 20 001 tot 30 000 inwoners : 4 dagen per maand;

van 30 001 tot 50 000 inwoners : een vierde van een voltijds ambt; van 50 001 tot 80 000 inwoners : de helft van een voltijds ambt; meer dan 80 000 inwoners : voltijds. »;

B. In het 4º worden de woorden « een der cultuurcommissies vermeld in artikel 72, § 1,van de wet van 26 juli 1971 houdende organisatie van de agglomeraties en federaties van gemeenten » vervangen door de woorden « de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie, de Vlaamse gemeenschapscommissie of de Franse gemeenschapscommissie ».

HOOFDSTUK III

Wijzigingen van de wet van 19 juli 1976 tot instelling van een verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat

Art. 8

In artikel 2, § 1, van de wet van 19 juli 1976 tot instelling van een verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat, worden de woorden « een commissie voor de Cultuur van de Brusselse agglomeratie, een commissie van openbare onderstand, van de Raad van de Duitse Cultuurgemeenschap », vervangen door de woorden « de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie, de Vlaamse gemeenschapscommissie, de Franse gemeenschapscommissie, een raad voor maatschappelijk welzijn, van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap ».

Art. 9

Artikel 3, eerste lid, van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende zin : « Die verloven kunnen worden opgesplitst naar gelang van de vereisten die aan de uitoefening van het lokaal mandaat zijn verbonden. »

Art. 10

In dezelfde wet wordt een artikel 6bis ingevoegd, luidend als volgt :

« Art. 6bis . ­ § 1. Een werknemer heeft het recht zijn arbeidsovereenkomst volledig op te schorten met het oog op de uitoefening van een gemeentelijk uitvoerend mandaat.

§ 2. De periode tijdens welke de werknemer zijn arbeidsovereenkomst kan opschorten, stemt overeen met de duur van het gemeentelijk mandaat.

§ 3. Loopbaanonderbreking met het oog op de uitoefening van een uitvoerend mandaat wordt slechts toegestaan voor de uitoefening van een enkel mandaat.

§ 4. In geval van opschorting van de arbeidsovereenkomst met het oog op de uitoefening van een gemeentelijk uitvoerend mandaat, wordt de in het raam van de beroepsloopbaanonderbreking verleende uitkering niet toegekend. »

HOOFDSTUK IV

Inwerkingtreding

Art. 11

Deze wet treedt in werking bij de eerstvolgende algehele vernieuwing van de gemeenteraden.