1-1201/5

1-1201/5

Belgische Senaat

ZITTING 1998-1999

18 MAART 1999


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorgingen en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat de Wetenschappelijke Raad bij de dienst voor geneeskundige verzorging betreft


TEKST AANGENOMEN DOOR DE COMMISSIE VOOR DE SOCIALE AANGELEGENHEDEN


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 19 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wordt vervangen als volgt :

« Art. 19. ­ Bij de dienst voor geneeskundige verzorging wordt een Wetenschappelijke Raad opgericht, die belast is met het onderzoek van elk wetenschappelijk aspect in verband met de verzekering voor geneeskundige verzorging en de kwaliteit van de zorgverlening. Hij doet alle aanbevelingen die de wetenschappelijke vooruitgang onder de beste voorwaarden inzake doelmatigheid, economie en kwaliteit binnen het bereik van de rechthebbenden van de verzekering voor geneeskundige verzorging kunnen brengen.

De Wetenschappelijke Raad bestaat uit vijf afdelingen :

­ de afdeling voor de planning van de medische activiteit;

­ de afdeling voor medische technologische evaluatie;

­ de afdeling voor de herijking van de erelonen;

­ de afdeling voor de evaluatie van de medische praktijk inzake geneesmiddelen en van het voorschrijfgedrag;

­ de afdeling voor de zorgverlening ten aanzien van de chronische ziekten en specifieke aandoeningen.

De minister die de Sociale Zaken onder zijn bevoegdheid heeft, bepaalt de samenstelling van elk van de afdelingen van de Wetenschappelijke Raad. Vertegenwoordigers van de gemeenschappen of gewesten kunnen de vergaderingen van de afdeling voor de planning van de medische activiteit bijwonen, met raadgevende stem.

Elke afdeling kiest in zijn midden een voorzitter, doctor in de geneeskunde, en twee ondervoorzitters die, in geval van verhindering van de voorzitter, naar orde van anciënniteit als lid van de Wetenschappelijke Raad, de werkzaamheden van de afdeling leiden. Eén ondervoorzitter wordt gekozen uit leden van de afdeling, die voorgedragen zijn door de universiteiten, en één uit leden, die voorgedragen zijn door de verzekeringsinstellingen. De voorzitter leidt de werkzaamheden van de afdeling overeenkomstig het bepaalde in het huishoudelijk reglement van de afdeling. Hij roept de afdeling bijeen. Hij kan aan de afdeling voorstellen om voor bepaalde problemen tesamen met één of meer afdelingen te vergaderen.

De adviezen en aanbevelingen van de afdelingen van de Wetenschappelijke Raad worden uitgebracht, hetzij op eigen initiatief, hetzij op vraag van de ministers die de Sociale Zaken of de Volksgezondheid onder hun bevoegdheid hebben, hetzij op vraag van de gemeenschapsministers die de Volksgezondheid onder hun bevoegdheid hebben, hetzij op vraag van de Algemene Raad, hetzij op vraag van het Verzekeringscomité.

Geen erkenning van diensten of bijzondere zorgverlening via een conventie kan gebeuren, zonder dat het voorafgaand bindend advies van de afdeling voor de planning van de medische activiteit is verkregen.

Bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit kunnen afdelingen worden toegevoegd aan de Wetenschappelijke Raad.

Overgangsbepaling

Binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze wet, installeert de minister die de Sociale Zaken onder zijn bevoegdheid heeft, de verschillende afdelingen van de Wetenschappelijke Raad en bepaalt hun opdrachten. Elke afdeling stelt vóór 1 oktober 1999 een huishoudelijk reglement op, dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan het Verzekeringscomité.

Het huishoudelijk reglement, bedoeld in het vorig lid, bevat in elk geval een regeling inzake de wijze van bijeenroeping, de frequentie van de vergaderingen, de wijze waarop de leden inzage kunnen nemen van de stukken die ter verklaring van de verschillende agendapunten worden voorgebracht en de wijze waarop beslissingen worden genomen. Totdat de afdeling een voorzitter heeft gekozen, worden de werkzaamheden van de afdeling geleid door het lid met de grootste anciënniteit als lid van de Wetenschappelijke Raad. »

Art. 3

Artikel 20 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :

« Art. 20. ­ De leden van de verschillende afdelingen worden door de Koning benoemd, op voordracht van de minister die de Sociale Zaken onder zijn bevoegdheid heeft, onder de kandidaten die in dubbel aantal van dat der toe te wijzen mandaten voorgedragen worden. Het mandaat duurt zes jaar en is hernieuwbaar.

Voor ieder lid wordt een plaatsvervangend lid benoemd, op dezelfde wijze als bepaald in het vorig lid. In geval van verhindering vervangt het plaatsvervangend lid het werkend lid, op diens verzoek.

Het secretariaat van de afdelingen van de Wetenschappelijke Raad wordt waargenomen door personeelsleden van de dienst voor geneeskundige verzorging, aangewezen door de leidend ambtenaar van deze dienst. »