Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-91

ZITTING 1998-1999

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Vervoer

Vraag nr. 1531 van de heer Loones d.d. 10 december 1998 (N.) :
Luchthaven Oostende. ­ Luchtonwaardige vliegtuigen. ­ Maatregelen ter bevordering van de veiligheid.

Op vraag van de Oostende luchthavenautoriteiten onderzocht het Bestuur der Luchtvaart het wrak van de Nigeriaanse Boeing 707, die recentelijk een noodlanding maakte op de Oostendse vlieghaven.

Dit onderzoek wees uit dat het vliegtuig slecht onderhouden was.

De verbazing en het ongeloof stijgen wanneer tegelijktertijd vernomen wordt dat het nota bene datzelfde Bestuur der Luchtvaart is dat ­ een tweetal weken voor het incident op de Oostendse luchthaven ­ een gunstig rapport afleverde voor dat toestel.

Bij een ander incident (24 oktober) kon een Tarom-Boeing 707, na slechts een derde poging, met moeite opstijgen en ramde het daarbij bijna een drukke winkel.

Blijkbaar is de luchthaven van Oostende goed genoeg bevonden voor luchtonwaardige vliegtuigen.

Hopelijk wordt niet gewacht tot een ramp gebeurt, om tot maatregelen over te gaan.

Graag kreeg ik van de geachte minister een antwoord op de volgende vragen :

1. Kan de geachte minister mij mededelen hoe het mogelijk is dat men nog met duidelijk luchtonwaardige toestellen mag vliegen op de Oostendse luchthaven ?

2. Heeft de geachte minister het Bestuur der Luchtvaart dat een zelfde vliegtuig eerst goedkeurt, om het bij onderzoek nà verlies van een motor en een noodlanding, als slecht onderhouden te bestempelen, reeds over deze inkonsekwentie ondervraagd ? Welke criteria hanteert het Bestuur der Luchtvaart eigenlijk om een vliegtuig als luchtwaardig te bestempelen ?

3. Is de geachte minister bereid het Bestuur der Luchtvaart op zijn belangrijke verantwoordelijkheden te wijzen ? Volgen er sancties op deze, op zijn zachtst uitgedrukte « nalatigheid » ?

4. Welke maatregelen is de geachte minister bereid te treffen om eveneens zowel de piloot, de maatschappij als de verkeersleiders op hun verantwoordelijkheid tegenover de bevolking te wijzen ?

5. Welke garanties kan de geachte minister de alsmaar ongeruster wordende omwoners van de Oostendse luchthaven nog bieden wat betreft hun veiligheid ?