1-239

1-239

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCE DU JEUDI 21 JANVIER 1999

VERGADERING VAN DONDERDAG 21 JANUARI 1999

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER VAUTMANS AAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID EN PENSIOENEN EN AAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN OVER « DE NIEUWE WET HOUDENDE VERBOD OP DE RECLAME VOOR TABAKSPRODUCTEN »

QUESTION ORALE DE M. VAUTMANS AU MINISTRE DE LA SANTÉ PUBLIQUE ET DES PENSIONS ET AU MINISTRE DES AFFAIRES SOCIALES SUR « LA NOUVELLE LOI INTERDISANT LA PUBLICITÉ POUR LES PRODUITS DU TABAC »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Vautmans.

Minister Colla antwoordt mede namens zijn collega.

Het woord is aan de heer Vautmans.

De heer Vautmans (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, op 1 januari jongstleden trad de nieuwe wet in verband met het reclameverbod voor tabaksproducten in werking. Deze wet verbiedt elke reclame voor tabaksproducten met uitzondering van « het aanbrengen van het merk van een tabaksproduct op affiches in en aan de voorgevel van tabakswinkels en van krantenwinkels die tabaksproducten verkopen. »

De horecasector valt niet onder het toepassingsgebied van die uitzondering zodat de aanwezigheid van reclamemateriaal zoals zelfklevers, lichtreclame, asbakken en andere, waarop de naam van een tabaksmerk is aangebracht, vanaf 1 januari verboden is. Als reclame en sponsoring worden beschouwd elke mededeling of handeling die rechtstreeks of onrechtstreeks tot doel heeft de verkoop te bevorderen, ongeacht de plaats, de aangewende communicatiemiddelen of de gebruikte technieken.

De minister zal ongetwijfeld weten dat de muren van vele horecazaken in België met oude geëmailleerde reclamepanelen gedecoreerd zijn. Deze panelen zijn vaak voor een aanzienlijke bedrag aangekocht door verzamelaars. Ze doen louter dienst als decoratie en hebben allerminst tot doel reclame te maken voor een bepaald sigarettenmerk. In sommige gevallen gaat het zelfs om merken van sigaretten die momenteel niet meer verkrijgbaar zijn zoals Hofnar, John Thomass en andere. Vallen deze oude reclamepanelen onder het toepassingsgebied van de nieuwe wet ? Zo ja, moeten de horeca-uitbaters alle panelen verwijderen, ook die van sigarettenmerken die momenteel niet meer in omloop zijn ? Ik pleit ervoor dat de minister de decoratiewaarde van deze panelen naar waarde schat en dat hij de artistieke gezelligheid van onze cafés laat bestaan.

De voorzitter. ­ Het woord is aan minister Colla.

De heer Colla, minister van Volksgezondheid en Pensioenen. ­ Mijnheer de voorzitter, ik deel in elk geval de bezorgdheid van de heer Vautmans voor de artistieke gezelligheid. Sinds half januari zijn 65 controleurs op pad om na te gaan of de recente wet in verband met het reclameverbod voor tabaksproducten wordt nageleefd. Naar aanleiding van een vraag die zojuist in de Kamer is gesteld, ben ik ingegaan op een voorstel van procedure. Ik ben voorstander van een correcte en strenge procedure die op een menselijke manier wordt toegepast. Hierbij zouden de controleurs die een inbreuk op de wet vaststellen in eerste instantie de betrokken uitbater op de hoogte brengen. Ze kunnen dan afspreken dat de panelen binnen een redelijke termijn worden verwijderd. Pas bij een tweede vaststelling zal een proces-verbaal worden opgemaakt waarna de strafprocedure op gang wordt gebracht.

Naar aanleiding van haar werkzaamheden heeft de Eetwareninspectie mij een lijst van interpretatieproblemen overhandigd. Zo zijn er problemen in verband met de vraag wat nu juist een tabakswinkel of een krantenwinkel is. Dit is in de wet niet altijd duidelijk. Tevens zijn er vragen rond de definitie van een gevel. Een tabakswinkel mag immers op de gevel reclamepanelen aanbrengen, maar hoe ver gaat dit ?

In zijn vraag heeft de heer Vautmans ook verwezen naar interpretatieproblemen. In de Kamer heb ik gesteld dat ik een inventaris van deze interpretatieproblemen zal opstellen. Die zal ik ook aan de commissie voor de Volksgezondheid overhandigen aangezien het toch om een parlementair initiatief gaat. Het doel is misverstanden te voorkomen en na te gaan of de interpretatie van de Eetwareninspectie overeenstemt met de letter en de geest van de wet en de intentie van de wetgever. Die oefening gaan we zo vlug mogelijk maken.

Over het precieze probleem dat de heer Vautmans schetst, geef ik mijn persoonlijke mening die ik ook aan de commissie zal voorleggen. Ik heb foto's gezien van dergelijke situaties. Dit soort geëmailleerde borden zou moeten worden toegelaten, zeker als het gaat om producten die niet meer op de markt zijn. Daarover bestaat volgens mij geen twijfel.

We moeten er wel voor waken dat daarvan geen misbruik wordt gemaakt en we mogen geen nieuwe borden met reclame van bestaande merken toelaten die door een speciaal procédé lijken op oude borden. In dat geval zou de wet omzeild worden. Ik besluit dat we hier het gezond verstand moeten laten overheersen.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Vautmans voor een repliek.

De heer Vautmans (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, personen die dergelijke borden in hun zaak hebben hangen, moeten die dus niet dringend verwijderen ?

De heer Colla, minister van Volksgezondheid en Pensioenen. ­ Mijnheer de voorzitter, als het duidelijk is dat die borden een artistieke waarde hebben en als het product niet meer op de markt is, dan is er geen urgentie. De andere gevallen moeten we nog bekijken. We zullen geen omzeiling van de wet toelaten.

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.