1-614/11

1-614/11

Belgische Senaat

ZITTING 1998-1999

26 JANUARI 1999


Wetsvoorstel tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging


AMENDEMENTEN

ingediend na de terugzending door de plenaire vergadering


Nr. 174 VAN DE HEER D'HOOGHE

Art. 12

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Om de artikelen 77 en 78 van de Grondwet in acht te nemen, is het gebruikelijk de aangelegenheden die onder het ene of het andere artikel vallen, ook in afzonderlijke wetsontwerpen of wetsvoorstellen onder te brengen.

De meest voor de hand liggende bepalingen zijn opgenomen in de amendementen nrs. 168 tot en met 173 (Stuk Senaat, nr. 1-614/10) en de amendementen nrs. 27 tot en met 32 (Stuk Senaat, nr. 1-417/12) die voorstellen sommige artikelen te doen vervallen in het wetvoorstel nr. 614 en ze in te voegen in het wetsvoorstel nr. 417.

Naast de artikelen opgesomd in deze amendementen zijn er nog andere die aangelegenheden regelen als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.

In zijn advies van 10 oktober 1995, dat haast volledig gewijd is aan de heikele problematiek van de bicameraliteit van wetsbepalingen, stelt de Raad van State onomwonden dat uit de lezing van onderdeel 3º van artikel 77, eerste lid, van de Grondwet, de bevoegdheid en de organisatie van de Raad voor de Mededinging tot de verplicht bicamerale materies behoort. Zo zal « de organisatie, de bevoegdheid en de taak van de administratieve rechtscolleges wel degelijk moeten worden geregeld volgens de werkwijze van het volledige bicameralisme. » (1)

Volgens de Grondwet, (Wouter Pas (ed.), Die Keure, 1998) is de opdeling dan :

Aangelegenheden die vallen onder artikel 77 :

­ Inrichting administratief rechtscolleges en Raad van State;

­ Bevoegdheden administratief rechtscollege en Raad van State;

­ Rechtspleging voor Raad van State.

Aangelegenheden die niet onder artikel 77 vallen :

­ Rechtspleging voor administratieve (en andere) rechtscolleges.

De volgende artikelen van de tekst aangenomen door de commissie (Stuk Senaat, nr. 1-614/9) zouden dus nog in aanmerking komen :

­ Artikel 12 : geheimhoudingsplicht van de leden van de Raad voor de Mededinging.

­ Artikel 17, § 2, leden 2 tot 7 : het zakengeheim wordt tijdens het onderzoek beschermd door een beslissing van de voorzitter van de Raad voor de Mededinging.

§ 2, lid 1 en 8 : de Raad voor de Mededinging kan een dossier seponeren.

§ 5 : mogelijkheid voor de Raad om een vraag tot bijkomend onderzoek te richten aan de verslaggevers.

­ Artikel 21, § 1, lid 2 en volgende : de voorzitter van de Raad voor de Mededinging beschermt het zakengeheim.

§ 5 : de Raad voor de Mededinging kan een bijkomend verslag vragen.

­ Artikel 27 : het nieuwe artikel 32ter : de voorzitter van de Raad voor de Mededinging beschermt het zakengeheim en kan hierover een beslissing nemen.

­ Artikel 29 : de Raad voor de Mededinging beslist inzake concentraties (alle §§).

­ Artikel 30, § 2 : « Wanneer de Raad voor de Mededinging in zijn beslissing vaststelt dat de concentratie niet toelaatbaar is, beveelt hij met het oog op het herstellen van een daadwerkelijke mededinging, de splitsing van de gegroepeerde ondernemingen of activa, het stopzetten van de gemeenschappelijke controle of elke andere geëigende maatregel. »

­ Artikelen 37 en 38 : betreffen de bevoegdheid van het hof van beroep te Brussel, zowel wat de prejudiciële vraag betreft als het hoger beroep tegen beslissingen van de Raad voor de Mededinging. Strikt genomen, betreffen alleen de §§ 1, 2 en 5 van artikel 37 en de §§ 1 en 4 van artikel 38 aangelegenheden als bedoeld in artikel 77. De rest gaat over de rechtspleging.

­ Artikel 39 : mogelijkheid van annulatieberoep bij de Raad van State. Strikt genomen betreft § 2 (bepaalt de onderdelen van het verzoekschrift) geen aangelegenheid als bedoeld in artikel 77.

Nr. 175 VAN DE HEER D'HOOGHE

Art. 17

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 17. ­ In artikel 24 van dezelfde wet zoals gewijzigd door de wet van ... tot wijziging van sommige artikelen van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging, de volgende wijzigingen aanbrengen :

A. Een nieuwe § 1 invoegen, luidende :

§ 1. De verzoeken en de klachten betreffende de restrictieve mededingingspraktijken worden ingediend bij de Raad voor de Mededinging, die ze voor onderzoek aan het korps verslaggevers overzendt.

B. Voor de laatste paragraaf die § 5 wordt, twee nieuwe paragrafen invoegen, luidende :

§ 3. Op het einde van het onderzoek en vóór het opstellen van een gemotiveerd verslag delen de verslaggevers hun eventuele punten van bezwaar mede aan de betrokken ondernemingen en roepen deze bijeen opdat zij hun opmerkingen kunnen voorleggen.

§ 4. De verslaggever legt zijn gemotiveerd verslag voor aan de Raad. Dit verslag omvat het onderzoeksverslag, een voorstel van opsomming van de punten van bezwaar en een voorstel tot beslissing.

Het verslag omvat eveneens een gemotiveerd voorstel tot reglementering zoals bepaald in het tweede lid van artikel 28, § 1, indien de verslaggever meent dat de concrete feiten een algemene reglementering noodzaken. »

Verantwoording

Zie de verantwoording bij het amendement nr. 174.

Nr. 176 VAN DE HEER D'HOOGHE

Art. 21

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 21. ­ A. In artikel 27, § 1, eerste lid, van dezelfde wet zoals gewijzigd door de wet van ... tot wijziging van sommige artikelen van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging, een nieuw lid invoegen, luidende :

« § 1. Na het neerleggen van het in artikel 24, § 3 of § 4, bedoelde verslag, brengt de verslaggever de ondernemingen op wier activiteit het onderzoek betrekking had hiervan op de hoogte, evenals de indiener van de klacht zo de Raad dit aangewezen acht, en stuurt hen een kopie ten minste één maand vóór de datum van de zitting waarop de Raad de zaak zal onderzoeken. Hij brengt hen ter kennis dat zij op het secretariaat van de Raad voor de Mededinging inzage kunnen nemen van het dossier en tegen betaling een kopie ervan kunnen krijgen.

B. In artikel 27, § 2, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden « of concentratie » opgeheven.

C. Artikel 27, § 2, derde lid, van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende bepaling :

« Voor de economische sectoren die onder de controle of het toezicht van een openbare instelling of een andere geëigende overheidsinstelling zijn geplaatst, worden deze instellingen of overheidslichamen geacht een voldoende belang te hebben.

In alle gevallen wordt de minister geacht een voldoende belang te hebben. »

D. Artikel 27, § 2, vierde lid, van dezelfde wet wordt opgeheven.

E. Artikel 27, § 2, van dezelfde wet wordt aangevuld met de volgende bepaling :

« In elk geval moet er binnen zes maanden nadat het verslag bedoeld in artikel 24, § 3 of § 4, en in artikel 29 bij de Raad is ingediend, een beslissing of een ministerieel besluit worden genomen. Die termijn is ook toepasselijk als het verslag een voorstel tot sepot bevat. »

Verantwoording

Zie de verantwoording bij het amendement nr. 174.

Nr. 177 VAN DE HEER D'HOOGHE

Art. 27

Het voorgestelde artikel 32ter doen vervallen.

Verantwoording

Zie de verantwoording bij het amendement nr. 174.

Nr. 178 VAN DE HEER D'HOOGHE

Art. 29

Dit artikel doen vervallen.

Verantwoording

Zie de verantwoording bij het amendement nr. 174.

Nr. 179 VAN DE HEER D'HOOGHE

Art. 30

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 30. ­ In artikel 34 van dezelfde wet, zoals gewijzigd door de wet van ... tot wijziging van sommige artikelen van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging, worden een § 1 en een § 3 (nieuw) toegevoegd, luidende :

« Art. 34. ­ § 1. Indien, overeenkomstig artikel 33, § 2.1, b), de Raad voor de Mededinging beslist de procedure in te zetten, dient de verslaggever een bijkomend verslag in bij de Raad voor de Mededinging.

Na ontvangst van dit verslag stuurt de Raad een kopie ervan aan de partijen, overeenkomstig artikel 27, § 1.

§ 3. De termijn bedoeld in § 1 van dit artikel kan niet verlengd worden tenzij op uitdrukkelijk verzoek van de partijen en ten hoogste voor de duur die zij voorstellen. »

Verantwoording

Zie de verantwoording bij het amendement nr. 174.

Nr. 180 VAN DE HEER D'HOOGHE

Art. 39

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 39. ­ In dezelfde wet, zoals gewijzigd door de wet van ... tot wijziging van sommige artikelen van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging, wordt een artikel 43ter (nieuw) ingevoegd, luidende :

« Art. 43ter. ­ Het verzoekschrift, zoals bedoeld in artikel 43bis, § 1, bevat op straffe van nietigheid :

1º de aanduiding van dag, maand en jaar;

2º de naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de verzoeker, indien het om een natuurlijke persoon gaat, evenals, in voorkomend geval, zijn inschrijvingsnummer in het handelsregister of in het ambachtsregister;

3º de benaming, de vorm, de maatschappelijke zetel en de identiteit en de hoedanigheid van de persoon of, indien het om een rechtspersoon gaat, het orgaan dat hem vertegenwoordigt evenals, in voorkomend geval, zijn inschrijvingsnummer in het handelsregister of in het ambachtsregister;

4º de vermelding van de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld;

5º in voorkomend geval, de naam, de voornaam, de woonplaats of, bij gebreke daarvan, de verblijfplaats of de benaming, de vorm en de maatschappelijke zetel van de partijen waaraan de beslissing ter kennis wordt gebracht;

6º de uiteenzetting van de punten van bezwaar;

7º de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat.

Verantwoording

Zie de verantwoording bij het amendement nr. 174.

Nr. 181 VAN DE HEER D'HOOGHE

Art. 5

Dit artikel doen vervallen.

Nr. 182 VAN DE HEER D'HOOGHE

Art. 8

Dit artikel doen vervallen.

Nr. 183 VAN DE HEER D'HOOGHE

Art. 11

Dit artikel doen vervallen.

Nr. 184 VAN DE HEER D'HOOGHE

Art. 13

De eerste paragraaf van dit artikel doen vervallen.

Nr. 185 VAN DE HEER D'HOOGHE

Art. 45

Dit artikel doen vervallen.

Jacques D'HOOGHE.

Nr. 186 VAN MEVROUW WILLAME-BOONEN

Art. 49

Dit artikel vervangen als volgt :

« Art. 49. ­ Deze wet treedt in werking op dezelfde dag als de wet van ... tot wijziging van sommige artikelen van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging.

De bepalingen van deze wet zijn niet van toepassing op de procedures die bij de Raad voor de mededinging hangende zijn op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet. »

Verantwoording

Met het oog op de naleving van de artikelen 77 en 78 van de Grondwet werden verschillende amendementen geformuleerd die ertoe strekten de aangelegenheden die onder het ene of onder het andere artikel vallen, in afzonderlijke wetsvoorstellen onder te brengen. Bijgevolg moet de inwerkingtreding van de twee voorliggende wetsvoorstellen aangepast worden. Daarom wordt bepaald dat de twee voorstellen op dezelfde dag in werking moeten treden.

Magdeleine WILLAME-BOONEN

(1) Advies van de Raad van State, 10 oktober 1995, L.24.111/2/V - L.24.594/2/V.