1-1159/2

1-1159/2

Belgische Senaat

ZITTING 1998-1999

4 FEBRUARI 1999


Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol bij de Overeenkomst tot instelling van samenwerking en een douane-unie tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek San Marino naar aanleiding van de toetreding van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie, en met de Slotakte, gedaan te Brussel op 30 oktober 1997


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR DE HEER HOSTEKINT


A. UITEENZETTING DOOR DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Op 16 december 1991 werd een Overeenkomst ondertekend tot instelling van samenwerking en een douane-unie tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek San Marino. Die overeenkomst is bekrachtigd door San Marino en door de twaalf lidstaten van de toenmalige EEG, en is inmiddels in werking getreden.

Op 1 januari 1995 zijn Oostenrijk, Finland en Zweden toegetreden tot de Unie.

Het onderhavige protocol, ondertekend op 30 oktober 1997, is een louter technische aanpassing, bedoeld om de drie nieuwe lidstaten partij te maken bij de Overeenkomst tot instelling van samenwerking en een douane-unie met San Marino. Inhoudelijk verandert er niets.

Op dit ogenblik hebben zeven van de vijftien lidstaten van de Unie het protocol bekrachtigd : Denemarken, Ierland, Italië, Nederland, Finland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden.

De Overeenkomst tot instelling van samenwerking en een douane-unie met San Marino bevat een aantal clausules inzake cultuur en milieu, wat van onderhavig protocol een gemengd verdrag maakt, dat ook moet worden ondertekend door de gemeenschappen en de gewesten.

Bij wijze van toelichting vermeldt de minister dat de republiek San Marino 25 000 inwoners telt op een oppervlakte van 42 km2 .

San Marino is onafhankelijk sedert 745; door een gunstige speling van de geschiedenis heeft het die onafhankelijkheid eeuwen lang kunnen bewaren, zodat het meteen de oudste republiek ter wereld is.

In 1862 sloot San Marino een vriendschapsverdrag met Italië, waarbij een munt- en douane-unie tot stand kwam. Sindsdien worden de belangen van San Marino in het buitenland verdedigd door de Italiaanse diplomatieke missies en consulaire posten.

San Marino is een neutrale Staat en heeft nooit deelgenomen aan grote bondgenootschappen. In de Eerste Wereldoorlog hebben vijftien vrijwilligers meegevochten in het Italiaanse leger, in de Tweede Wereldoorlog is het land neutraal gebleven tot in 1943, toen het bezet werd door de nazi's. Sinds 1945 is San Marino opnieuw onafhankelijk.

Op internationaal vlak treedt San Marino pas sinds een tiental jaar naar buiten :

­ in 1988 is het land lid geworden van de Raad van Europa;

­ in 1992 is het lid geworden van de Verenigde Naties;

­ in 1991 is een overeenkomst tot instelling van samenwerking en een douane-unie ondertekend met de EEG (intussen EU).

Op bilateraal niveau beschikt San Marino sinds 1996 over een ambassade in Brussel. Een tiental Belgen wonen in San Marino en een zestigal onderdanen van San Marino wonen in ons land. Wat het handelsverkeer betreft, heeft België af te rekenen met een tekort : ons land importeert voor ongeveer 220 miljoen frank goederen uit San Marino, terwijl de Belgische export ongeveer 100 miljoen frank bedraagt.

B. BESPREKING

Een lid stelt vast dat als gevolg van de toetreding van één of meerdere nieuwe Staten tot de Europese Unie bestaande overeenkomsten dienen aangepast te worden en dienen onderworpen te worpen aan de nationale instemming van alle lidstaten. Dit is bij voorbeeld met voorliggend protocol het geval : ten gevolge van de toetreding van de Republiek Finland, de Republiek Oostenrijk en het Koninkrijk Zweden tot de Europese Unie was een louter technische aanpassing van de Overeenkomst tot instelling van samenwerking en een douane-unie tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek San Marino nodig. Ook al is het protocol van louter technische aard, het dient door alle lidstaten te worden geratificeerd.

De minister kan begrip opbrengen voor het voorstel maar de vraag naar het delegeren aan het Europees Parlement van een deel van de nationale bevoegdheid inzake verdragsrecht is in grotere lidstaten van de Europese Unie totaal onbespreekbaar. Op termijn zou hierin wel een evolutie kunnen optreden.

C. STEMMINGEN

Beide artikelen en het wetsontwerp worden aangenomen bij eenparigheid van de 10 aanwezige leden.

Dit verslag is door de aanwezige leden eenparig goedgekeurd.

De rapporteur, De voorzitter,
Patrick HOSTEKINT. Valère VAUTMANS.