(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Om te voorkomen dat onze visbestanden te snel zouden uitgeput geraken door het bovenhalen van te kleine vis, werd van start gegaan met een strenge controle op de verkoop van ondermaatse vis. Twee visverkopers aan de Westkust zijn reeds slachtoffer van deze controle.
Het probleem van het vangen van ondermaatse vis zou zich volgens de Vlaamse visserijsector echter voornamelijk situeren in Frankrijk (waar onder meer de verboden netten zomaar op de kades liggen) en niet bij ons.
Nog een bewijs daarvan is het feit dat de twee « betrapte » viswinkeliers hun vis aankochten bij een Franse groothandelaar. Deze verwijst op zijn beurt beschuldigend naar zijn leverancier : de directie van de vismijn van Duinkerke, die vervolgens de schuld in de schoenen schuift van de visser die de gewraakte vis aanvoerde.
De Belgische autoriteiten zouden aan hun Franse collega's gevraagd hebben de zaak te onderzoeken.
Graag kreeg ik een antwoord op volgende vragen :
1. Klopt het dat de Belgische autoriteiten aan Frankrijk gevraagd hebben de zaak te onderzoeken ? Zo ja, wat heeft dat onderzoek tot nu toe al opgeleverd ?
2. Kan de geachte minister mij mededelen of er sancties zullen getroffen worden tegen de directie van de Duinkerkse vismijn ?
3. Wat zal de geachte minister ondernemen om dergelijke toestanden waarbij onze Vlaamse visserijsector eens temeer dreigt op te draaien voor de overtredingen van zijn Franse collega's te voorkomen ?
Antwoord : Eind 1997 heb ik de campagne « Ondermaatse visjes ? Neen bedankt ! » gelanceerd en heb ik mijn diensten de opdracht gegeven te waken op de strikte naleving van de technische bepalingen in dit verband. Mijn controlediensten hebben inderdaad een aantal vaststellingen verricht in de visdetailhandels. Twee vaststellingen betroffen het te koop aanbieden van ondermaatse vis, waarbij betrokken vishandelaar verklaarde de vis aangekocht te hebben in een Franse visafslag en waarvoor bovendien aankoopdocumenten ter staving door betrokkene voorgelegd konden worden.
De feiten werden geverbaliseerd en overgemaakt aan de betrokken parketten. Er is echter nog geen uitspraak over deze feiten.
1. Het is juist dat mijn diensten een aantal stappen ondernomen hebben bij de Franse administratie.
Eind juli werd de dienst « Affaires maritimes », afdelingen te Duinkerke en te Boulogne, gecontacteerd en werden de feiten telefonisch gerapporteerd. In Frankrijk is deze dienst belast met de visserijcontrole. De directie te Boulogne heeft ons verzekerd dat er in Frankrijk ook een verstrengde controle op de aanvoer van ondermaatse vis is. Dit maakt deel uit van de controletaken van de « gendarmes maritimes », die voor de controle op ondermaatse vis versterking gekregen hebben van een specifiek inspectieteam.
Er zijn in Frankrijk reeds een aantal veroordelingen uitgesproken in verband met illegale handel in ondermaatse vis. Op concrete aanwijzigingen van onze diensten kunnen de Franse controle-autoriteiten onderzoek verrichten.
In dit verband is het wellicht aangewezen te melden dat op dit ogenblik een belangrijke fraude met ondermaatse vis, die in Nederland is ontdekt en waarbij zowel Nederlandse, Belgische en Franse firma's betrokken zijn, door het Franse gerecht wordt onderzocht, na het doorspelen naar de Franse autoriteiten toe van Belgische en Nederlandse rapporten en processen-verbaal.
Verder hebben mijn diensten contact genomen met de « chambre de commerce » te Boulogne, verantwoordelijk voor onder andere de kwaliteitscontrole van de gemijnde vis en met de directie van de coöperatieve vismijn van Duinkerke, waar de in beslag genomen vis vermoedelijk verhandeld is.
2. In verband met een mogelijke sanctionering van de directie van de Duinkerkse vismijn dient het volgende gezegd. De Duinkerkse vismijn heeft het statuut van een coöperatieve. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor de aanvoer van ondermaatse vis ligt bij de individuele schipper, die het verbod opgelegd krijgt om ondermaatse vis aan boord te houden en aan te voeren, dit op basis van de Europese reglementering. De directie van de vismijn kan aansprakelijk gesteld worden voor een incorrecte sortering van de te koop geboden vis. De sanctioneringsbevoegdheid hoort echter toe aan de Franse overheid. Ik ben niet op de hoogte van de uitspraak van een mogelijke straf ten aanzien van de Duinkerkse vismijndirectie.
3. Ik steun de Europese Commissie in haar streven naar een grotere transparantie en gelijkheid van behandeling van alle Europese vissers op het gebied van de visserijcontrole. Samenwerking tussen de controlediensten van de lidstaten is in dit verband uiterst belangrijk.
Het is nu eenmaal een feit dat de communautaire visserijregelgeving door de verschillende lidstaten van de Europese Unie niet uniform wordt toegepast. De regels worden op Europees niveau vastgelegd, maar de opvolging ervan dient door nationale controle-autoriteiten te gebeuren.
Op de verschillende visserijraden heb ik altijd het standpunt verdedigd van een grotere harmonisatie op het gebied van de zeevisserijcontrole, inclusief het toekennen van uitgebreide bevoegdheden aan een Europees korps van visserijcontroleurs.
Er geldt een algemeen verbod op handel in ondermaatse vis, ook wat betreft de aanvoer in België van ondermaatse vis van buitenlandse oorsprong. Bij elke commerciële transactie zijn er in essentie twee partijen betrokken. Koper en verkoper van ondermaatse vis kunnen dus beiden aansprakelijk gesteld worden.
Na de twee vaststellingen begin dit jaar werden, concreet gezien, volgende stappen ondernomen.
Aan betrokken vishandelaars werd de raad gegeven de partijen vis, vóór aankoop in de visafslag, beter te schouwen en in geval van twijfel zich van aankoop te weerhouden.
Met de directie van de visafslag van Duinkerke werd bovendien overeengekomen dat Belgische aankopers, bij betwisting, de aangekochte partijen mogen weigeren op basis van de aanwezigheid van ondermaatste vis in een partij, als gevolg van een slechte sortering in de visafslag.