1-222

1-222

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCES DU JEUDI 19 NOVEMBRE 1998

VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 19 NOVEMBER 1998

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN DE HEER HOSTEKINT AAN DE MINISTER VAN VERVOER OVER « HET GEBRUIK VAN HALOGEENVERLICHTING IN PERSONENWAGENS »

QUESTION ORALE DE M. HOSTEKINT AU MINISTRE DES TRANSPORTS SUR « L'EMPLOI DE L'ÉCLAIRAGE À HALOGÈNE DANS LES VOITURES PARTICULIÈRES »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Hostekint.

Het woord is aan de heer Hostekint.

De heer Hostekint (SP). ­ Mijnheer de voorzitter, sinds enkele jaren wordt voor de voertuigverlichting ook gebruik gemaakt van halogeenlampen.

In het begin leek het gebruik van halogeenlampen van verschillende kleuren een gadget om personenwagens een eigen cachet te geven. Sinds kort wordt echter ook in de standaardversie van sommige personenwagens uit de duurdere prijsklassen, zoals Mercedes en BMW, gebruik gemaakt van witte halogeenlampen voor de verlichting vooraan. Ik veronderstel dat het gaat om wagens waarvan het prototype een EU-goedkeuring heeft verkregen en die bijgevolg in ons land zonder problemen op de markt kunnen worden gebracht.

Er rijzen nochtans vragen in verband met de weerslag van dit type van verlichting op de verkeersveiligheid. Nadat met succes is gestreefd naar een zo groot mogelijke uniformiteit in de voertuigverlichting ­ ik verwijs naar het in onbruik raken van de gele lampen ­ is het gebruik van halogeenlampen alleszins een stap achteruit. Voorts is er het aspect van de lichtsterkte van deze lampen. Van verschillende bestuurders heb ik reeds klachten opgevangen over de grote intensiteit van halogeenverlichting en het verblindend karakter van deze lichten. Bovendien kan men zich afvragen of de bestuurder de intensiteit van de verlichting mettertijd zelf zal kunnen bepalen. Bij halogeenverlichting voor huishoudelijk gebruik is dit namelijk nu reeds het geval. Ten slotte is het niet zeker of de grotere duurzaamheid van halogeenlampen opweegt tegen het risico op ontploffing van deze lampen.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen. Houdt deze verlichting gevaren in voor de verkeersveiligheid in het algemeen ? Op welke EU-richtlijnen of andere internationale afspraken ­ bijvoorbeeld de reglementen van Genève ­ is de goedkeuring van de bewuste prototypes gebaseerd ? Voldoen deze prototypes aan de bepalingen van de Belgische reglementering, in casu het koninklijk besluit van 15 maart 1968 betreffende de technische eisen en de uitvoeringsbesluiten van dit koninklijk besluit ? Overweegt de minister in dit verband een aanpassing van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 ? Zo ja, in welke zin ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan minister Daerden.

De heer Daerden, minister van Vervoer. ­ Mijnheer de voorzitter, de goedkeuring van de bewuste prototypes is gebaseerd op de beslissing van de Europese Commissie van 4 februari 1997, die een afwijking toe laat op de richtlijn 92/52 van 18 juni 1992.

De goedkeuring in de Belgische wetgeving is gebaseerd op het koninklijk besluit van 26 februari 1981, en niet op het koninklijk besluit van 15 maart 1968.

Ik ben niet van plan dit koninklijk besluit van 26 februari 1981 aan te passen. Een dergelijke aanpassing is trouwens enkel mogelijk na een beslissing op Europees vlak.

De voorzitter. ­ Het woord is aan de heer Hostekint voor een repliek.

De heer Hostekint (SP). ­ Ik dank de minister voor zijn kort en bondig antwoord waarbij hij verwijst naar de Europese reglementering die het volgens hem onmogelijk maakt om het koninklijk besluit van 1981 te wijzigen. De problemen inzake verkeersveiligheid kunnen echter niet worden ontkend. De gebruikers van een wagen uitgerust met halogeenlampen zijn van oordeel dat zij hun gezichtsvermogen en bijgevolg ook hun veiligheid verhogen. De tegenliggers worden echter wel verblind. Het gaat om wagens met een statussymbool zoals deze van de merken BMW en Mercedes. Ik heb vernomen dat voor de wagens die nieuw op de markt komen, de koper de keuze heeft tussen gewone en halogeenlampen.

De minister die verantwoordelijk is voor verkeer en verkeersveiligheid maakt er zich nogal gemakkelijk van af. Het zou goed zijn tenminste te onderzoeken welke de gevolgen zijn voor de verkeersveiligheid van het gebruik van deze sterke lampen, waarvan de verblinding een tijd blijft nawerken op het netvlies. Aangezien de grote merken de halogeenlampen als een statussymbool gebruiken, vrees ik dat het gebruik ervan zal worden veralgemeend.

M. le président. ­ La parole est à M. Daerden, ministre.

M. Daerden, ministre des Transports. ­ Monsieur le président, indépendamment des différentes références légistiques que j'ai citées ­ j'en ferai parvenir la liste à M. Hostekint ­ j'aurai un contact avec le secrétaire d'État à la Sécurité, car c'est aussi avec lui que je dois aborder ce problème.

Je m'inscris donc bien volontiers dans les propos développés par M. Hostekint.

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.