1-222 | 1-222 |
Sénat de Belgique |
Belgische Senaat |
Annales parlementaires |
Parlementaire handelingen |
SÉANCES DU JEUDI 19 NOVEMBRE 1998 |
VERGADERINGEN VAN DONDERDAG 19 NOVEMBER 1998 |
De voorzitter. Aan de orde is de mondelinge vraag van de heer Loones.
Het woord is aan de heer Loones.
De heer Loones (VU). Mijnheer de voorzitter, aansluitend bij de vragen aan vice-eerste minister Van den Bossche in de Kamer en aan minister Ylieff hier, in verband met de uitzendingen van de Turkse zender TRT, zou ik het standpunt van minister Derycke willen kennen over het conflict in eigen land, maar nog meer zijn benadering van de Turkse overheden als minister van Buitenlandse Zaken.
Heel de Koerdische gemeenschap, inbegrepen zij die zich afstandelijk opstellen tegenover de PKK want niet iedereen in die gemeenschap hoort bij de PKK protesteert heftig tegen de aanhouding van PKK-leider Öcalan. Terwijl de Italiaanse regering gunstig blijkt te staan tegenover het verlenen van asiel, vraag ik mij af of de heer Derycke Apo, zoals sommigen in Turkije de heer Öcalan noemen, naar België wil zien komen. De minister zou volgens de media hebben verklaard dat de Belgen al genoeg problemen hebben met de PKK en met Med-TV en zou bovendien zijn eigen bedenkingen hebben over de heer Öcalan.
Ik mag de minister eraan herinneren dat zijn collega Van den Bossche daarstraks in de Kamer melding heeft gemaakt van een oproep van Med-TV gericht aan de Koerdische gemeenschap om ook na de onrusten van dinsdag de kalmte te bewaren.
Het conflict tussen Koerden en Turken escaleert in die mate dat het nu zelfs uitgevochten wordt in Brussel, met een misdadige aanslag op bijvoorbeeld de vestiging van het nochtans zeer pluralistische en gematigde Koerdisch Instituut. Volgens mensen die het kunnen weten, lokten de Turkse overheden, door ophitsingen via de staatstelevisie, de hetze zelf uit en blijken de rellen georkestreerd. Dat wordt bevestigd door de vraag en het antwoord daarop vandaag in de Kamer.
Vandaar dat ik de minister een aantal vragen wil stellen.
Ten eerste, hoe beoordeelt hij de weergave van zijn uitlatingen in de media ?
Ten tweede, wat is voor de minister een rechtvaardige behandeling iets waar iedereen recht op heeft van de heer Öcalan ?
Ten derde, hoe denkt de minister de heer Öcalan mocht hij asiel krijgen in Italië, uit België te weren, en op welke gronden ?
Ten vierde, hoe zal de minister de Turkse overheid wijzen op haar verantwoordelijkheden voor de toenemende tegenstellingen tussen Turken en Koerden in Europa en in ons land, nu blijkt dat de hetze door de Turkse overheid wordt bevorderd en opgewekt ?
Hoe zal ten slotte en dat is uiteraard de belangrijkste vraag de minister een nieuwe impuls geven aan een politieke dialoog tussen Turkije en de Koerden, want alle incidenten rond de aanhouding en de asielaanvraag van PKK-leider Öcalan zouden eigenlijk moeten leiden tot een debat op het politieke vlak en niet tot terreur ?
De voorzitter. Het woord is aan minister Derycke.
De heer Derycke, minister van Buitenlandse Zaken. Mijnheer de voorzitter, binnen het bestek van mijn antwoord is het natuurlijk onmogelijk het probleem grondig te behandelen. De collega's Bourguignon en Anciaux hebben dit onderwerp zeer onlangs in interpellaties en vragen om uitleg ter sprake gebracht. Het volstaat deze na te lezen om de standpunten van de Belgische regering te kennen. Toch wil ik een paar zaken zeggen over het algemene politieke perspectief van deze zeer delicate aangelegenheid. Ik beperk mij daarbij tot twee elementen : de kwestie-Öcalan en de recente Turks-Koerdische confrontatie in Sint-Joost-ten-Node.
Ik begin met Öcalan. De man heeft vorige week in Italië politiek asiel aangevraagd. Hij kwam uit Moskou en reisde met een vervalst Turks paspoort. De Italiaanse autoriteiten moeten nu uitspraak doen over de aanvraag. Dat heb ik overigens ook in mijn interview vermeld. Wij zouden trouwens hetzelfde doen. Dit onderzoek moet in alle sereniteit en volgens de vigerende wettelijke bepalingen gebeuren. De overeenkomst van Dublin, die door de vijftien lidstaten van de Unie op 1 september 1997 werd ondertekend, bepaalt dat de lidstaat die de aanvraag krijgt, eveneens bevoegd is deze te behandelen. Indien de asielzoeker een soortgelijke aanvraag in een andere lidstaat indient, hoeft deze lidstaat de aanvraag zelfs niet in behandeling te nemen zolang de eerste aanvraag niet volledig is afgehandeld. In dat geval is de lidstaat waar de aanvraag wordt behandeld, verplicht de vluchteling terug op te nemen. We moeten dus geduldig wachten tot de Italiaanse overheid haar beslissing heeft genomen. Wat er later gebeurt, zien we dan wel. Indien Öcalan geen politiek asiel krijgt, heeft hij een groot probleem. Krijgt hij wel asiel, dan zal de Belgische overheid en in eerste instantie de minister van Binenlandse Zaken onder wiens bevoegdheid de toegang tot het grondgebied valt, moeten uitmaken of hij naar België kan komen.
Ik kom nu tot de recente Turks-Koerdische confrontatie. De heer Loones heeft terecht gewezen op de bestaande spanningen. Zoals u weet leven er in België 110 000 Turkse staatsburgers. Een groot aantal van deze mensen heeft de voorbije jaren de Belgische nationaliteit aangenomen, maar daarnaast blijven zij een sterke band behouden met hun vaderland. Van deze bevolkingsgroep is 80 % etnisch Turks en 20 % etnisch Koerdisch. Ik durf te verklaren dat een minderheid van deze mensen extreem nationalistisch is, maar nationalistische gevoelens kunnen snel worden aangewakkerd en kunnen eveneens snel escaleren. Enkele dagen geleden is dit nog duidelijk bewezen.
De Koerdische instellingen en de Koerdische zender Med-TV verspreiden een duidelijke politieke boodschap die zorgt voor animositeit en spanningen tussen de Turkse en Koerdische gemeenschap. De kwestie-Öcalan heeft deze spanningen nog verscherpt, ook en vooral door de verklaringen van Turkse en Koerdische verantwoordelijken. Med-TV en een aantal Koerdische spreekbuizen hebben de Koerdische gemeenschap in Europa opgeroepen zich te mobiliseren en naar Italië te reizen voor betogingen en andere protestacties tegen de Italiaanse overheid. Terecht werd gezegd dat zij naar aanleiding van de recente ongeregeldheden in Brussel tot kalmte hebben opgeroepen. Ik kan alleen bevestigen wat mijn collega van Binnenlandse Zaken daarover heeft verklaard.
Het algemene discours van Med-TV was echter zeker niet bevorderlijk voor het bewaren van de kalmte. Ook Ankara heeft zich in deze zaak niet onbetuigd gelaten. De Turkse televisie heeft in verscheidene verklaringen de Turkse gemeenschap in Europa opgeroepen haar solidariteit met de Turkse regering te betuigen. Uiteraard is dit ook een middel om druk uit te oefenen zodat de leider van de PKK wordt uitgeleverd.
De Belgische regering kan onmogelijk tolereren dat het Turks-Koerdisch antagonisme op een gewelddadige manier op ons grondgebied wordt uitgevochten. De bevolking wil dat niet. We hebben een open samenleving en iedereen kan onze rechten en vrijheden genieten, voor zover de rechten en de vrijheden van de anderen worden gerespecteerd. Dat geldt voor de Belgen, maar ook voor degenen die de Belgische gastvrijheid genieten.
België heeft het nodige gedaan om bij te dragen tot het herstel van de kalmte en het verhinderen van nieuwe incidenten. Maar ook de Turkse en de Koerdische gezagsdragers moeten hun bijdrage leveren. Het hoofd van de dienst belast met de bilaterale betrekkingen van het departement van Buitenlandse Zaken nam contact op met de Turkse ambassadeur. Hem werd gevraagd alles in het werk te stellen om de spanning in de Turkse gemeenschap weg te nemen en nieuwe incidenten te vermijden. Ook van de Koerdische verantwoordelijken verwachten we een dergelijke houding.
Net als de mensenrechtenkwestie, staat ook het Koerdisch vraagstuk sinds jaren hoog op de agenda in de contacten tussen Europa en Turkije. België veroordeelt het terrorisme en net als de overgrote meerderheid van de Staten van de Europese Unie beschouwen we de PKK als een terroristische organisatie. Wij dringen er evenwel bij de Turkse autoriteiten op aan een geweldloze en politieke oplossing te zoeken voor het Koerdische vraagstuk waarbij de territoriale eenheid en de persoonlijke integriteit worden gevrijwaard. Zoals de Europese Unie pleit België voor een maximaal respect van de mensenrechten, voor erkenning van de culturele eigenheid van de Koerden, voor onderwijs in de Koerdische taal, zo mogelijk zelfs voor de culturele autonomie. De verdere toenadering van Turkije tot de Europese Unie zal trouwens mee bepaald worden door de wijze waarop dit land aan de Europese bekommernissen concreet gevolg zal geven. Dat standpunt werd overigens in de Europese Raad van Luxemburg en die van Cardiff herhaald.
De voorzitter. Het woord is aan de heer Loones voor een repliek.
De heer Loones (VU). Mijnheer de voorzitter, ik dank de minister voor zijn uitgebreid antwoord. We kunnen niet anders dan vaststellen dat het geweld eerder van Turkse dan van Koerdische zijde komt. Alle Koerdische organisaties roepen op tot kalmte. Het antwoord van de minister van Binnenlandse Zaken in de Kamer was terzake heel duidelijk. Volgens hem was de opstand georkestreerd. De incidenten in Sint-Joost-ten-Node getuigden van stielkennis op het vlak van betogen, groepen leiden en het aanbrengen van verwoestingen. De Belgische regering moet haar verantwoordelijkheid opnemen ten aanzien van de Turkse overheden. De minister blijft de PKK als een terroristische organisatie beschouwen. Ik wil hem erop wijzen dat er vanaf september toch een evolutie is in het optreden van haar leider Öcalan. Sinds september roept hij immers op tot overleg en hij heeft ook het geweld afgezworen.
Nog niet zolang geleden werd de heer Arafat door de Westerse gemeenschap versleten als een terrorist en kijk waar hij nu staat. Ook de Koerden maken deze vergelijking. België in het bijzonder moet de politieke dialoog met alle mogelijke middelen bevorderen. Iedereen in het land is het er over eens dat de Koerdische gemeenschap recht heeft op een culturele autonomie. Laten we die stroming dan ook voluit ondersteunen. Van dat pad mogen we ons niet laten afbrengen, door geen enkele agressie, ook niet wanneer die op een onverantwoorde manier is georkestreerd door de Turkse overheden.
De voorzitter. Het incident is gesloten.
L' incident est clos.