1-213

1-213

Sénat de Belgique

Belgische Senaat

Annales parlementaires

Parlementaire handelingen

SÉANCE DU JEUDI 15 OCTOBRE 1998

VERGADERING VAN DONDERDAG 15 OKTOBER 1998

(Vervolg-Suite)

MONDELINGE VRAAG VAN MEVROUW LEDUC AAN DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN OVER « DOOR VLUCHTELINGEN GEPLEEGDE FRAUDE TEN NADELE VAN VERSCHILLENDE OCMW'S »

QUESTION ORALE DE MME LEDUC AU VICE-PREMIER MINISTRE ET MINISTRE DE L'INTÉRIEUR SUR « LA FRAUDE COMMISE PAR DES RÉFUGIÉS AU DÉTRIMENT DE PLUSIEURS CPAS »

De voorzitter. ­ Aan de orde is de mondelinge vraag van mevrouw Leduc.

Het woord is aan mevrouw Leduc.

Mevrouw Leduc (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, gisteren en vandaag kon men in de pers berichten lezen over mogelijke fraude gepleegd door asielzoekers uit ex-Joegoslavië. Deze zouden met gestolen of vervalste identiteitsdocumenten erin geslaagd zijn steun te trekken bij verschillende OCMW's in Vlaanderen, onder meer met behulp van het spreidingsplan voor de vluchtelingen.

OCMW's van Antwerpen, Schoten, Overijse, Gent, Nazareth en Wellen zouden slachtoffer zijn van deze fraude.

Naar ik heb vernomen, zouden kandidaat-vluchtelingen bij hun aanmelding op de dienst Vreemdelingenzaken in Brussel, via een codenummer worden toegewezen aan een OCMW, ongeacht of ze in die stad of gemeente wonen.

De betrokken OCMW-dienst kan dan nagaan of een kandidaat-vluchteling recht heeft op een maandelijkse uitkering, door het intikken van dit codenummer dat verbonden is aan de identiteit, de vingerafdruk van de kandidaat-vluchteling en aan het OCMW waaraan de vluchteling in het kader van het spreidingsplan is toegewezen. Dit systeem zou fraude moeten uitsluiten.

Kan de vice-eerste minister bevestigen dat de spreiding volgens deze werkwijze gebeurt ? Indien ja, hoe is het dan mogelijk dat vluchtelingen op meerdere plaatsen OCMW-steun opstrijken ? In gevallen van ouders met kinderen zou ook het kindergeld meer dan een keer zijn geïnd.

Kan de fraude het gevolg zijn van onnauwkeurig werk of onachtzaamheid van de dienst Vreemdelingenzaken ? Zou een en ander eventueel door medeplichtigheid op de dienst mogelijk zijn gemaakt ? Wordt nagegaan of de vluchteling werkelijk verblijft in de woonplaats waar hij is ingeschreven, ook als er een wettelijk huurcontract wordt voorgelegd ?

Ik heb ook vragen bij de zogenaamde harmonieuze verdeling van de asielzoekers over alle gemeenten en steden van ons land. Door dat spreidingsbeleid vallen asielzoekers ten laste van gemeenten waar ze niet wonen.

Met de regelmaat van de klok vallen opeenvolgende spreidingsplannen in de brievenbus van onze OCMW's. Volgens de dienst Vreemdelingenzaken wordt met verschillende parameters rekening gehouden, waaronder het aantal inwoners, het aantal bestaansminimumtrekkers en de financiële draagkracht van de gemeente en het OCMW. Verloopt de spreiding ook evenwichtig over Vlaanderen en Wallonië ? Bestaan hierover statistieken ? Waar kunnen wij deze terugvinden ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan vice-eerste minister Van den Bossche.

De heer Van den Bossche, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. ­ Mijnheer de voorzitter, de toewijzing van een asielzoeker aan een gemeente en uiteindelijk aan een OCMW, heeft als gevolg dat er een recht op sociale steun ontstaat, op voorwaarde natuurlijk dat de betrokkene behoeftig is. Het is geen automatisme.

De toewijzing gebeurt bij de indiening van de asielaanvraag. Hiervan zijn er geen statistieken gemaakt, maar de spreiding wordt wel geregistreerd. Die gegevens kan men opvragen. Of de asielzoekers in de hun toegewezen gemeenten verblijven, is een andere vraag. Daarop kom ik straks terug.

De toewijzing van een asielzoeker aan een gemeente wordt vermeld in het wachtregister. De asielzoeker krijgt een document waarin staat aan welke gemeente hij wordt toegewezen. Het OCMW kan dit document opvragen om na te gaan of de asielzoeker inderdaad aan die gemeente is toegewezen of gebruik maakt van de in de wet voorziene mogelijkheid om zich in een andere gemeente aan te melden. Het OCMW krijgt bovendien van de diensten van het rijksregister de zogeheten « gele fiche ».

Het toegewezen OCMW heeft verplichtingen. De ondergrond van de vraag is als het ware :« Werp al uw kommer op de Heer. » « De Heer » is in dit geval de centrale overheid. Als de centrale overheid zich ook nog moet bekommeren om de verplichtingen van het OCMW, dan vraag ik mij af wat het nut en de verantwoordelijkheid is van een OCMW.

De wet bepaalt dat het OCMW een aantal punten moet nagaan als een betrokkene zich aanbiedt. Ten eerste, de identiteit. Ten tweede, de geldigheid van het verblijf. Dit kan vastgesteld worden aan de hand van het verblijfsdocument of van het wachtregister, wanneer de betrokkene het verblijfsdocument verloren heeft. Ten derde, onderzoeken of de betrokkene aan dat bepaald OCMW is toegewezen, wat moet blijken uit het wachtregister. Ten vierde, onderzoeken of de betrokkene behoeftig is. Dit onderzoek moet een OCMW in het kader van zijn activiteiten telkens doen.

Vingerafdrukken kunnen in het kader van deze procedure niet worden genomen. Artikel 51, 3, van de vreemdelingenwet somt immers limitatief de gevallen op waarin vingeradrukken kunnen worden genomen. Toewijzingen behoren niet tot de limitatief opgesomde gevallen, waardoor het nemen van vingerafdrukken momenteel een vrij zware wetsovertreding is, vooral rekening houdend met de wet op de privacy.

Op de vraag hoe de fraude kon worden gepleegd, kan ik niet antwoorden. Dat maakt trouwens het voorwerp uit van een gerechtelijk onderzoek. Ik heb dit ook gelezen in de pers, maar ik heb hierover geen verdere informatie.

Mij lijkt het ­ voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast ­ zo goed als uitgesloten dat de dienst Vreemdelingenzaken een fout zou hebben gemaakt omdat de te volgen procedures dit onmogelijk maken. Fraude is natuurlijk altijd mogelijk. Ook een degelijk uitgewerkte procedure kan dit niet voorkomen wanneer ab initio een vals gegeven wordt ingebracht. Die valsheid wordt in de procedure dan ook efficiënt en effectief doorgetrokken. Hierover kan ik mij echter niet uitspreken. Dat zal het gerechtelijk onderzoek moeten uitwijzen.

De controle van de woonst behoort tot de taken van de gemeente en moet gebeuren alvorens tot inschrijving kan worden overgegaan. Dat geldt ook voor Belgen. Iemand die verhuist, wordt niet automatisch op het nieuw adres ingeschreven. Er wordt eerst gecontroleerd of de betrekkene effectief op dat nieuw adres woont.

De vraag naar de controle van de verblijfplaats en de huurcontracten betreffen een andere materie dan deze van de toewijzing aan een OCMW. De techniek van het spreidingsplan heb ik reeds toegelicht. Bijgevolg moet ik daaop nu niet verder ingaan.

Er moeten verplichtingen worden nagekomen op drie niveaus.

Ten eerste, de dienst Vreemdelingenzaken waar alles begint. Technisch gezien is naar mijn mening alleen op dit niveau fraude mogelijk.

Ten tweede, het OCMW dat zijn verplichtingen mogelijk niet heeft nagekomen.

Ten derde, de gemeente die mogelijk onvoldoende zorgzaamheid heeft besteed aan de inschrijving.

De voorzitter. ­ Het woord is aan mevrouw Leduc voor een repliek.

Mevrouw Leduc (VLD). ­ Mijnheer de voorzitter, ik heb contact opgenomen met de OCMW's die werden vernoemd. Zij hebben mij geantwoord dat zij steeds controle hebben gedaan via de stamnummers op de formulieren en dat zij bijgevolg geen enkele fout hebben begaan. De fout moet dus gebeurd zijn op de dienst Vreemdelingenzaken of in de gemeente van inschrijving.

Momenteel worden wij geconfronteerd met een omvangrijke internationale mensenhandel. Ik verneem dat er momenteel een onderzoek loopt naar 126 Kosovaren, die zowel in Duitsland als in België zouden zijn ingeschreven en dus ook op twee, of misschien zelfs op meer plaatsen, OCMW-steun genieten. Zowel het departement Binnenlandse Zaken als het departement Justitie dienen dringend een onderzoek in te stellen naar de mensenhandel, waarvan deze OCMW-fraude slechts een afgeleide is.

In hoeverre werkt het bij koninklijk besluit opgelegde spreidingsplan dit soort van fraude niet in de hand ? Bestaat er geen meer sluitende werkwijze die elke vorm van fraude uitsluit ?

De voorzitter. ­ Het woord is aan vice-eerste minister Van den Bossche.

De heer Van den Bossche, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. ­ Mijnheer de voorzitter, ik heb hierbij vier opmerkingen.

Ten eerste bestaat er geen enkel systeem dat elke vorm van fraude uitsluit. Het wordt tijd dat men zich daarvan bewust wordt. Wanneer iemand wenst te frauderen, moet hij het systeem eerst goed leren kennen en vervolgens een fraude-mechanisme op gang brengen dat zolang mogelijk onopgemerkt blijft. Slaagt hij daarin, dan was de fraude succesvol.

Fraude is van overal en van alle tijden. Het bestaan van fraude volstaat niet om het systeem te veroordelen. In geval van fraude moet eerst het systeem worden onderzocht en dan pas kan men eventueel oordelen over het al dan niet slecht functioneren ervan.

Ten tweede geloven sommigen de OCMW's op hun woord wanneer ze verklaren zonder fout te zijn. Zelf ben ik minder lichtgelovig. Als de dienst Vreemdelingenzaken verklaart geen fouten te maken, hoef ik hen niet per se op hun woord te geloven. Daarom heb ik vandaag verklaard dat het « lijkt » alsof er geen fout zou zijn begaan. Ik sluit dus niet uit dat er toch fraude gepleegd kan zijn. Mag ik de senatoren verzoeken om dezelfde intellectuele discipline op te brengen ?

Ten derde, voor de strijd tegen de mensenhandel worden de vereiste middelen ingezet en een aantal filières werden reeds opgerold. Toch ligt het niet zo simpel. Het voorbeeld van de Kosovaren spreekt toch boekdelen. Hoe kunnen Albanezen of Macedoniërs die zich uitgeven voor Kosovaar van echte Kosovaren worden onderscheiden ? Daarvoor moet er een beroep worden gedaan op tolken die liefst niet van Albanese oorsprong en dus geen belanghebbende partij zijn, maar wel voldoende vertrouwd zijn met de verschillende Albanese dialecten zodat de afkomst van de betrokkene met een vrij grote zekerheid kan worden bepaald. Dat is niet eenvoudig. We gaan zeer binnenkort een eerste experiment doen om te zien of dat lukt. We hopen zodoende meer te weten te komen over de filières die in Kosovo zeer actief blijken.

Ten vierde werkt het spreidingsplan de fraude niet noodzakelijk in de hand. Elk systeem heeft zijn zwakke punten en ondeugdelijkheden. Ik wens het spreidingsplan niet noodzakelijk negatief te evalueren.

De voorzitter. ­ Het incident is gesloten.

L'incident est clos.