Vragen en Antwoorden


Bulletin 1-54

Belgische Senaat

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ≠ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 249 van de heer Anciaux d.d. 8 augustus 1997 (N.) :
Aanplakbrieven voor notariŽle verkopingen. ≠ Taalgebruik.

De Vaste Commissie voor Taaltoezicht heeft reeds meermaals geadviseerd (cf . bijvoorbeeld de adviezen van 16 mei 1991 en 18 december 1975) dat de aanplakbrieven voor notariŽle verkopingen in de Brusselse agglomeratie tweetalig moeten zijn. Het advies van 16 mei 1991 van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht stelt duidelijk : ę Om die redenen adviseert de VCT dat een aanplakbrief betreffende een openbare verkoop moet worden beschouwd als een bericht of mededeling aan het publiek en moet gesteld zijn in de taal van het gebied waar hij werd aangebracht. Ľ Ik stel echter vast dat onder andere voor openbare verkopingen in Brussel de aanplakbrieven in een overgroot deel der gevallen eentalig Frans zijn opgesteld. Bovendien is het opvallend dat het meestal altijd dezelfde notarissen zijn die tweetalig afficheren en dit ook konsekwent blijven doen. Toen ik met het Genootschap van Notarissen (Bergstraat te 1000 Brussel) contact opnam, melden zij mij dat ook zij op de hoogte zijn van het niet naleven van de taalwetgeving door een groot deel der notarissen.

Van de geachte minister had ik graag op de volgende vragen een antwoord verkregen :

1. Welke maatregelen zal hij ondernemen opdat de adviezen van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht in de praktijk door de notarissen worden opgevolgd ?

2. Wat als een deel der notarissen de taalwetgeving blijft overtreden ?

3. Zullen notarissen die in overtreding met de wet handelen gesanctioneerd worden ?