Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997


Bulletin 1-38

18 FEBRUARI 1997

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Financiën en Buitenlandse Handel (Financiën)

Vraag nr. 165 van de heer Hostekint d.d. 10 januari 1997 (N.) :
Doorstorting van de personenbelasting en onroerende voorheffing aan de gemeenten.

Over de doorstorting van de personenbelasting en onroerende voorheffing door het ministerie van Financiën aan de gemeenten werden in het verleden reeds heel wat schriftelijke vragen gesteld.

Zoals bekend deelt het ministerie van Financiën aan de gemeenten een raming mee van de personenbelasting en onroerende voorheffing waarop zij recht hebben. Dit bedrag wordt door de gemeenten gebruikt voor het opstellen van hun begroting.

De personenbelasting en onroerende voorheffing moeten in principe regelmatig per maand worden doorgestort aan de gemeenten. Toch betwijfelen nogal wat gemeentelijke autoriteiten of dit ook effectief gebeurt.

Tot voor kort werden de gemeenten financieel gecompenseerd voor deze laattijdige doorstorting.

Intussen maakt het ministerie van Financiën werk van een verregaande informatisering waardoor de personenbelasting en onroerende voorheffing sneller worden doorgestort naar de gemeenten.

In dit verband had ik graag aan de geachte minister gevraagd :

1. In hoeverre worden de personenbelasting en onroerende voorheffing op regelmatige basis doorgestort naar de gemeenten ? Kunt u naast een algemene situatieschets ook de concrete toestand beschrijven van de stortingen aan de gemeente Zonnebeke ?

2. Het probleem van de laattijdige doorstortingen aan de gemeenten is een oud euvel. Met welke maatregelen poogt u deze problemen op te lossen ? Zorgt de informatisering voor een snellere doorstorting van de bedragen ?