(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Sedert de oprichting van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (PWA) kunnen langdurig werklozen opnieuw worden ingeschakeld in een alternatief arbeidscircuit. Hierdoor tonen zij niet enkel hun werkbereidheid, tegelijkertijd verhoogt deze tewerkstelling hun gevoel van eigenwaarde.
Sinds enige tijd worden de door het PWA tewerkgestelde werklozen tijdens of na de periode van tewerkstelling geschorst.
Deze schorsingen verhinderen de goede werking van het PWA.
Graag kreeg ik van de geachte minister een antwoord op volgende vragen :
1. Wanneer komt een werkloze in aanmerking om tewerkgesteld te worden in het PWA-systeem ?
2. Mag een werkloze die tewerkgesteld is in het PWA-systeem bij verschillende personen werk verrichten ?
3. Gedurende welke termijn (hoeveel uren) kan een werkloze worden ingeschakeld in het PWA, zonder risico te lopen op schorsing ?
Kan er een regelgeving worden uitgewerkt waardoor deze werklozen het werk kunnen verrichten zonder ervoor te worden geschorst ?
4. Vanaf wanneer moet een aanvraag tot vrijstelling worden ingediend door de werkloze ?
Antwoord : In antwoord op zijn vraag heb ik de eer het geachte lid de volgende inlichtingen te verstrekken.
1. De voorwaarden waaraan de werkloze moet voldoen om activiteiten te mogen verrichten in het kader van het PWA worden omschreven in artikel 79, § 4, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering.
« Wordt beschouwd als langdurig werkloze die activiteiten mag verrichten in het kader van een plaatselijk werkgelegenheidsagentschap, de uitkeringsgerechtigde volledig werkloze die werkloos is sinds ten minste twee jaar als hij wachtuitkeringen geniet of sinds ten minste drie jaar als hij werkloosheidsuitkeringen geniet.
In afwijking van het vorige lid wordt voor het uitvoeren van seizoens- en gelegenheidsgebonden activiteiten verricht bij een werkgever die ressorteert onder het paritair comité voor het tuinbouwbedrijf beschouwd als langdurig werkloze, die activiteiten mag verrichten in het kader van een plaatselijke werkgelegenheidsagentschap, de uitkeringsgerechtigde volledig werklozen die werkloos is sinds ten minste één jaar als hij wachtuitkeringen geniet of sinds ten minste twee jaar als hij werkloosheidsuitkeringen geniet. »
Door het koninklijk besluit van 13 december 1996 werd in artikel 79, § 4, van het genoemde koninklijk besluit van 25 november 1991 een categorie van werklozen toegevoegd die zich vrijwillig kunnen inschrijven in het PWA.
« Indien de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening een tekort vaststelt in het aantal werklozen, kandidaat-PWA-er, mag de uitkeringsgerechtigde volledig werkloze, die in de periode van 36 maanden voor zijn aanvraag minstens gedurende 24 maanden uitkeringsgerechtigde volledig werkloze was, zich op vrijwillige basis inschrijven als kandidaat bij het PWA. Heeft de werkloze die de voormelde voorwaarden vervult de leeftijd van 40 jaar bereikt, dan wordt de mogelijkheid zich in te schrijven evenwel niet afhankelijk gesteld van de vaststelling van een tekort. »
2. Een werkloze die tewerkgesteld is in het PWA-systeem mag bij verschillende gebruikers werk verrichten, op voorwaarde echter dat de activiteiten in het kader van het PWA in hoofde van de werkloze 45 uur per maand niet overschrijden (artikel 79, § 6, eerste lid, van het genoemde koninklijk besluit van 25 november 1991).
In afwijking hiervan mag de werkloze die seizoens-en gelegenheidsgebonden activiteiten verricht in de land- en tuinbouwsector, gedurende twee kalendermaanden per jaar, ten hoogste 90 activiteitsuren verrichten (artikel 79, § 6, tweede lid, van het genoemde koninklijk besluit van 25 november 1991).
De werkloze die een activiteit uitoefent als stadswachter mag per maand gemiddeld 53 uren presteren (artikel 79ter , § 3, derde lid, van het genoemde koninklijk besluit van 25 november 1991).
3. Overeenkomstig de artikelen 79, § 4bis en 79ter van het genoemde koninklijk besluit van 25 november 1991 kan de werkloze op zijn vraag vrijgesteld worden van de verplichting een passende betrekking te aanvaarden, deel te nemen aan het begeleidingsplan, van inschrijving als werkzoekende en van beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt.
Om deze vrijstelling te kunnen genieten moet de werkloze aantonen dat hij ten minste 180 activiteitsuren (120 activiteitsuren tot 1 januari 1998) in het kader van een PWA gepresteerd heeft in de loop van een referteperiode van zes kalendermaanden vóór de maand vanaf dewelke de vrijstelling wordt gevraagd.
De vrijstelling geldt voor een periode van ten hoogste zes kalendermaanden en dient te worden aangevraagd door middel van het formulier C 79 A dat moet worden ingevuld door de werkloze en zijn uitbetalingsinstelling.
De stadswachter moet echter niet aantonen dat hij 180 (120) uren heeft gepresteerd gedurende een referteperiode van zes maanden voorafgaand aan de aanvraag. Voor hem geldt de vrijstelling voor de maanden waarin hij de activiteit van stadswachter uitoefent. Het volstaat dat hij een formulier C 79 A indient.
De werkloze die overeenkomstig de artikelen 79, § 4bis of 79ter , § 5 van het genoemd koninklijk besluit van 25 november 1991 de hogervermelde vrijstelling geniet, kan volgens de bepalingen van artikel 80, 3º, van dit besluit geen verwittiging krijgen voor langdurige werkloosheid, zoals voorzien in artikel 181 van het zelfde besluit.
Ook worden overeenkomstig artikel 56, § 1, vijfde lid, 6º, van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering de maanden waarin de werkloze minstens 30 PWA-uren presteert niet meegeteld voor de berekening van zijn werkloosheidsduur in het kader van artikel 81 van het genoemd koninklijk besluit van 25 november 1991.
4. Er is geen termijn voorzien voor de indiening van een aanvraag tot vrijstelling. De werkloze kan zijn aanvraag tot vrijstelling indienen vanaf het moment dat hij kan aantonen dat hij tijdens de zes kalendermaanden voorafgaand aan zijn aanvraag minstens 180 (120) uren heeft gepresteerd.