Vragen en Antwoorden


Bulletin 1-53

Belgische Senaat

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 130 van de heer Loones d.d. 27 juni 1997 (N.) :
Machtsmisbruik Britse kustpolitie. ­ Opgepakte visser. ­ 13 mei 1997.

Op maandag 13 mei 1997 kwam het voor de Britse kust tot een incident tussen de bemanning van de N22 en de Britse controlerende overheden.

De Britse controlerende overheid hield de bemanning van de N22 twee dagen vast en bovendien belandde de schipper in de gevangenis.

Een Brits controle-officier kwam aan boord met de mededeling dat de Belgen in de verboden zone hadden gevist en dat de wet was overtreden. Nochtans was de schipper overtuigd dat hij zich niet binnen de verboden 6-mijlszone bevond. Bovendien was het vissen nog niet begonnen want er was slechts 40 kg vis aan boord.

De zaak zou voorkomen op 14 mei, maar werd uitgesteld tot 15 mei. Aangezien de zaak op 15 mei na 16 uur voorkwam, werd ze opnieuw uitgesteld. Uiteindelijk moest de reder 150 000 frank betalen, waaronder een boete, samen met de gerechts- en advocaatskosten. Tot de reder de boete had betaald, belandde de schipper in de cel.

Volgens het Vlaams Visserijcentrum staat deze boete helemaal niet in verhouding tot de feiten en beschuldigt het de Britten van machtsmisbruik. Deze toestand sleept nu al jaren aan en zou dringend moeten worden geregeld.

Graag kreeg ik een antwoord op volgende vragen :

1. Is de geachte minister bereid dit dossier te onderzoeken ?

2. Is de geachte minister bereid de nodige contacten te leggen om gelijkaardige feiten in de toekomst te vermijden ?


Antwoord : Naar ik van de Britse autoriteiten heb vernomen, werd de Belgische vissersboot Zeester (N22), op 14 mei jl. door HMS Chiddingford, een schip van de Britse kustwacht, in de monding van de Thames onderschept op verdenking van het vissen binnen de Britse 6-mijl-zone. Het Belgische vaartuig werd vervolgens naar Dover geëscorteerd voor verder onderzoek. De lokale visserij-inspectiedienst besloot daarop tot gerechtelijke vervolging over te gaan daar de bemanning nagelaten had visserijgereedschap op te bergen toen het schip zich in een verboden viszone bevond.

De gerechtelijke procedure werd uitgesteld tot 15 mei om de Belgische kapitein toe te laten geld over te brengen naar het Verenigd Koninkrijk, in het geval een boete zou worden opgelegd. Op 15 mei werd onze landgenoot veroordeeld tot het betalen van een boete van 1 700 pond. De kapitein werd, in afwachting van de betaling, opgesloten in de wachtzaal van de gevangenis van Canterbury. De boete werd betaald om 16 uur, waarna het Belgische schip binnen het uur de haven van Dover verliet.

Ik wens het geachte lid erop te wijzen dat de Britse overheid en meer bepaald de gerechtelijke autoriteiten van Dover, een zeer harde lijn volgen inzake visserij-overtredingen. Dit belet nochtans niet dat de Belgische kapitein eventueel in beroep kan gaan tegen deze beslissing.