(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Op 4 december 1980 stelde wijlen senator Jorissen de volgende vraag aan de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken en Begroting :
« In artikel 1 van het koninklijk besluit van 21 oktober 1980 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 december 1976 betreffende duur en voorwaarden van het verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat, wordt bepaald dat een burgemeester van een gemeente met minder dan 10 000 inwoners twee dagen verlof bekomt, bij 10 000 tot 50 000 inwoners zelfs drie dagen.
Een schepen of OCMW-voorzitter, zelfs een lid van het vast bureau van het OCMW bekomt eveneens twee dagen als het om een gemeente gaat met 10 000 tot 50 000 inwoners. Daar staat tegenover dat een lid van de Raad der Duitse cultuurgemeenschap slechts over één dag mag beschikken. De taken van de Raad zijn nochtans belangrijker dan die van gemeente of OCMW, en het aantal inwoners (ongeveer 63 000) veel groter.
Waarom dit verschil in behandeling ? »
Het antwoord van de minister luidde :
« De parlementaire vraag handelt in essentie over de zogenaamde benadeling van de mandatarissen van de Raad der Duitse cultuurgemeenschap t.o.v. deze van een gemeente en een OCMW. Als vallend in zijn bevoegdheid, is deze vraag voor beschikking overgemaakt aan de heer minister van Tewerkstelling en Arbeid. »
Daar een antwoord van de minister bij mijn weten uitgebleven is, ben ik zo vrij de vraag nu aan u te stellen.