Vragen en Antwoorden


Bulletin 1-50

Belgische Senaat

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Landsverdediging

Vraag nr. 77 van de heer Hostekint d.d. 13 juni 1997 (N.) :
Belgisch leger. ­ Evaluatiesysteem.

Sedert 1995 bestaat in het leger een evaluatiesysteem, waarbij de militairen worden beoordeeld door hun korpsoversten.

In een nota aan zijn korpsoversten klaagt luitenant-generaal Van Hecke recent over de toepassing van het evaluatiesysteem. Bij de evaluatie zou volgens hem de nodige ernst en objectiviteit ontbreken, met als gevolg dat heel wat militairen in alle evaluatiecategoriën uitmuntende scores behalen.

In verband met dit evaluatiesysteem, had ik de geachte minister graag volgende vragen gesteld :

1. Volgens welke procedure gebeurt de evaluatie ?

2. Welke criteria worden gehanteerd bij de evaluatie ?

3. Hoeveel militaire hebben bij de evaluatie een onvoldoende behaald ?


Antwoord : Het geachte lid gelieve hierna het antwoord te willen vinden op de door hem gestelde vragen.

1. De beoordeling van de militairen gebeurt volgens de procedure beschreven in het koninklijk besluit van 28 juli 1995 (Belgisch Staatsblad van 7 september 1995) en het reglement A10 betreffende de beoordelingsprocedure voor de militairen van het actief kader en het reservekader.

Samengevat verloopt de procedure als volgt : jaarlijks, of tweejaarlijks wanneer de geëvalueerde niet meer deelneemt aan bevordering, stelt de rechtstreekse functionele chef, als eerste beoordelaar volgens de criteria hernomen in alinea 2, de beoordeling op over de uitoefening van de functie. Deze wordt overhandigd aan de betrokken militair in voorbereiding van het beoordelingsgesprek dat tenminste drie dagen later plaatsvindt tussen beiden. Tijdens dit gesprek worden de prestaties in de functie gedurende de afgelopen periode en de uitgebrachte scores besproken. Tevens worden de doelstellingen voor de komende periode in samenspraak vastgelegd. De tweede beoordelaar, zijnde de hiërarchische chef van de eerste beoordelaar, kan deze beoordeling bevestigen of mits de nodige motivatie, wijzigen. De beoordeelde militair heeft in beide gevallen de mogelijkheden om bezwaar in te dienen tegen de inhoud van de beoordeling en tegen mogelijke procedurefouten. Enkel in geval van bezwaar tegen de beoordeling van de tweede beoordelaar treedt diens hiërarchische chef als derde beoordelaar op. Alle beoordelaars kregen een vorming over het nieuwe evaluatiesysteem en de techniek van het voeren van beoordelingsgesprekken.

2. De beoordelingscriteria zijn hernomen in artikel 3 van voornoemd koninklijk besluit en paragraaf 13 van het reglement A10, zoals volgt :

a) voor elke militair worden de volgende beoordelingscriteria in aanmerking genomen : vakkennis, kwaliteit van het geleverde werk, verantwoordelijkheidsbesef, zelfstandigheid en initiatief, samenwerkingsgeest, beschikbaarheid, rendement, voorkomen, zin voor discipline, fysiek weerstandsvermogen, loyaliteit en integriteit, stressbestendigheid;

b) voor de officier en de onderofficier worden eveneens de volgende bijkomende beoordelingscriteria in aanmerking genomen : organisatiezin, zorg voor het materieel, zorg voor het personeel, flexibiliteit, overdracht van kennis en vaardigheden, leadership, vervolmakingswil, overzicht en visie, zin voor verbetering, schriftelijk uitdrukkingsvermogen, mondeling uitdrukkingsvermogen en publieke relaties.

3. Gezien de beoordelingsnota's niet centraal worden beheerd, kunnen geen globale cijfers inzake onvoldoende resultaten worden overgemaakt.