(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Artikel 25 van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de integratietegemoetkoming aan gehandicapten bepaalt dat de uitbetaling geschiedt door postassignaties. Het bedrag kan ook gestort worden op persoonlijke rekening van de gerechtigde.
De wet van 2 mei 1956 op de postcheque bepaalt dat postassignaties slechts betaalbaar zijn aan de gerechtigde of aan zijn mandataris, die van zijn identiteit moet doen blijken.
In het geval van handelingsonbekwame mentaal gehandicapte personen die, wegens de afwezigheid van een beschermend statuut niet over een wettelijke vertegenwoordiger beschikken, stellen postbodes zich in de praktijk vaak tevreden met de handtekening van een derde die tevens de gelden in ontvangst neemt. Dit druist in tegen de reglementering en doet vragen rijzen omtrent de uiteindelijke bestemming en besteding van deze gelden.
Op een vroegere schriftelijke vraag (vraag nr. 80, Senaat, van 20 december 1996), of er voor die personen niet kan worden in voorzien dat de tegemoetkoming automatisch gestort wordt op de persoonlijke rekening van de betrokkene, antwoordde staatssecretaris Peeters dat dit niet opportuun is omdat in het algemeen al een wettelijke vertegenwoordiger werd aangewezen aan wie de tegemoetkoming wordt betaald.
Het antwoord van de staatssecretaris gaat er evenwel vanuit dat de gehandicapte « over het algemeen » over een wettelijke vertegenwoordiger beschikt; het antwoord gaat juist voorbij aan het feit dat er een kleine deelgroep is die, wegens het gebrek aan een beschermend statuut, geen wettelijke vertegenwoordiger hebben, ondanks hun manifeste handelingsonbekwaamheid. Met het antwoord van de staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie wordt de verantwoordelijkheid in die omstandigheden verschoven naar de postdiensten. Vandaar dat ik van de vice-eerste minister, die de voogdij over De Post uitoefent, graag volgende verduidelijkingen had gekregen :
Welke richtlijnen verstrekt De Post aan de postbodes omtrent de behandeling van postassignaties aan dergelijke handelingsonbekwame mentaal gehandicapte personen zonder wettelijke vertegenwoordiger ?
Hoeveel postassignaties worden teruggestuurd wegens de afwezigheid van een mandataris, rekening houdend met de omstandigheid dat handelingsonbekwame personen per definitie niet bij machte zijn om een mandataris aan te stellen ? Zo niet, moet hieruit worden afgeleid dat bepaalde personen zich eigenmachtig de hoedanigheid van mandataris toemeten en dat aldus gelden in ontvangst worden genomen, zonder dat nader wordt toegezien op het wettelijk karakter van deze verrichting. Welke maatregelen treft de directie van De Post bij dergelijke vaststellingen ?
Meent de geachte minister dat er dienaangaande schikkingen moeten worden getroffen ten einde de financiële rechten van deze personen te beschermen ?
Antwoord : Het autonoom overheidsbedrijf De Post heeft mij de volgende elementen meegedeeld.
Zij vestigt eerst de aandacht op het feit dat zij enkel optreedt als tussenpersoon tussen de uitgevende instellingen en de begunstigden. Haar diensten dienen zich dus te schikken naar de gegevens en eisen van deze uitgevers.
De Post verduidelijkt dat de algemene regel erin bestaat dat de postassignaties bij de incassering door de begunstigde moeten ondertekend worden.
Nochtans indien de postassignaties die geadresseerd zijn aan begunstigden die niet kunnen tekenen of zich in de onmogelijkheid bevinden deze postassignaties te kwiteren, ter incasso aangeboden worden, is er in de reglementering voorzien dat de begunstigden met een kruis of met hun gewoon merk kwiteren. Dit moet dan evenwel bevestigd worden door de handtekening van twee meerderjarige getuigen die bij de uitbetaling aanwezig waren. Bovendien moeten deze getuigen vreemd zijn zowel aan het postkantoor als aan de familie van de uitbetalende bediende.
De Post voegt eraan toe dat de postassignaties eveneens door een derde aangeboden kunnen worden voor zover deze de titel « Voor voldaan » ondertekend heeft en voor zover het bedrag niet hoger is dan 1 000 frank. Deze derde moet eveneens als eerlijk gekend zijn en gewoonlijk en onmiskenbaar in plaats van de begunstigde optreden (stilzwijgend mandaat).
Het bedrijf preciseert verder dat de postassignaties waarop de melding « Aan de geadresseerde zelf te betalen » voorkomt in principe enkel in de handen en tegen persoonlijke kwijting aan de begunstigde uitbetaald kunnen worden.
Desalniettemin mogen zij op volgende wijze geïnd worden :
De rechthebbende kwiteert de titel en overhandigt deze samen met zijn identiteitskaart aan een vertrouwenspersoon die het bedrag van de titel int. Deze laatste moet evenwel zijn eigen identiteitskaart voorleggen en er zijn persoonlijke hantekening op aanbrengen op het ogenblik van de betaling;
Indien de postbeambte een verschil vaststelt tussen de handtekening van de begunstigde op de titel en deze op zijn identiteitskaart dient er verplicht een « bewijs van leven » voorgelegd te worden alsmede sommige mogelijke andere identiteitsbewijzen.
Tenslotte is De Post niet in staat de gevraagde cijfers te verstrekken. Inderdaad deze reden van terugzending behoort niet tot de gebruikte redenen zoals « onbekend », « overleden », enz.
Het lijkt niet nuttig maatregelen in dat opzicht te treffen.
Het komt inderdaad uiterst weinig voor dat personen die erkend zijn als handelingsonbekwaam niet over wettelijke vertegenwoordigers beschikken. Overigens lijkt de reglementering de rechten van deze personen te beschermen. Het autonoom overheidsbedrijf is trouwens niet op de hoogte van problemen terzake.