(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
De geneesmiddelenindustrie heeft, in een stevig gedocumenteerde studie, haar standpunt uiteengezet en samengevat met betrekking tot de hervorming van de ziekteverzekering.
Ongetwijfeld is het document de geachte minister bekend (Het gezondheidsbeleid van de 21e eeuw De patiënt staat centraal februari 1997).
In de rand van het document richt de geneesmiddelenindustrie een krachtige oproep naar de beleidsverantwoordelijken om samen een gezondheidsbeleid op te stellen dat de patiënt centraal stelt.
1. Ligt het betreffend document neer ter studie bij de diensten van de geachte minister ?
2. Is de geachte minister bereid de uitnodiging van de geneesmiddelenindustrie te aanvaarden, om samen een gezondheidsbeleid op te stellen waarin de patiënt centraal staat ?
3. Welke maatregelen heeft de geachte minister genomen om een degelijk gesprek op basis van het vermelde document aan te gaan ?
Antwoord : Als antwoord op het door het geachte lid gestelde vraag, kan ik de volgende elementen mededelen.
1. Samen met mijn bevoegde medewerkers, heb ik een delegatie die de geneesmiddelenindustrie vertegenwoordigt persoonlijk ontvangen voor het voorstellen van het document « Een gezondheidsbeleid voor de 21e eeuw prioritaire aandacht voor de patiënt » (februari 1997).
De meeste elementen voor de beoordeling van het Belgisch systeem van gezondheidszorg, die men in dit document terugvindt, zijn ons welbekend. Het origineel aspect ervan is vooral het voornemen waarvan de industrie blijk heeft gegeven, actief deel te nemen aan het uitstippelen van een volksgezondheidsbeleid waarin de patiënt centraal staat, in overleg met alle betrokken partijen.
2. Ik ben altijd voorstander geweest van een gezondheidsbeleid, in overleg met alle partijen binnen ons gezondheidssysteem. Ik kan dergelijke actie dus alleen maar toejuichen.
3. Eerst en vooral zou ik erop willen wijzen dat ik niet alleen bevoegd ben voor het gezondheidsbeleid, maar ook mijn collega Marcel Colla, federaal minister van Volksgezondheid, en verschillende gemeenschaps- en gewestministers. Wat betreft de ambitie van de industrie, moet dus een akkoord gevonden op het niveau van de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid. Ik ben bereid mijn collega's tijdens een volgende vergadering van de Interministeriële Conferentie in te lichten over de acties van de farmaceutische industrie.
Ik herinner u tevens eraan dat ik samen met mijn collega's Elio Di Rupo, minister van Economische Zaken en Marcel Colla, minister van Volksgezondheid, de aanzet had gegeven tot een rondetafelconferentie over geneesmiddelen met alle betrokken partijen bij het verbruik van geneesmiddelen (industrie, groothandelaars-verdelers, apothekers, geneesheren, ziekenfondsen). Dit discussieforum is tweemaal bijeengekomen (november 1995 en februari 1996) en heeft bepaalde concrete resultaten opgeleverd.
Zoals de deelnemers zelf hebben erkend, gaat het hier echter om een zware structuur en men zou blijkbaar eerder de voorkeur moeten geven aan beperkte werkgroepen, met een concreet en duidelijke afgebakend doel.
Ik heb akte genomen van dit algemeen verzoek. Ik heb sedertdien sommige van de betrokkenen ontmoet voor het oplossen van bepaalde problemen die tot mijn bevoegdheden behoren. Ik heb nooit geweigerd de vertegenwoordigers van de industrie te ontmoeten.
Binnen afzienbare tijd ontmoet ik de nieuwe voorzitter van de AGIM, de heer Massart, om mogelijke vormen van samenwerking af te spreken in het kader van een echt gezondheidsbeleid waarin de patiënt prioritair aandacht krijgt.