Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1996-1997


Bulletin 1-45

13 MEI 1997

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Economie en Telecommunicatie

Vraag nr. 143 van de heer D'Hooghe d.d. 4 april 1997 (N.) :
Postassignaties. ­ Uitbetaling aan handelingsonbekwame mentaal gehandicapte personen zonder wettelijke vertgenwoordiger.

Artikel 25 van het koninklijk besluit van 6 juli 1987 betreffende de integratietegemoetkoming aan gehandicapten bepaalt dat de uitbetaling geschiedt door postassignaties. Het bedrag kan ook gestort worden op persoonlijke rekening van de gerechtigde.

De wet van 2 mei 1956 op de postcheque bepaalt dat postassignaties slechts betaalbaar zijn aan de gerechtigde of aan zijn mandataris, die van zijn identiteit moet doen blijken.

In het geval van handelingsonbekwame mentaal gehandicapte personen die, wegens de afwezigheid van een beschermend statuut niet over een wettelijke vertegenwoordiger beschikken, stellen postbodes zich in de praktijk vaak tevreden met de handtekening van een derde die tevens de gelden in ontvangst neemt. Dit druist in tegen de reglementering en doet vragen rijzen omtrent de uiteindelijke bestemming en besteding van deze gelden.

Op een vroegere schriftelijke vraag (vraag nr. 80, Senaat, van 20 december 1996), of er voor die personen niet kan worden in voorzien dat de tegemoetkoming automatisch gestort wordt op de persoonlijke rekening van de betrokkene, antwoordde staatssecretaris Peeters dat dit niet opportuun is omdat in het algemeen al een wettelijke vertegenwoordiger werd aangewezen aan wie de tegemoetkoming wordt betaald.

Het antwoord van de staatssecretaris gaat er evenwel vanuit dat de gehandicapte « over het algemeen » over een wettelijke vertegenwoordiger beschikt; het antwoord gaat juist voorbij aan het feit dat er een kleine deelgroep is die, wegens het gebrek aan een beschermend statuut, geen wettelijke vertegenwoordiger hebben, ondanks hun manifeste handelingsonbekwaamheid. Met het antwoord van de staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie wordt de verantwoordelijkheid in die omstandigheden verschoven naar de postdiensten. Vandaar dat ik van de vice-eerste minister, die de voogdij over De Post uitoefent, graag volgende verduidelijkingen had gekregen :

­ Welke richtlijnen verstrekt De Post aan de postbodes omtrent de behandeling van postassignaties aan dergelijke handelingsonbekwame mentaal gehandicapte personen zonder wettelijke vertegenwoordiger ?

­ Hoeveel postassignaties worden teruggestuurd wegens de afwezigheid van een mandataris, rekening houdend met de omstandigheid dat handelingsonbekwame personen per definitie niet bij machte zijn om een mandataris aan te stellen ? Zo niet, moet hieruit worden afgeleid dat bepaalde personen zich eigenmachtig de hoedanigheid van mandataris toemeten en dat aldus gelden in ontvangst worden genomen, zonder dat nader wordt toegezien op het wettelijk karakter van deze verrichting. Welke maatregelen treft de directie van De Post bij dergelijke vaststellingen ?

­ Meent de geachte minister dat er dienaangaande schikkingen moeten worden getroffen ten einde de financiėle rechten van deze personen te beschermen ?