Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-27

3 SEPTEMBER 1996

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Staatssecretaris voor Veiligheid, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken, en Staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Leefmilieu, toegevoegd aan de minister van Volksgezondheid (Veiligheid)

Vraag nr. 37 van de heer Olivier d.d. 1 augustus 1996 (N.) :
Autotelefoon. ­ Invloed op het rijgedrag.

Het gebruik van de autotelefoon vereist zowel manuele gedragingen als concentratie. Men kan dus verwachten dat dit de belasting van het autorijden nog eens extra verhoogt en dus aanleiding kan geven tot ongevallen.

Harde cijfers over de mogelijke link tussen ongevallen en het gebruik van de autotelefoon zijn echter niet beschikbaar. In het buitenland werd wel een aantal studies uitgevoerd die de effecten hebben onderzocht (Zweden : Alm & Nillsson, 1994/Nederland : Brookhuis, 1991/Frankrijk : Pachiaudi, 1996).

Ook al zijn de conclusies niet eensluidend, toch tonen de meeste studies aan dat het gebruik van een autotelefoon een nadelig effect heeft op het rijgedrag doordat de werkbelasting van de chauffeur aanzienlijk wordt verhoogd.

Graag had ik van de geachte staatssecretaris een antwoord op volgende vragen :

1. Bestaan er cijfers die het verband tussen ongevallen en het gebruik van telefoon in de auto bewijzen ?

2. Werd in ons land reeds een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke effecten van het gebruik van autotelefoon op de verkeersveiligheid en zo ja, wat zijn de resultaten van dit onderzoek ?

3. Uit de buitenlandse studies komt als aanbeveling naar voor om enkel handenvrije telefoons toe te laten omdat manuele telefoons extra handelingen vragen die de gewone rijhandelingen bemoeilijken. Wat is het standpunt van de geachte staatssecretaris ter zake ?

4. Uit studies blijkt dat het gebruik van autotelefoon aanzienlijk veiliger kan worden gemaakt wanneer het toestel op de boordplank in het gezichtsveld van de bestuurder wordt geplaatst. Wat is het standpunt van de geachte staatssecretaris ?

5. Is er nood aan een sensibiliseringscampagne die de bestuurders wijst op de gevaren van autotelefoons ?