Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-25

30 JULI 1996

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Justitie

Vraag nr. 169 van de heer Loones d.d. 21 juni 1996 (N.) :
Verkeersovertredingen. ­ Minnelijke regeling.

Bij een vaststelling van verkeersovertredingen wordt teruggevallen op de procedure van minnelijke inning der verkeersboetes, met een vastgesteld tarief.

Zijn deze tarieven thans definitief gestroomlijnd voor de verschillende gerechtelijke arrondissementen ?

Klopt het dat er lichtere boetes worden toegepast voor onmiddellijke inning tegen buitenlanders dan voor eigen inwoners ?


Antwoord : 1. De procureurs-generaal hebben in november 1995 in hun rechtsgebied identieke omzendbrieven uitgevaardigd met een tariefbepaling van de minnelijke schikkingen die de parketten voorstellen aan de overtreders van het verkeersreglement.

Deze omzendbrief bepaalt ook dat de uniforme tarifering geen afbreuk mag doen aan de beoordelingsbevoegdheid van de magistraat indien deze laatste van oordeel is dat er moet worden voorzien in afwijkingen voor bepaalde individuele gevallen of specifieke verkeersituaties.

In het antwoord op de parlementaire vraag nr. 69 van de heer volksvertegenwoordiger Decroly d.d. 3 oktober 1995 (bulletin van Vragen en Antwoorden, nr. 9, blz. 801) wordt dit nader gespecifieerd.

2. De vraag van de onmiddellijke inning en de consignatie van een som wanneer er zware inbreuken op het algemeen reglement betreffende de politie over het wegverkeer werden vastgesteld, die gepleegd werden door niet-residentiële buitenlanders, wordt op dit moment onderzocht door een interministeriële werkgroep die samenkomt op het initiatief van mijn collega bevoegd in het verkeerswezen.