Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-17

7 MEI 1996

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-Eerste minister en minister van Financiën en Buitenlandse Handel

Vraag nr. 41 van de heer Loones d.d. 11 januari 1996 (N.) :
Examen brevet van expert bij een fiscaal bestuur.

Het ministerie van Financiën organiseerde in mei 1995 voor de landmeters van het kadaster een examen voor het behalen van het « brevet van expert bij een fiscaal bestuur ». Dit examen werd voorafgegaan door één maand cursus in mei 1994.

Aan het examen werd deelgenomen door 326 Nederlandstaligen en 267 Franstaligen. Zij werden allen beoordeeld over dezelfde stof, elk door een jury in hun eigen taal.

Uiteindelijk slaagden 74 Nederlandstaligen (23 pct.) en 174 Franstaligen (65 pct.) in de proef.

Deze slaagcijfers slaan de betrokken Nederlandstalige examinandi terecht met verbijstering en ongeloof. Zij kunnen inderdaad niet aannemen dat er tussen beide percentages zo'n grote kloof is, aangezien alle kandidaten over precies dezelfde stof werden ondervraagd.

Uiteraard trekken zij een bittere conclusie uit de beoordeling door de Nederlandstalige en Franstalige jury : ofwel zijn de Vlamingen veel minder dan de Walen onderlegd in de bedoelde materie, ofwel hanteert de Vlaamse jury veel strengere normen dan de Waalse jury.

1. Welke instantie of wie bepaalt de beoordelingsnormen om kandidaten als geslaagd te beschouwen ? Welk toezicht wordt gehouden op de rechtvaardige toepassing van deze normen ?

2. Gelden dezelfde beoordelingsnormen voor de Vlaamse en de Waalse jury ? Hoe verklaart de geachte minister dan het enorme verschil tussen de slaagpercentages van de Vlaamse en de Waalse kandidaten ?

3. Bij gelijke beoordelingsnormen voor Vlamingen en Walen : meent de geachte minister dan niet dat het betrokken examen waardeloos is en geannuleerd moet worden, gezien de belangen van één bevolkingsgroep duidelijk geschaad werden ?

4. Welke middelen staan de Vlamingen ter beschikking om tegen de beoordeling door de jury beroep aan te tekenen ?

5. Wat is de algemene beoordeling van de geachte minister tegenover deze aangelegenheid ? Zal hij ter zake een onderzoek instellen en/of maatregelen nemen ? Welke ? Wanneer ?


Antwoord : Als antwoord op de vragen die door het geachte lid werden gesteld, kan ik mededelen dat ik, van zodra ik vernomen had dat er procentueel heel wat minder Nederlandstalige laureaten waren van het examen voor het brevet van expert bij het Kadaster, mijn diensten opdracht gegeven heb een onderzoek in te stellen, waarvan hier de resultaten.

Het examenprogramma was voor beide taalgroepen identiek.

Voor beide groepen werd dezelfde inspanning gedaan op het vlak van de voorbereidingscursussen.

Voor beide taalgroepen was de jury samengesteld uit drie ambtenaren van het Kadaster voorgesteld door deze administratie.

De kandidaten werden uitsluitend ondervraagd door ambtenaren van hun eigen taalgroep.

Om te vermijden dat de jury van een taalgroep andere beoordelingsnormen (strenger of minder streng) zou hanteren dan een andere werden vooraf twee coördinatievergaderingen georganiseerd waaraan alle juryleden van iedere taalgroep hebben deelgenomen.

Uit de vergelijking met andere examens blijkt dat er geregeld procentuele verschillen zijn tussen het aantal laureaten van de verschillende taalgroepen. Aldus telde in 1993 een examen voor verificateur bij de Directe Belastingen 37 pct. Nederlandstalige laureaten en slechts 23 pct. Franstaligen; een examen van landmeter-expert van het Kadaster leverde in 1993, 43 pct. Nederlandstalige laureaten op tegen slechts 19 pct. Franstaligen en bij een examen van verificateur bij de BTW, waren er in 1994, 57 pct. Nederlandstalige laureaten en slechts 32 pct. Franstaligen.

Uit het onderzoek is ten slotte ook gebleken dat er verschillen zijn in het aantal afwezigen op het mondeling examen. Van de Franstaligen was 12,3 pct. en van de Nederlandstaligen was 35,7 pct. afwezig.

Wat betreft de maatregelen die moeten getroffen worden, kan uiteraard niet overwogen worden om het examen te annuleren vermits daardoor ook de geslaagde Nederlandstalige kandidaten ten onrechte zouden bestraft worden. Wel heb ik opdracht gegeven om zo spoedig mogelijk een nieuw examen aan te kondigen zodat de ambtenaren van het Kadaster de mogelijkheid zullen hebben om het brevet te behalen.

Ten slotte werd aan alle ambtenaren die gevraagd hebben om hun examendossier in te kijken of er afschrift van te krijgen voldoening gegeven.

Tegen de beslissing van de jury kan bij de Raad van State, krachtens artikel 19, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, beroep worden ingesteld wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, of wegens overschrijding of afwending van macht. Wanneer een beslissing van een administratieve overheid vatbaar is voor vernietiging, kan bij dezelfde administratieve rechtbank een vordering tot schorsing worden ingesteld bij een afzonderlijke akte die geen deel uitmaakt van het verzoekschrift tot nietigverklaring en uiterlijk samen met dat verzoekschrift.