(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Bij gedwongen uitvoeringen, uitdrijvingen uit de woonst enz. gebeurt het dat de gerechtsdeurwaarders de inbeslaggenomen goederen opslaan in ruimten die daartoe door de gemeentebesturen worden ter beschikking gesteld.
In zeer vele gevallen blijven die goederen daar jarenlang opgeslagen, zonder dat iemand er nog naar omkijkt.
Veelal hebben de gerechtsdeurwaarders geen opdracht meer om de uitvoering verder te benaarstigen, ook al omdat de kosten van uitvoering in vele gevallen hoger zouden oplopen dan de mogelijke opbrengsten.
Graag had ik van de geachte minister een antwoord vernomen op volgende vragen :
1. a) Wat is de procedure voor realisatie van dergelijke inbeslaggenomen goederen ?
b) Mag de gemeenteontvanger overgaan tot openbare verkoop ?
c) Na welke termijn ?
d) Mits welke verwittigingen ?
e) Zijn er bepaalde publikatievereisten ?
2. a) Naar wie gaat de opbrengst van dergelijke openbare verkopingen, benaarstigt door de gemeente ?
b) Bestaan er richtlijnen voor het voorafnemen, door de gemeente, van kosten van bewaring ?
3. Kunnen bepaalde goederen onttrokken worden aan openbare verkoop, bijvoorbeeld binnen het kader van het gemeentelijk OCMW-beleid ?
Antwoord : Het Gerechtelijk Wetboek maakt een onderscheid tussen het bewarend en het uitvoerend beslag. Iedere schuldeiser kan in spoedeisende gevallen aan de rechter toelating vragen om op de voor beslag vatbare goederen van zijn schuldenaar bewarend beslag te leggen.
Dergelijk bewarend beslag geldt gedurende drie jaren (behoudens schorsing of vernieuwing) (artikel 1425 van het Gerechtelijk Wetboek). De goederen die aan dit beslag onderworpen zijn kunnen niet te gelde gemaakt worden.
Verkrijgt de schuldeiser een uitvoerbare titel, dan kan uitvoerend beslag worden gelegd.
Het Gerechtelijk Wetboek verleent enkel aan de gerechtsdeurwaarder de bevoegdheid om tot daadwerkelijke uitvoering namelijk verkoop over te gaan. De gemeenteontvanger kan ter zake niet optreden.
Het uitvoerend beslag heeft in beginsel gevolg tot op het ogenblik waarin de opheffing ervan wordt toegestaan door alle schuldeisers die beslag hebben gelegd. Het is evenwel zo dat de beslagene, ondanks het beslag, eigenaar en bezitter blijft, niet voor zichzelf, maar voor het vereffeningsdoel. Hij mag het goed niet vervreemden of teloor doen gaan, met andere woorden hij moet zich als een goed huisvader gedragen (zie F. Dirix en K. Broeckx, Beslag , nr. 565).
Aangezien de goederen eigendom van de beslagene blijven, moet deze de kosten van de bewaring betalen. De gemeente kan daartoe tegen de beslagene een vordering instellen.
Er dient op gewezen dat een geschil over deze aangelegenheden een geschil over burgerlijke rechten is waarover overeenkomstig artikel 144 van de Grondwet alleen de hoven en rechtbanken mogen oordelen. De uitlegging van de wetgeving behoort hun toe en niet de minister van Justitie.