Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-16

30 APRIL 1996

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Volksgezondheid en Pensioenen (Volksgezondheid)

Vraag nr. 7 van de heer Anciaux d.d. 25 oktober 1995 (N.) :
Belgische bloedzakjes. ­ HIV-besmetting.

Uit het rapport van de Canadese Krever-commissie zou blijken dat België het land is met het hoogste percentage besmet bloed met het HIV-virus. Eén bloedzakje op twintig zou zijn aangetast door het aidsvirus.

Het onderzoek sloeg op de periode 1978-1985, dus vóór de periode waarin het Rode Kruis begonnen is elk bloedstaal op HIV te controleren.

Is de geachte minister op de hoogte van de resultaten van het onderzoek van Dr. Remis in opdracht van de Krever-commissie ? Werden door de geachte minister beslissingen genomen om de resultaten van dit onderzoek te controleren ? Welke gevolgen trekt de geachte minister uit dit onderzoek ?


Antwoord : Het bloed dat in België verdeeld wordt, behoort tot het veiligste dat er in de hele wereld te vinden is. België voorziet volledig zelf in z'n behoeften aan bloed en componenten, dankzij de bijzondere inzet van uitsluitend vrijwillige, niet-bezoldigde bloedgevers.

Reeds voor de bloedafname worden een reeks maatregelen genomen om te bekomen dat personen met een verhoogd risico voor HIV-besmetting zich zouden onthouden van bloed geven :

a) De hele bevloking en de bloedgevers in het bijzonder worden via diverse kanalen geïnformeerd over hoe het HIV-virus kan worden overgedragen. Mensen die een verhoogd risico hebben op besmetting wordt gevraagd zich te onthouden van bloed geven;

b) Elke bloeddonor die zich aanbiedt, wordt opnieuw geïnformeerd. De donor moet bovendien een medische vragenlijst invullen die samen met een arts in een persoonlijk gesprek wordt doorgenomen. Zo kan er nagegaan worden of de donor de vragen juist heeft geïnterpreteerd en precies weet waar het om gaat.

Bovendien wordt, sinds augustus 1985, elke bloedeenheid onderzocht op de aanwezigheid van antistoffen tegen HIV, als merkers voor een besmetting.

Cijfers geven aan dat op 100 000 afgenomen zakjes bloed slechts 1 zakje HIV-positief is. Dit bloed wordt uiteraard onmiddellijk vernietigd. In vergelijking met cijfers uit het buitenland scoort België hierin duidelijk beter. Het aantal seropositieven onder de Belgische bevolking wordt geschat op ongeveer 1 op 1 000. Dit aantal ligt beduidend hoger dan het cijfer dat gevonden wordt bij het onderzoek van de bloedeenheden. Dit wijst op het belang van de maatregelen die genomen worden voor de eigenlijke bloedafname.

2. Op 31 maart 1995 waren in België 98 aidspatiënten geregistreerd die besmet waren met het aidsvirus (HIV) via bloedtransfusie. Dit is 5,2 pct. van het totaal aantal gekende aidspatiënten (1 872 op 31 maart 1995).

Het is duidelijk dat het absolute aantal aidspatiënten besmet via bloedtransfusie geregistreerd in België (98; 10,8/miljoen inwoners) klein is. Het cijfer is vergelijkbaar met het aantal gevallen in Zwitserland (56; 7,9/miljoen inwoners). Het ligt hoger dan in Nederland (36; 2,3/miljoen inwoners) en Duitsland (692; 3,1/miljoen inwoners). Maar het cijfer is veel lager dan het aantal gevallen in Frankrijk (1 570; 26,5/miljoen inwoners).

Meer gedetailleerde gegevens tonen bovendien aan dat slechts 32 aidspatiënten werden besmet via een bloedtransfusie na augustus 1985. De overige gevallen betreffen hoofdzakelijk niet-Belgen en Belgen die besmet werden na een bloedtransfusie in het buitenland en die tijdens verblijf (vaak voor behandeling) in België werden geregistreerd als aidspatiënt. Indien enkel de gevallen waarvan de transfusie met zekerheid in België plaatsvond in acht worden genomen dan is het aantal besmettingen met aids via bloedtransfusies namelijk 3,2 per miljoen inwoners vergelijkbaar met Nederland en Duitsland.

De maatregelen genomen voor de beveiliging van de bloedtransfusies in België sinds 1985 zijn zeer effectief gebleken om de verdere verspreiding van aids via deze weg tegen te gaan.

3. Op 11 oktober 1995 werd door Agence France Presse (Canada) een bericht verspreid met de titel : « België heeft de grootste voorraad met HIV-besmet bloed ». AFP baseert zich hierbij op een onderzoek dat door de Canadese epidemioloog Robert Remis in opdracht van een koninklijke Canadese commissie werd uitgevoerd naar de oorzaken van aidsbesmetting bij duizenden Canadezen in de jaren '80. AFP stelt dat volgens dit rapport 4,9 pct. van het bloed dat in België voor transfusie is bestemd, besmet is met het HIV-virus.

Dit is totaal onjuist ! Uit de informatie die we van Dr. Remis ontvingen, blijkt dat het bericht dat AFP verspreidde, een totaal verkeerde weergave is van de resultaten van het onderzoek. In de studie van Dr. Remis lezen we dat 4,9 pct. (96 patiënten) van de totaal aantal geregistreerde aidspatiënten (1 697 patiënten) in België deze besmetting hebben opgelopen via bloedtransfusie.

Men mag van een agentschap als AFP verwachten dat het correcte informatie verspreidt en dat het in staat is om zijn bronnen op een juiste manier te citeren of te interpreteren.

De tabellen opgesteld door Dr. Remis hebben betrekking op alle geregistreerde aidspatiënten tot en met maart 1995. In deze tabellen wordt de situatie in twaalf verschillende landen, waaronder België, vergeleken.

Wanneer Dr. Remis de procentuele verhouding bepaalt van het aantal aidsgevallen geassocieerd met transfusie op het totaal aantal aidsgevallen, bekomt hij voor België het cijfer van 4,9 pct. Deze procentuele verhouding is hoger dan in andere landen (mediaan 1,7 pct., spreiding : 0,9 tot 4,9 pct.) maar wordt beïnvloed door het aandeel van aidsgevallen geassocieerd met een bloedtransfusie in het buitenland.