Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-15

16 APRIL 1996

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-Eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 58 van de heer Anciaux d.d. 6 december 1995 (N.) :
Omstreden activiteiten van de VZW Scientology Church.

Sinds enkele weken geeft de zeer omstreden VZW Scientology Church drugspreventievoordrachten in een aantal lagere scholen in Vlaams-Brabant. De aanpak en de werking van deze VZW wordt door de erkende drugspreventieorganisaties veroordeeld. Meer nog, Scientology Church wordt beschouwd als een sekte. Dit vermoeden wordt gesterkt door het gegeven dat de bewuste VZW in bijna alle landen waar ze zich vestigde (ruim 100 landen) in aanraking kwam met het gerecht. Sinds enkele jaren probeert Scientology Church ook met haar drugsprogramma « Zeg neen aan drugs », schooldirecties te paaien. Zij gaat hierbij altijd als volgt te werk : eerst poogt zij de gemeentebesturen warm te maken, waarna zij naar de schooldirecties van een bepaalde gemeente stapt. In de klassen leggen de kinderen dan een eed af waarbij ze beloven om nooit drugs te gebruiken. Als beloning voor hun belofte krijgen ze een heuse sheriff-ster opgespeld, waarbij ze zich als een zogenaamde drugsvrije sheriff mogen beschouwen. Verscheidene drugspreventiewerkers bestempelen de aanpak van de VZW als onpedagogisch en schadelijk voor de kinderen. De zeer complexe drugsproblematiek wordt immers totaal gesimplifieerd en bovendien zijn de personen van deze VZW totaal onbevoegd om erover te praten. Ondanks het feit dat experten totaal gekant zijn tegen de activiteiten van deze VZW werken rijkswachters samen met deze zeer dubieuze organisatie. Zo legden zelfs lagere schoolkinderen in Heverlee samen met enkele rijkswachters de eed van drugonthouding af.

Was de geachte minister op de hoogte van de hierboven vermelde praktijken ?

Kan hij verklaren waarom de rijkswacht haar medewerking verleent aan een organisatie die door de erkende drugspreventieorganisaties als zeer dubieus wordt omschreven ?

Hoe is deze samenwerking tot stand gekomen en wanneer ?

Welke stappen gaat de geachte minister ondernemen om te verhinderen dat rijkswachtbrigades in de toekomst nog zullen samenwerken met de hierboven vermelde VZW ?

Is hij bovendien ook niet de mening toegedaan dat het afleggen van de eed van drugonthouding totaal belachelijk is op een leeftijd van 11 ŕ 12 jaar ?

Welke stappen zal hij ondernemen om te verhinderen dat gemeentebesturen ingaan op de voorstellen van de VZW Scientology Church ?

Is de geachte minister van plan om de activiteiten van deze organisatie te verbieden ?


Antwoord : Ik ben op de hoogte van het feit dat de VZW Scientology-Kerk drugpreventieacties voert in scholen waarbij zij kinderen als sheriffs een eed laat afleggen om nooit drugs te gebruiken.

De rijkswacht als dusdanig heeft aan deze acties van de Scientology-Kerk nooit haar medewerking verleend. In het ene geval waarin dit wel is gebeurd, werd die medewerking verleend na beslissing van de lokale rijkswachtbrigade zonder dat die op de hoogte was dat het initiatief uitging van de Scientology-Kerk.

Inmiddels is een parlementaire onderzoekscommissie betreffende de sekten geďnstalleerd. Van de resultaten van haar werkzaamheden hangt af welke maatregelen eventueel ten overstaan van de sekten zullen worden genomen.

Wat de actie in de scholen zelf betreft, ligt het niet in mijn bevoegdheid de scholen een gedragslijn op te leggen. De bevoegdheid daartoe behoort aan de ministers van de gemeenschapsregeringen, belast met het departement Onderwijs.

Ik kan bovendien bevestigen dat de minister van Onderwijs binnen de Vlaamse regering op 30 november 1995 een omzendbrief heeft gestuurd aan de overkoepelende onderwijsorganisaties, aan de voorzitter van de ARGO, aan de voorzitters van de inrichtende machten van de basis- en secundaire scholen en aan de directies van de basis- en secundaire scholen. Daarin vraagt hij hen om de nodige voorzichtigheid aan de dag te leggen bij de keuze van een organisatie die de school moet begeleiden bij haar drugspreventieacties.

Met de huidige voorhanden zijnde wetgeving is het verbieden van een groepering slechts mogelijk indien zij oogmerken heeft die strafbaar zijn gesteld door het Strafwetboek (artikelen 109, 233 en 322 ) of valt onder de toepassing van de wet van 29 juli 1934 op de privé-milities.

Het recht van vereniging is gewaarborgd door artikel 27 van de gecoördineerde Grondwet en kan niet aan enige preventieve maatregel worden onderworpen. Maar dit recht houdt ook de vrijheid in om niet toe te treden tot een vereniging en om zich terug te trekken uit een vereniging.