Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-14

9 APRIL 1996

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ­ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-Eerste minister en minister van Economie en Telecommunicatie (Economie)

Vraag nr. 34 van de heer Loones d.d. 5 februari 1996 (N.) :
Nieuw 10-jarenplan voor elektriciteitsvoorzieningen.

Het blijkt dat de elektriciens (Electrabel-SPE) een nieuw 10-jarenplan voor de elektriciteitsvoorziening hebben uitgewerkt.

Daaruit blijkt dat het bestaande park van kerncentrales nog wordt uitgebouwd, wat in schril contrast staat met het ingestelde moratorium op kerncentrales, laat staan dat het bestaande park zou worden afgebouwd.

Daardoor wordt uiteraard het probleem van de berging van kernafval, in tijd en volume, nog groter.

In het licht van de huidige moeilijkheden en controverses in verband met de NIRAS-plannen tot oppervlakteberging van kernafval lijkt een nefaste politiek. Bovendien blijkt het onderdeel energiebesparing in het nieuwe uitrustingsplan bedroevend schamel te zijn, volgens de meeste experten. Dit zou trouwens in schril contrast staan met het beleid in de ons omringende landen. Tenslotte doet het uitrustingsplan ook geen uitspraak over het geheel van de nucleaire afvalproblematiek.

Graag had ik van de geachte minister een antwoord vernomen op volgende vragen :

1. Wat is de stand van beoordeling door de regering en de geachte minister over het nieuw 10-jarenplan voor elektriciteitsvoorziening ? Welke externe adviezen wint de regering in alvorens over de plannen een beslissing te nemen ? Zal de regeringsbeslissing voorafgegaan worden door een parlementair debat ?

2. Zullen de regering en de geachte minister hun beslissing over een nieuw uitrustingsplan laten begeleiden door een gehele visie op de nucleaire afvalproblematiek ? Oordeelt de geachte minister dat er kan beslist worden tot verbetering en uitbreiding van het bestaand park van kerncentrales, zonder dat er voorafgaandelijk een duidelijk zicht is op de problematiek van de berging van kernafval ?


Antwoord : 1. Op 26 januari 1996 heeft de regering haar standpunt bepaald aangaande het nationaal uitrustingsprogramma inzake de middelen voor produktie en transport van elektrische energie 1995-2005, neergelegd door het Beheerscomité der elektriciteitsondernemingen.

Wat meer bepaald de gecentraliseerde produktie betreft, gaat de regering voor 1998 akkoord met de bouw van de derde centrale waarin het vorig uitrustingsplan voorzag, namelijk een STEG-centrale. De elektriciteitsproducenten hebben Baudour als lokatie in aanmerking genomen. De regering heeft eveneens de bouw van twee STEG-centrales in het Vlaamse Gewest en een steenkolencentrale in het Waalse Gewest tegen 2001 toegelaten.

Begin 1998 zal de regering aan het beheerscomité vragen om haar een nieuw uitrustingsplan 1998-2008 voor te leggen. Op basis daarvan zal de regering de verhouding bepalen tussen STEG-centrales en polyvalente steenkolencentrales, die na 2001 dienen te worden gebouwd.

Overeenkomstig de wettelijke bepalingen inzake de procedure tot goedkeuring van het uitrustingsplan heeft de regering zowel het advies gevraagd van het Controlecomité voor de elektriciteit en het gas als van het Nationaal Comité voor de energie. Dit tweede comité heeft inzonderheid een beroep gedaan op talrijke externe deskundigen die niet tot de elektriciteitssector behoren (ESAP, ECONOTEC, KUL...).

Rekening houdend met de voormelde bepalingen dienden de beslissingen die de regering op 26 januari 1996 heeft genomen, niet te worden voorafgegaan door een parlementair debat. De wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 vereist immers enkel de goedkeuring van de minister van Economie, na raadpleging van de twee bovenvermelde comités.

De vragen in de parlementaire commissie heb ik echter zonder voorbehoud beantwoord.

2. Sommige beslissingen die door de regering werden genomen in verband met het uitrustingsplan 1995-2005 hebben betrekking op de problemen inzake kernafval. De regering heeft er met name rekening mee gehouden dat de elektriciteitsproducenten op betekenisvolle wijze moeten bijdragen tot het financieren van de berging van kernafval en het herkapitaliseren van NIRAS. De elektriciteitssector en de minister van Economie zullen daartoe onderhandelingen beginnen.

Gelet op de technische levensduur van bepaalde delen van de installaties, zullen de stoomgeneratoren en de turbines van Tihange 1 en 2 evenals deze van Doel 3 vernieuwd worden met gebruik van modernere technieken.

Deze nieuwe technologiën geven een hoger rendement.

Hierdoor verhoogt het aandeel van kernenergie in de elektriciteitsproduktie.

Deze elementen veranderen niets aan het geplande beleid van de regering inzake kernafval.

Ik deel het geachte lid niettemin mee dat tegen het jaar 2005 het nucleaire park 52 pct. van het totale elektriciteitsproduktiepark, tegen 58 pct. momenteel, zal vertegenwoordigen.