Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat

ZITTING 1995-1996


Bulletin 1-13

26 MAART 1996

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands ≠ (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-Eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 94 van de heer Daras d.d. 13 februari 1996 (Fr.) :
Presentiegeld voor de provinciale mandatarissen.

Een provincieraadslid (Luik) heeft mij op de hoogte gebracht van een probleem in verband met het presentiegeld voor de provincieraad en de vervangingsinkomens (werkloosheidsuitkeringen).

In tegenstelling tot de gemeenteraadsleden worden de provincieraadsleden onderworpen aan een regeling die verband houdt met het feit dat hun prestaties in de openbare vergaderingen van de provincieraad meestal overdag worden geleverd en bijgevolg onverenigbaar zijn met vervangingsinkomens.

Deze toestand brengt financiŽle sancties van de RVA met zich mee die betrekking hebben op de kostenvergoeding voor de vergaderingen van de provincieraad, alsook maatregelen tot definitieve uitsluiting van het recht op werkloosheidsuitkeringen.

Deze toestand wekt de indruk dat de verschillende mandatarissen niet gelijk zijn wat de deelname aan het openbare leven en de politieke inzet betreft en dat een werkloze helemaal geen belang heeft bij het opnemen van verantwoordelijkheid in het kader van een plaatselijk mandaat, terwijl anderen zonder problemen mandaten en inkomsten cumuleren.

Kan de geachte minister mij zeggen of hij op de hoogte is van dergelijke problemen en welke maatregelen of procedures zullen worden aangewend om dit soort discriminatie weg te werken ?