Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-75

ZITTING 1997-1998

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Buitenlandse Zaken

Vraag nr. 1012 van de heer Loones d.d. 10 april 1998 (N.) :
Koerdische kwestie in Turkije. ­ Onderhandelingen met PKK.

In de periode van 18 tot 26 maart 1998 reisde een Belgische delegatie, waaronder ikzelf, naar het Koerdische gebied in Turkije (Oost-Anatolië).

Uit tal van contacten en gesprekken, zowel met Koerdische instanties als met overheidsinstanties, heeft de delegatie, en heb ikzelf, een beeld gevormd over het Koerdische probleem.

Een van de conclusies uit de missie luidde, dat er, mits een staakt-het-vuren, onmiddellijke onderhandelingen moeten worden aangeknoopt met de PKK.

1. Hoe beoordeelt de geachte minister de Koerdische kwestie in Turkije ?

2. Kan de geachte minister de conclusie onderschrijven dat er onderhandelingen moeten worden aangeknoopt met de PKK, mits een staakt-het-vuren ?

Antwoord : 1. Ik heb de eer het geachte lid mede te delen dat, net als de mensenrechtenkwestie in het algemeen, het Koerdisch vraagstuk steeds hoog op de agenda staat van onze contacten met Turkije.

Aan de ene kant veroordeelt België het terrorisme en beschouwt ons land (net als de overgrote meerderheid van onze UE-partners) de PKK als een terroristische organisatie.

Aan de andere kant dringt België er bij de Turkse autoriteiten steevast op aan een geweldloze en politieke oplossing te geven aan het Koerdische vraagstuk, waarbij de territoriale integriteit en de eenheid van Turkije gevrijwaard worden.

2. Het spreekt voor zich dat derhalve op een bepaald ogenblik ingrijpende aanpassingen van het wettelijke en constitutioneel kader zullen moeten plaatsvinden. Zulks zal het werk moeten zijn van de democratisch verkozen vertegenwoordigers van de hele Turkse bevolking.

3. Ik wil het geachte lid er ook op wijzen dat de Koerdenkwestie een zeer complex probleem is, dat zich niet alleen beperkt tot Turkije. Het ware ook onjuist te beweren dat de PKK de enige aanvaarde spreekbuis is van de Koerden. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat de overgrote meerderheid van de Turkse Koerden vooral naar een verbetering van hun levensomstandigheden en een ruimere economische ontplooiing streven en er overigens nog steeds de voorkeer aan geven te stemmen voor de Turkse traditionele partijen, zoals bleek tijdens de laatste wetgevende verkiezingen tijdens dewelke de pro-Koerdische HADEP-partij slechts 4 % van de stemmen behaalde, terwijl het Koerdische bevolkingsdeel toch mag geschat worden op 15 % van de totale bevolking van Turkije.