Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-75

ZITTING 1997-1998

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 923 van de heer Anciaux d.d. 12 maart 1998 (N.) :
Werking van het Brusselse drugsopvangcentrum Transit.

Recentelijk werd in de media bekendgemaakt dat er een administratief onderzoek wordt gevoerd naar oneigenlijk gebruik van overheidsgeld door de vaste secretaris voor het preventiebeleid. Dit onderzoek zou nu afgerond en doorgestuurd zijn voor verdere opvolging. In De Morgen van 9 februari 1998 wordt aangestipt dat er zich bij het in 1995 opgerichte Brusselse drugsopvangcentrum Transit een heleboel disfuncties manifesteren. De vaste secretaris voor het preventiebeleid is ondervoorzitter van de raad van bestuur van Transit en de Brusselse politiecommissaris is er secretaris.

In deze krant wordt gesteld dat niettegenstaande Transit zeer veel subsidies toebedeeld krijgt, variŽrend van 40 tot 55 miljoen frank per jaar, de bedden structureel onderbezet zijn. Niet dat er in de hoofdstad geen nood aan is maar omwille van het gegeven dat de werking van Transit er voor zorgt dat drugsverslaafden geen beroep doen op Transit.

In het bewuste artikel wordt ook aangestipt dat de vaste secretaris voor het preventiebeleid zijn oneigenlijk gebruik van overheidsgeld niet beperkt blijft tot het Vast Secretariaat voor het Preventiebeleid maar er zich op dit vlak ook bij Transit problemen voordoen. Hierbij wordt verwezen naar de financiŽle verslagen van een bedrijfsrevisor van Deloite & Touche. Zo zou hij sinds maart 1995 gebruik maken van een door de VZW Transit gehuurde wagen.

In het artikel wordt ook een anonieme bron aangehaald die over het reilen en zeilen van Transit het volgende stelt : ę Transit lijkt vooral een instelling waar vele mensen uit de socialistische familie een baantje kregen en waar vele miljoenen naartoe vloeien. Ľ

Dat het blijkbaar vierkant draait bij Transit wordt nog versterkt door het collectieve ontslag van zes drughulpverleners en dit reeds in april 1995. Ook de vroegere coŲrdinatrice stapte op nadat de secretaresse van de Brusselse burgemeester Freddy Thielemans onmiddellijk na de verkiezingen van 1995 tot coŲrdinator werd benoemd en dit niettegenstaande het feit dat zij steeds in het onderwijs had gewerkt en geen ervaring had met drughulpverlening.

Van de geachte minister had ik graag op de volgende vragen een antwoord verkregen :

1. Wordt er ook een onderzoek gevoerd naar het doen en laten van het hoofd van het Vast Secretariaat voor Preventiebeleid in zijn hoedanigheid als ondervoorzitter van Transit ?

2. Werd Transit inzake subsidies veel sterker bevoordeeld dan andere drugscentra omwille van de bevoorrechte positie van het hoofd van het Vast Secretariaat voor Preventiebeleid bij het bepalen van de hoogte van deze subsidies ? Zou het niet nuttig zijn om hiernaar een onderzoek in te stellen ?

3. Waarom is er sprake van een structurele onderbezetting van Transit ?

4. Wat waren de conclusies van de financiŽle verslagen van Deloite & Touche ? Werd er kritiek uitgeoefend op de aanwending van middelen door de ondervoorzitter ?

5. Waarom werd de vroegere secretaresse van Freddy Thielemans na de verkiezingen van mei 1995 aangesteld als coŲrdinatrice ? Had zij hiervoor voldoende kwalificaties alsook de nodige ervaring ? Is er sprake van een politieke benoeming zoals een anonieme hulpverlener beweert ?

6. Welke maatregelen zal de geachte minister treffen opdat Transit een efficiŽntere werking zal krijgen ?

Antwoord : 1. Enerzijds zijn de activiteiten van de vaste secretaris voor het preventiebeleid en vice-voorzitter van Transit thans onderworpen aan de beoordeling van de gerechtelijke overheden, en anderzijds zal ik door een maatregel van inwendige orde in de loop van de volgende dagen een uitspraak moeten doen over een aanvraag die de betrokkene ingediend heeft tot herziening van zijn situatie.

Op basis van de onpartijdigheid kan ik op dit ogenblik geen uitspraak doen over dit onderwerp.

2 en 4. Het gerechtelijk onderzoek zal moeten aantonen of Transit in voorkomend geval werkelijk bevoordeeld werd.

3, 5 en 6. De organisatie van Transit ontsnapt aan de bevoegdheid van de minister van Binnenlandse Zaken, die terzake geen enkele mogelijkheid tot aanmaning heeft.