(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Regelmatig spoelen de laatste jaren walvisachtigen aan op de stranden van de Vlaamse kust. Telkens stellen zich daarbij grote problemen voor op diverse vlakken, onder meer op vlak van wetenschappelijk onderzoek.
Zo werd in het verleden (Oostduinkerke in 1989, Koksijde in 1994, Oostende in 1987) vastgesteld dat telkens een beroep wordt gedaan op de Universiteit van Luik.
Nochtans, het Rijksstation voor Zeevisserij in Oostende, beschikt onbetwistbaar over de nodige deskundigheid op het vlak van bestudering van contaminanten.
Van de geachte minister had ik graag op de volgende vragen een antwoord verkregen.
1. Waarom werd er in het verleden geen beroep gedaan op het Rijksstation voor Zeevisserij in Oostende, dat een internationale reputatie geniet ?
2. Gaat de geachte minister akkoord dat het volkomen onlogisch, kostenverhogend en zelfs onaanvaardbaar lijkt dat voornoemd station voorbijgestoken wordt ten voordele van Luik ? Is het mogelijk dat in deze kwestie de communautaire wafelijzerpolitiek gehanteerd wordt ?
3. Wie is terzake bevoegd ? Welke financiering is er ? Heeft het optreden van de Universiteit van Luik een wettelijke grondslag ?
4. Welke stappen zal de geachte minister ondernemen om (mochten zich aan de Vlaamse kust in de toekomst opnieuw aanspoelingen van walvisachtigen voordoen), het Rijksstation voor Zeevisserij in Oostende te betrekken bij het wetenschappelijk onderzoek ?
Antwoord : Het geachte lid gelieve hierna het antwoord op zijn vraag te vinden.
De stijgende frequentie van aanspoelingen van zeezoogdieren heeft de Belgische overheid ertoe aangezet om een gespecialiseerd netwerk op te richten belast met het te allen tijde tussenkomen wanneer dit type van ecologisch ongeval zich voordoet.
Dit interventienetwerk wordt geleid door de Beheerseenheid van het Mathematisch Model van de Noordzee (BMM), een departement van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN).
Onder haar leiding is dit interventienetwerk samengesteld uit :
het departement Vertebrata van het KBIN;
het laboratorium voor ecotoxicologie van de Vrije Universiteit Brussel;
de diensten oceanologie en pathologische anatomie van de Universiteit van Luik;
het Rijksstation voor Zeevisserij;
de administratie AMINAL, afdeling Natuur van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
het instituut voor natuurbehoud van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
een privé-dierenarts uit Blankenberge.
Bovendien zijn er gestructureerde banden gelegd tussen de overheden van de kustgemeenten en dit netwerk, dat ook nauwe contacten heeft met de niet-gouvernementele organisaties die de vogelasielen beheren aan de kust.
De deelname van de universitaire teams en van het instituut voor natuurbehoud vormt één van de taken voorzien in de onderzoekscontracten die de federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden (DWTC) met hen hebben gesloten in het kader van de wetenschappelijke ondersteuning aan de duurzame ontwikkeling van de Noordzee en die tot stand zijn gekomen na een oproep tot voorstellen open voor alle geïnteresseerde wetenschappelijke instellingen. Hun financiering wordt dus via deze weg verzekerd. De andere die tussenkomen, doen dit met hun eigen middelen.
De deelname van het Rijksstation voor Zeevisserij is beperkt tot een logistieke bijstand, zoals het ter beschikking stellen van werkruimtes en diepvriezers voor de tijdelijke opslag van de monsters. Dit is het resultaat van een uitdrukkelijk en schriftelijk verzoek van de directeur van dit station die zijn engagementen terzake wenste te minimaliseren.
Beschouwingen volgens welke een universitaire ploeg zou begunstigd zijn geweest ten opzichte van het Rijksstation voor Zeevisserij zijn dus niet gegrond.
Ik ben ervan op de hoogte gebracht dat het Rijksstation voor Zeevisserij bezig is zijn houding te herzien en in overweging neemt om aan dit interventienetwerk een meer significatieve bijdrage te leveren; waarover ik me trouwens verheug. Ik heb de BMM belast om in zijn interventiemechanismen de samenwerkingsvoorstellen te integreren die genoemd station haar zal voorleggen.