(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans
Een studie van de KU Leuven heeft aangetoond dat het aantal doden of zwaargewonden bij fietsongevallen (1 293 in 1996) aanzienlijk zou dalen, als alle fietsers een fietshelm zouden dragen, zoals dat bijvoorbeeld in de Scandinavische landen of Australiė het geval is (Via Secura nr. 40, blz. 9).
Terecht wordt opgemerkt dat de geesten bij ons daarvoor nog lang niet rijp zijn : de fietshelm kampt met een imagoprobleem. « De kans dat je schoonmoeder het ding op haar hoofd zet als ze naar de markt fietst is voorlopig miniem ».
Voor de hand liggend is uiteraard dat er een aanmoedigingsbeleid gevoerd moet worden. Een universele draagplicht is immers slechts mogelijk indien reeds een bepaald gedeelte van de fietsers vrijwillig een helm draagt.
Gedacht wordt ook aan een draagplicht voor een bepaald gedeelte van de fietsers (bijvoorbeeld racefietsen en mountainbikes), dat dan het sluitstuk zou zijn van het aanmoedigingsbeleid. Verder tonen acties in bepaalde gemeenten aan dat vooral de zeer kwetsbare kinderen gemakkelijk bereikbaar zijn.
Graag kreeg ik van de geachte staatssecretaris een antwoord op volgende vragen :
1. Werden de resultaten van de KUL-studie door hem geėvalueerd ?
2. Welke gevolgen werden eruit getrokken voor het beleid ?
3. Plant hij zelf acties naar sensibilisering van het dragen van de fietshelm ?
4. Zal er een aanmoedigingsbeleid gevoerd worden naar gemeenten, en politiekorpsen van gemeenten, die in dat opzicht inspanningen leveren ?
Antwoord : 1. Het onderzoek van de KU Leuven in verband met hoofdletsels bij fietsongevallen heeft aangetoond dat het grootste gedeelte van de ongevallen gebeurde door aanrijding met een motorvoertuig en dat de doodsoorzaak in de meeste gevallen een hoofdletsel was.
Bij het aantal onderzochte personen was de groep gehelmden te klein om de resultaten ervan te vergelijken met deze van niet-gehelmden.
Op basis van de literatuur en buitenlandse onderzoeken is echter voldoende bewezen dat het dragen van een fietshelm de kans op een hoofdletsel duidelijk vermindert.
In de samenvatting van het onderzoek wordt dan ook logisch en theoretisch gesteld dat men de fietshelm moet promoten of beter nog wettelijk verplichten.
2. Het geachte lid stelt zelf dat de fietshelm kampt met een imagoprobleem. Het wettelijk verplichten van het dragen van de fietshelm in deze gegeven omstandigheden van onvoldoende maatschappelijk draagvlak, riskeert dan ook naast het niet-eerbiedigen van de gedragsregel, het gebruik van de fiets zelf te doen verminderen.
Ik heb dan ook besloten om, in een eerste stadium het dragen van een fietshelm te promoten, voornamelijk bij jonge fietsers. Het is inderdaad binnen deze leeftijdsklasse dat de meeste slachtoffers vallen.
3. Alle inspanningen van sensibilisering voor verkeersveilig gedrag verlopen vanuit het Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid (BIVV). Zo hebben we wat betreft het aanmoedigen van het dragen van de fietshelm via dit instituut in de loop van 1997 zowat duizend fietshelmen verdeeld over verschillende initiatieven (vooral via scholen). Voor de komende jaren wordt deze ingeslagen weg doorgezet.
Daarnaast werkt het staatssecretariaat voor Veiligheid mee aan een project van het Vlaams Gewest rond de schoolveiligheid. In het kader van dit project is, in het voorjaar 1998 onder andere, een grote informatie- en promotiecampagne, samen met het BIVV trouwens, rond de fietshelm gepland.
4. Overeenkomstig de keuze en inspanningen vermeld in punt 2 en 3 hiervoor, wordt momenteel geen aanmoedigingsbeleid gevoerd naar gemeenten en politiekorpsen van gemeenten die in dat opzicht inspanningen leveren.