Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-64

ZITTING 1997-1998

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 687 van de heer Olivier d.d. 9 december 1997 (N.) :
Gemeenteraadsverkiezingen. ­ Bezwaarprocedure. ­ Installatie nieuwe leden gemeenteraad en OCMW-raad.

Volgens artikel 76bis van de gemeentekieswet moet de Raad van State als rechter in laatste aanleg uitspraak doen binnen de 60 dagen inzake een beroep dat aanhangig gemaakt werd met betrekking tot geschillen inzake de gemeenteraadsverkiezingen van 9 oktober 1994. Een dergelijk beroep is in principe niet opschortend, behoudens wanneer het gericht is tegen de beslissing van de bestendige deputatie (of het rechtscollege van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) die een vernietiging van de verkiezingen of een wijziging in de zetelverdeling inhoudt (hetgeen slechts in een viertal gemeenten het geval was).

Bij de Raad van State werden in het Vlaamse landsgedeelte tegen 29 gemeenteraadsverkiezingen 37 beroepen ingesteld en in het Franstalig landsgedeelte werden tegen 27 gemeenteraadsverkiezingen 40 beroepen ingesteld. Binnen de wettelijk voorgeschreven termijn werden slechts 4 Nederlandstalige en 18 Franstalige zaken beslecht (zie antwoord op de schriftelijke vraag nr. 647 van volksvertegenwoordiger Chris Moors ­ bulletin van Vragen en Antwoorden Kamer nr. 96 van 8 september 1997, zitting 1996-1997, blz. 13015).

In de praktijk kwam dit erop neer dat in de overige gemeenten de nieuwe gemeenteraad begin januari 1995 in functie trad, en dat de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn in de loop van dezelfde maand konden verkozen worden (artikel 12 van de organieke OCMW-wet van 8 juli 1976). Wanneer tegen deze laatste verkiezing geen beroep werd ingesteld bij de Raad van State (artikel 18, alinea 5, van de organieke wet), kon overeenkomstig artikel 19, alinea 1, van voornoemde wet het (nieuw) OCMW geïnstalleerd worden vanaf 1 april 1995.

In de gemeente Sint-Gillis werd er tegen de beslissing van het rechtscollege van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een niet opschortend beroep ingesteld bij de Raad van State, waardoor de nieuwe gemeenteraad aldaar werd geïnstalleerd op 26 januari 1995 (in tegenstelling tot wat u antwoordde op luik 2b van voornoemde vraag). In afwachting van de uitspraak van dit beroep kon aldaar alles wettelijk verlopen zoals hoger omschreven, maar toen deze hogere rechtsmacht door haar arrest nr. 52.707 op 5 april 1995 de gemeenteraadsverkiezingen vernietigde, diende achteraf zowel de verkiezing als de installatie van de nieuwe gemeente- en OCMW-raad overgedaan te worden, met als gevolg, dat aldaar zowel de oude gemeenteraad, als de oude OCMW-raad opnieuw tijdelijk in dienst traden.

Graag had ik van de geachte minister nog het volgende vernomen :

1. In hoeveel gevallen heeft de Raad van State vóór einde maart 1995 (vooravond waarop de OCMW-raad diende geïnstalleerd te worden) en na 1 april 1995 uitspraak gedaan inzake geschillen met betrekking tot de gemeenteraadsverkiezingen, in welke gemeente en wanneer werd het laatste arrest daaromtrent geveld ?

2. Overweegt u niet artikel 76bis van de gemeentekieswet in zijn oorspronkelijke versie (rekening houdend met hetgeen in Sint-Gillis is gebeurd) te herstellen (uittredende gemeenteraad blijft in functie tot dat de Raad van State definitief uitspraak heeft gedaan over de gemeenteraadsverkiezingen) ?