Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-61

ZITTING 1997-1998

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 270 van de heer Boutmans d.d. 10 oktober 1997 (N.) :
Rijkswacht. ­ Integrale kwaliteitszorg.

De rijkswacht tracht reeds gedurende enige tijd een nieuwe bedrijfscultuur te introduceren.

In welke mate tracht het rijkswachtmanagement de integrale kwaliteitszorg-filosofie te integreren binnen de rijkswacht ? Wat houdt dit concreet in voor de gewone rijkswachters ? Waaruit bestaan concreet de kwaliteitsnormen van deze integrale kwaliteitszorg-filosofie voor de rijkswacht ? Door wie en op welke wijze en via welke procedure werden deze kwaliteitsnormen bepaald ? Welke criteria worden er gehanteerd om het resultaat te beoordelen en op welke wijze gebeurt de beoordeling ? Welke rol speelt het principe van het contractmanagement binnen de integrale kwaliteitszorg-filosofie ?

Antwoord : Het geachte lid vindt hieronder de antwoorden op zijn vragen.

De nieuwe bedrijfscultuur waaraan de vragensteller refereert, is er in eerste instantie niet rechtstreeks op gericht een cultuur van loutere integrale kwaliteitszorgfilosofie in de rijkswacht te introduceren.

De beoogde bedrijfscultuur is wel gekenmerkt door :

­ de externe oriėntering op de behoeften en verwachtingen van de gemeenschap(pen);

­ de doeltreffendheid bij de proactieve en reactieve aanpak van prioritaire onveiligheidsfenomenen;

­ de kwaliteit van de dienstverlening tijdens de contactmomenten met de « afnemers » van de rijkswachtdiensten;

­ gerichtheid op samenwerking en probleemoplossing;

­ participatie en teamwerk.

Die gewenste bedrijfscultuur werd in de organisatie geļntroduceerd door middel van de projecten basispolitiezorg met kwaliteit (BPZ-K), seminaries in het raam van de voortgezette vorming en de hervorming van de diverse personeelssystemen (rekrutering, evaluatie, bevordering, overplaatsingen,...). Via deze filosofie werd de gelegenheid gegeven aan de basisrijkswachters ­ eerst via projecten met vrijwilligers (BPZ-K), later meer algemeen ­ om mee te helpen bepalen hoe de missie van de rijkswacht dient vertaald in een kwaliteitsvolle dienstverlening ter attentie van de bevolking en de overheden.

Met die projecten werd een verbetering nagestreefd van het kwaliteitsniveau, de kwaliteitsbetrouwbaarheid, de beschikbaarheid en bereikbaarheid, de zichtbaarheid en aanspreekbaarheid, de flexibiliteit van de probleemaanpak, de snelheid van (re)ageren en het respecteren van de rijkswachtwaarden.

Het ging/gaat telkens om lokale projecten die lokale aspecten van de dienstverlening verbeteren. De doelstellingen en de eruit voortvloeiende kwaliteitsnormen zijn vandaar ook lokaal bepaald. Ook de beoordeling van de bereikte resultaten gebeurt door de projectgroep via de aangereikte methodologie van probleemaanpak.

De rijkswacht heeft in de periode 1990-1992 de principes van contractmanagement uitgetest. Dit systeem bleek echter toen geen voldoening te schenken, in de eerste plaats omdat de heersende bedrijfscultuur erop gericht was problemen op te lossen via een « meer van hetzelfde »-aanpak. Ook bleek het systeem niet de gewenste gedragsverandering teweeg te brengen, maar vooral veel « papieren beleid » te genereren. Het systeem werd dan ook verlaten.