Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-57

ZITTING 1997-1998

Vragen waarop niet werd geantwoord binnen de tijd bepaald door het reglement
(Art. 66 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 264 van de heer Coveliers d.d. 26 september 1997 (N.) :
Rijkswachtkonvooien. Rijgedrag.

De commandant van de Algemene Reserve van de rijkswacht legt tijdens verplaatsingen naar een PEB (punt eerste bestemming) blijkbaar een onwettig, minstens betwistbaar rijgedrag op aan rijkswachters. Dit gebeurt tijdens ordediensten en piketopdrachten, die meestal niet dringend zijn.

Voor het vertrek wordt herhaaldelijk meegedeeld aan de voerder de kolonne blijft gesloten . Het gevolg hiervan is dat het eerste voertuig het groene verkeerslicht kan voorbij rijden maar dat het derde en het vierde hun blauw zwaailicht en het geluidstoestel moeten gebruiken om het commandovoertuig te kunnen volgen. Wanneer echter het eerste voertuig voor het rode licht stopt dan stoppen consequent alle andere voertuigen.

De chauffeurs van de zware voertuigen worden bovendien verplicht het verkeersbord C21, namelijk gewichtsbeperking, voorbij te rijden niettegenstaande er een alternatieve route bestaat. Ook hier zegt men dat de kolonne moet gesloten blijven.

Door de hoofddirecteur van het personeel van de rijkswacht werd in dit verband gesteld dat in regel de rijkswachtvoertuigen onderworpen zijn aan het verkeersreglement zoals elke andere weggebruiker. Enkel bij dringende opdrachten kan van de regel afgeweken worden. Volgens de hoofddirecteur van het personeel van de rijkswacht zou in dit geval de chauffeur nog altijd een verkeersinbreuk begaan maar beschikt hij over een grond van rechtvaardiging, namelijk deze van het gebod van de wet en het bevel van de overheid. De hoofddirecteur van het personeel van de rijkswacht baseert zich op de artikelen 70 en 260 van het Strafwetboek.

De chauffeur kan, wanneer hij van de verantwoordelijke voor de verplaatsing het uitdrukkelijk bevel krijgt om door tunnels te rijden, niet aansprakelijk gesteld worden noch voor de overtreding noch voor de schade die hierbij wordt veroorzaakt, aldus de hoofddirecteur van het personeel.

Kan de geachte minister mij bevestigen dat deze visie de juiste is en dat zodoende een voerder van een rijkswachtvoertuig die gevolg geeft aan een bevel om hetzij door het rode licht te rijden, hetzij geen acht te slaan op het verkeersbord C21 niet aansprakelijk kan gesteld worden voor de schade ?

Bovendien stelt zich de vraag in hoeverre er nog sprake kan zijn van een kolonne nu de rijkswacht geen deel meer uitmaakt van de krijgsmacht zodat zij niet meer kan beschouwd worden als een militaire kolonne.

Dient dan ook deze verzameling van voertuigen van de rijkswacht conform de Wegcode niet eerder beschouwd te worden als een konvooi, waarbij het eerste en het laatste voertuig moeten gesignaleerd worden door middel van een wimpel of licht ?

Kan een rijkswachter, voerder van een rijkswachtvoertuig, verplicht worden verkeersinbreuken te plegen en zo ja :

op welke wettelijke basis;

wie draagt de verantwoordelijkheid bij een eventueel ongeval;

is dit geen onwettig bevel en dient dit dan ook volgens de wet op het politieambt niet opgevolgd te worden ?