Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-80

ZITTING 1997-1998

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Sociale Zaken

Vraag nr. 1173 van de heer Loones d.d. 3 juli 1998 (N.) :
Kankerpatiëntjes.

In België worden elk jaar 240 nieuwe gevallen van kanker bij kinderen onder de 16 jaar vastgesteld. Daarvan sterft in ons land om de vier dagen een kind. Anderzijds kunnen twee op de drie getroffen kinderen echter worden gered.

De oudervereniging « Dag na dag » en de « Belgian Society for Paediatric Haematology/Oncology (BSPHO) », een vereniging van kinderartsen uit acht Belgische centra waar kinderen met kanker behandeld worden, klagen terecht het gebrek aan overheidshulp aan bij de zorgverlening aan kinderkankerpatiëntjes.

Zo zouden onder meer de kinderkankerpatiëntjes voor verzorging afhangen van liefdadigheid.

Het kan niet dat ouders zich voor de verzorging van hun getroffen kinderen, zwaar in de schulden moeten steken, doordat de behandelingskosten niet volledig worden terugbetaald.

Graag had ik van de geachte minister een antwoord op volgende vragen :

1. Klopt het dat de Belgische overheid onvoldoende tussenkomt in de terugbetaling van ziekenverzorging van kinderkankerpatiëntjes ?

2. Is de geachte minister bereid te overwegen om de kosten voor behandeling van de kankerpatiëntjes volledig te laten terugbetalen ?

Antwoord : Ik heb de eer het geachte lid mede te delen dat in het kader van de verplichte ziekteverzekering, de terugbetalingsregelen doorgaans niet per ziekte zijn bepaald. Er bestaan echter sommige uitzonderingen, zoals bijvoorbeeld voor kankerpatiënten die ambulant worden verzorgd, het feit dat de verplaatsingskosten hun slechts worden terugbetaald tot het bedrag voor de verplaatsing met het openbaar vervoer (ministerieel besluit van 6 juli 1989).

In het algemeen is het bedrag van de tegemoetkoming in de kosten van de geneeskundige verzorging en van de geneesmiddelen afhankelijk van, enerzijds, de aard ervan en, anderzijds, van het statuut van de verzekerde.

1. De aard van de geneeskundige verzorging en van de geneesmiddelen

De tegemoetkoming van de verzekering in de farmaceutische specialiteiten verschilt bijvoorbeeld naargelang van het therapeutisch en sociaal nut ervan.

Vanuit therapeutisch oogpunt belangrijke geneesmiddelen die voor jonge kankerpatiënten worden gebruikt zijn aldus vaak ingedeeld in categorie A, wat betekent dat zij tegen 100 % worden terugbetaald aan niet-gehospitaliseerde rechthebbenden. Een dossier over de indeling in categorie A van alle geneesmiddelen die nodig zijn voor de behandeling van deze jonge patiënten wordt thans onderzocht binnen mijn kabinet. Voor gehospitaliseerde patiënten is de forfaitaire persoonlijke tegemoetkoming vastgelegd op 25 frank per dag.

2. Het statuut van de verzekerde

De tegemoetkoming van de verzekering verschilt naargelang men primair rechthebbende is of het WIGW-statuut met voorkeursregeling heeft. Verleden jaar werd de werkingssfeer van de voorkeursregeling verruimd tot de gerechtigden op het bestaansminimum en gelijkgestelden, gehandicapte kinderen voor wie verhoogde kinderbijslag wordt uitgekeerd en tot personen die een tegemoetkoming aan gehandicapten of het gewaarborgd inkomen voor bejaarden ontvangen.

De systemen van de sociale en de fiscale franchise zorgen er overigens voor dat de persoonlijke tegemoetkoming die de rechthebbende moet betalen naar verhouding tot zijn draagkracht blijft.

Wat betreft de bijkomende budgettaire middelen voor de begeleiding van de pediatrische oncologische diensten, zou ik willen eraan herinneren dat een budget van 100 miljoen frank sedert 1 augustus 1998 werd toegekend, te verdelen onder de instellingen die ten minste 15 nieuwe patiënten per jaar verzorgen.

Ten slotte verwijs ik nog het geachte lid naar de maatregelen ter zake die de Ministerraad onlangs heeft genomen.