Vragen en Antwoorden

Belgische Senaat


Bulletin 1-79

ZITTING 1997-1998

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers

(N.): Vraag gesteld in 't Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in 't Frans


Minister van Sociale Zaken

Vraag nr. 1070/2 van de heer Goovaerts d.d. 12 mei 1998 (N.) :
Artikel 43 ter van de wet van 6 augustus 1990. ­ Toepasselijkheid en vergelijkbaarheid met andere lidstaten van de EU.

De tekst van deze vraag is dezelfde als van vraag nr. 1070/1 aan de vice-eerste minister en minister van Economie en Telecommunicatie, belast met Buitenlandse Handel, die hiervoor werd gepubliceerd (blz. 4132).

Antwoord : Ik heb de eer het geachte lid het volgende mee te delen.

Artikel 3 van het Verdrag van 25 maart 1957 tot oprichting van de Europese Gemeenschap poneert onder meer het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal binnen de lidstaten van de Europese Gemeenschap. Op basis van het arrest-Coenen, nr. 39/75, van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap, gewezen op 26 november 1975, kan de uitoefening van de vrijheid van dienstverlening in hoofde van een verzekeringsmakelaar binnen de Europese Unie slechts het voorwerp van begrenzingen of beperkingen uitmaken, voor zover aan vier voorwaarden is voldaan, met name het algemeen belang, de noodzakelijkheid, de evenredigheid of proportionaliteit en de niet-discriminatie.

In concreto is aan de vier voormelde voorwaarden voldaan, met name :

­ wat de vereiste van algemeenheid betreft, kan gesteld worden dat enerzijds uit de voorbereidende werkzaamheden kan afgeleid worden dat de bedoelde verbodsbepaling als doel heeft de consument te beschermen, met name elke verwarring in zijn hoofde te vermijden en anderzijds dat uit een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap blijkt dat het algemeen belang in elk geval ook de bescherming van de belangen van de consument omvat;

­ wat de vereiste van noodzakelijkheid betreft, kan gewezen worden op de noodzakelijke scheiding tussen langs de ene kant een sociale aanvullende verzekering en langs de andere kant een privé-verzekering;

­ wat de vereiste van evenredigheid betreft, blijkt dat de voormelde doelstelling niet met andere maatregelen kan bereikt worden;

­ wat ten slotte de vereiste van niet-discriminatie betreft, kan gesteld worden dat het gaat om een algemene verbodsbepaling die voor alle personen of groepen binnen de betrokken sector geldt.

Hieruit kan worden geconcludeerd dat het toepassingsgebied van de verbodsbepaling opgenomen in artikel 43ter van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, kan uitgebreid worden tot alle lidstaten van de Europese Unie en dat deze verbodsbepaling bijgevolg ook toepasselijk is op verzekerings- of bankproducten die door of via een in België erkende buitenlandse verzekeringsonderneming of kredietinstelling vanuit een andere lidstaat van de Europese Unie in ons land worden aangeboden.

Vermits de organisatie en regeling van de sociale zekerheid van land tot land grondig verschilt, is een onderzoek naar het bestaan van bedoelde verbodsbepaling in de overige lidstaten van de Europese Unie dienvolgens niet relevant.